De Volkskrant onthulde met een onderzoek dat de toekomstvisie van Rijkswaterstaat overal rekening mee hield, behalve met de levensduur van bruggen en sluizen. Lezers reageren.
In het artikel over de Nederlandse infrastructuur wordt overduidelijk aangetoond hoe kortetermijndenken decennialang onderdeel was van de door de politiek aangestuurde ambtelijke organisatie Rijkswaterstaat. De stelselmatige VVD-zuinigheid tot de volgende verkiezingen, behalve als het gaat om belastingkorting voor hogere inkomens, heeft ons land op veel beleidsterreinen benadeeld. En die partij gaat daar in het huidige kabinet onverdroten mee door.
Niet de ingenieurs, maar economen, juristen en procesmanagers produceren talloze rapporten en aanbevelingen, wordt in het artikel terecht opgemerkt. Maar anticiperend vooruitdenken? Ho maar. Zo is niet alleen de infrastructuur door beleid verkwanseld, maar zijn ook de zorg, het onderwijs en het wonen achterop geraakt.
De neoliberale privatisering van overheidsverantwoordelijkheden heeft ons land op een niet in te halen economische achterstand gezet. Daar helpen ‘scherpe keuzes’, zoals minister Vincent Karremans (VVD) dat noemt, de versleten bruggen en sluizen echt niet mee.
Rob Riedijk, Nuenen
Jaren geleden heb ik eens gelezen dat de directeur van Rijkswaterstaat elke vier jaar wordt vervangen. Ik weet niet of dit nu nog zo gaat, maar het verklaart misschien wel deels het gebrek aan langetermijnvisie wat betreft onze infrastructuur.
Liesbeth van Iwaarden-Brouwer, Middelburg
Van 1989 tot eind 2025 werkte ik bij die organisatie, in allerlei verschillende functies, en veel van wat er wordt beschreven in het artikel over Rijkswaterstaat komt mij bekend voor.
Maar de balans in het artikel klopt naar mijn mening niet, met name als het gaat om de rol van de politiek. Rijkswaterstaat heeft veel deskundigheid in huis en iedereen, van sluiswachter tot directeur-generaal, wil niets liever dan de boel goed onderhouden. De problemen met het onderhoud worden al heel lang gezien en binnenskamers is het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat daar op gewezen.
Dat er achterstallig onderhoud is, komt deels door het kasverplichtingenstelsel, zoals het artikel terecht stelt. Maar minstens zo belangrijk: Rijkswaterstaat is een uitvoeringsorganisatie. De politiek (minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Tweede Kamer) beslist, Rijkswaterstaat voert uit. Het ministerie bepaalt hoeveel geld wordt besteed aan nieuwbouw en hoeveel aan beheer en onderhoud; Rijkswaterstaat kan dat niet zelf anders verdelen.
Daarnaast beslist het kabinet hoeveel medewerkers overheidsdiensten mogen hebben. Rijkswaterstaat is vanaf de jaren negentig tot circa 2015 zeer sterk gekrompen. Bovendien was vanuit het ministerie in die jaren de richtlijn voor het onderhoud: zo zuinig mogelijk.
Valt Rijkswaterstaat zelf dan niks te verwijten? De beeldvorming in de geciteerde visies had realistischer kunnen zijn en Rijkswaterstaat had zich wellicht minder volgzaam kunnen opstellen. En er had sinds het begin van deze eeuw minder tijd en energie gestopt moeten worden in oneindige reorganisaties en ingewikkelde interne sturingsmechanismen. Maar politieke beslissingen bepalen uiteindelijk alles.
De boodschap van het artikel had dus beter kunnen zijn: opeenvolgende ministers en de Tweede Kamer hebben de situatie vele jaren niet onder ogen willen zien of te weinig middelen beschikbaar gesteld. Daar kunnen natuurlijk hele goede redenen voor zijn; onderwijs en zorg en vele andere belangrijke zaken vragen ook om meer geld. Maar was daar naar buiten toe dan in een eerder stadium duidelijk over geweest.
Hans de Vries, Hoogkarspel
Mij schoot na het lezen van de kop ‘Rijkswaterstaat zag de bruggen over het hoofd’ direct door mijn hoofd: dat geloof ik niet.
Wie is sinds mensenheugenis ook alweer de baas van het ministerie waar Rijkswaterstaat onder valt? Dat is die vroem-vroem-(doem)-partij die echt niet van zijn ambtenaren wil horen dat er minder geld beschikbaar is voor méér wegen omdat er ook geld voor brugonderhoud nodig is. Daar win je geen stemmen mee.
En ach, zo’n ISO-normering kost ook veel geld en wijst je alleen maar op je tekortkomingen (die weer geld kosten). Er waren vast wel Rijkswaterstaat-ambtenaren die aandacht voor brugonderhoud hebben gevraagd, maar dat wilde het ministerie niet horen.
Edwin Hagelen, Culemborg
In het gedegen artikel over de slechte staat van onze bruggen slaat emeritus hoogleraar Rob Nijsse de spijker op zijn kop: bij Rijkswaterstaat maakten de ingenieurs plaats voor economen, juristen en procesmanagers. Met andere woorden: waar is de ‘ingenieur-hoofddirecteur’ gebleven? Welnu: die is ten prooi gevallen aan premiers als Wim Kok die zo nodig het marktdenken moesten omarmen.
De geneesheer-directeur is immers ook uit onze ziekenhuizen verdwenen. En de hoofdonderwijzer uit de basisschool. Jammer dat een Hoog College van Staat als de Algemene Rekenkamer alleen kan waarschuwen. Misschien nemen Kamerleden nog eens serieus kennis van de opvattingen van dit college.
Programmaleider Erna Ovaa van Rijkswaterstaat mag kennelijk niet met de Volkskrant praten. Maar op de website van Rijkswaterstaat staat een uitgebreid tweegesprek van haar met – inderdaad – een vertegenwoordiger van een marktpartij. Dat dan weer wel.
Overigens hoop ik wel dat Rijkswaterstaat een tunnelvisie heeft. Want wie let er anders op de kwaliteit van de vele oeververbindingen die in dit land onder water liggen?
Roel Praat, Den Haag
Een verontrustend verhaal over de slechte staat van de infrastructuur, met name bruggen, in Nederland. Mede door achterstallig onderhoud in de afgelopen jaren en zelfs decennia moeten we in de komende periode miljarden investeren om Nederland bereikbaar te houden.
Is het dan niet tijd om definitief afstand te nemen van een geldverslindend project zoals de Lelylijn dat meer te maken heeft met bestuurlijke ego’s dan met vervoers- of economische waarde?
Simon Waley, Oudehaske
Ik lees in de krant over het achterstallig onderhoud aan wegen, bruggen en sluizen. Er is te laat voor begroot, er zijn niet genoeg mensen die de klus aankunnen en bedrijven zien hun kans om het werk voor heel veel meer publiek geld uit te voeren. Vertraging, slechte kwaliteit en extra kosten liggen op de loer.
Overheid, richt een publiek bruggenbouwbedrijf op. Er is werk genoeg, leid zelf goede mensen op, betaal stagiairs en fix ons land. Een eerlijkere en waarschijnlijk snellere en goedkopere oplossing. Het vraagt alleen om daadkracht en lef. Haal Nederland van de bietenbrug af.
Martine Melein, Utrecht
Terecht dat met een groot artikel (vijf pagina’s) de alarmerende staat van onze bruggen op rijkswegen onder de aandacht wordt gebracht. Goede en snelle bereikbaarheid is essentieel en het is werkelijk onbegrijpelijk hoe we dit in de politieke-waan-van-de-dag-mentaliteit in Den Haag zover hebben laten komen.
Maar helaas, helaas was het alleen maar dit. Ook in onze waterstaat heeft de langebaanpolitiek zijn werk gedaan en wordt onderhoud, vervanging en renovatie van essentiële kunstwerken die ons land moeten beschermen tegen de zee en grootschalige wateroverlast structureel verontachtzaamd. Niet omdat de nog overgebleven inhoudelijke mensen bij Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hier niet keihard om schreeuwen, maar omdat aandacht en geld steeds weer gaan naar politieke brandjes die nu spelen.
Na 1953 hebben we ons voorgenomen de ramp voortaan voor te zijn met onze Deltawerken. Maar we spelen steeds hoger spel. Voorbeeld hiervan is het gemaal IJmuiden, een gemaal en spuicomplex dat voor droge voeten zorgt van 4 miljoen mensen in Amsterdam, Utrecht en Zaanstad, maar ook het functioneren van Schiphol mogelijk maakt.
Door de stijgende zeespiegel verdwijnt de spuimogelijkheid en is het gemaal oud en der dagen zat.
Ja, de vervanging van dit gemaal kost veel geld. Maar als we dit niet doen, dan hoeven we het helaas ook niet te hebben over de bereikbaarheid en de staat van bruggen in het achterland; die wegen staan dan gewoon onder water. Die bruggen zijn dus belangrijk, daar moet geld komen voor onderhoud, maar first things first.
Eerst onze bescherming tegen de zee op orde. Ter herinnering: we zijn en blijven een landje onder zeeniveau.
Maarten Poort, Alkmaar
Met verbazing heb ik de reconstructie van bruggen in verval gelezen. Ik kan dit zelf niet los zien van de analyse over de najaarsbegroting.
Het zogenaamde verzachtende cadeautje voor box 3 van 4 naar 10 miljard euro is een voorbeeld van totaal vervreemde belangen en keuzes. Dat een rechtse meerderheid inclusief VVD en CDA in de Eerste Kamer op deze manier nog veel verder wil gaan, is onbegrijpelijk. Vooral wanneer je leest dat Rijkswaterstaat ‘slechts’ 500 miljoen euro extra voor zijn opgave ter beschikking krijgt.
Naar mijn mening is het niet uit te leggen om hier überhaupt voor te pleiten. Het noodzakelijke onderhoud, zodat Nederland in beweging kan blijven, dient tenslotte iedereen en ook belangrijke opgaven zoals woningbouw en defensie. Daar zou een ieder profijt en belang bij hebben, ook de meest vermogende. Houd Nederland in beweging, want stilstand is achteruitgang. En een euro kun je maar één keer uitgeven.
Steef den Elzen, Zaandam
Een zeer raak artikel van Jurre van den Berg over het enorme achterstallig onderhoud aan de infrastructuur en met name de bruggen in Nederland. Er is terecht veel aandacht voor de financiële, technische en politieke aspecten die hierin een grote rol spelen.
Wat ik echter geheel mis, zijn de organisatorische en psychologische oorzaken. Bij het Rijk staan onderhoud en nieuwbouw geheel los van elkaar en bij de provincies in verschillende mate, afhankelijk van de provincie. Dit belemmert een goede integrale afweging van doorgaan met onderhoud of tijdig een complete renovatie of vervanging.
Daarnaast blijft het mensenwerk. De mensen die bij het beheer en onderhoud werken zijn er vooral op gericht om dit zo lang als mogelijk te blijven doen met zo min mogelijk hinder voor het verkeer. De mensen van de nieuwbouw zijn er vooral op gericht een aansprekend (groot) infraproject te realiseren waarbij, zoals Jurre van den Berg terecht aangeeft, je ook politiek scoort.
Deze verschillen bevorderen op zijn zachtst gezegd niet de integrale benadering van een goede afweging van onderhoud versus tijdige vervanging – en dus de beste besteding van onze belastinggelden.
Jos Harmsen, voormalig Hoofd Beheer en Onderhoud Provinciale Vaarwegen Provincie Noord-Holland, Bloemendaal
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant