Home

Van bijbelse geboorte naar volwassenheid met grootstedelijke problemen: na de tekentafel begon het pas voor Lelystad

De leefbare stad | Lelystad, Nederland Een stad is een organisme en moeilijk te sturen. Ook Lelystad, dat achter een bureau is bedacht en gebouwd met ideale omstandigheden, liep onvermijdelijk tegen grootstedelijke problemen aan. De belangrijkste les van deze inmiddels volwassen polderstad: denk beter na over openbaar vervoer.

De Zuiderzeewijk in Lelystad worstelt met armoede en criminaliteit.

Op sociologische kaartjes kleurt de Zuiderzeewijk in Lelystad dieprood: armoede, criminaliteit, verloedering. Tijdens een korte wandeling door de wijk is daar weinig van te merken. De zon schijnt, de brede straten zijn schoon, het gras is gemaaid en de schoolkinderen kraaien en spelen. „Maar let op”, zegt buurtwerker Ronnie Lans (45), „veel problemen zitten verscholen achter de voordeuren. Zie je dat huis?” Hij wijst naar een ruime woning met drie lagen in typische Lelystad-stijl: kleine gevels, platte daken en een dakterras. „Die drie lagen zijn ideaal voor huisjesmelkers. Opsplitsen, extra toiletten, keukentje plaatsen en klaar. Zet er een paar arbeidsmigranten in en je vangt zo duizend euro per verdieping.”

Serie De leefbare stad

Steeds meer mensen leven in steden, die voortdurend in ontwikkeling zijn.Hoe hou je de stad leefbaar?In een serie brengt NRC in kaart hoe oude en nieuwe steden proberen een aantrekkelijke leefomgeving te scheppen.

De rust die nu in de wijk heerst, duurt bovendien niet de hele dag, waarschuwt Anna Rijpsma (44) terwijl ze naar een karakteristiek hofje kijkt. „Als iedereen vanavond weer thuiskomt, is er geen parkeerplek meer te vinden. Dat leidt tot veel irritatie bij bewoners.” Rijpsma is programmamanager bij Samen Lelystad-Oost, een project dat zich richt op kwetsbare wijken. Want dat is een van de lessen van Lelystad: elke stad die groeit, ontkomt niet aan grootstedelijke problematiek. Hoe maagdelijk het ooit ook begon.

Het heeft haast iets Bijbels: een nieuwe stad stichten op onontgonnen, aan de natuur onttrokken land. Het klinkt al door in de woorden van de geestelijk vader van Lelystad, de befaamde architect Cornelis van Eesteren. Hij schreef in 1964 in zijn stedenbouwkundig plan: „Lelystad stichten is een wilsdaad. Het aanvaarden van zulk een plan wil zeggen: trachten de toekomst in het heden te plaatsen.”

In de jaren vijftig waren bestuurders niet bang voor grote projecten. De oorlog was voorbij, er werden veel kinderen geboren en de woningnood was hoog. Het nationale gesprek ging over volkshuisvesting. En het bleef niet bij praten. Amsterdamse schoppen gingen de grond in voor uitbreiding van de hoofdstad en er was behoefte aan vers land. In het nieuwe Lelystad, op hectares vol vruchtbare landbouwgrond, zouden wonen, recreëren en werken perfect naast elkaar bestaan.

Lelystad moest ook gekoppeld worden aan de verstedelijkte Randstad. Sterker nog: een intiem, dorps karakter was zeer ongewenst. Lelystad moest modern, functioneel zijn, met rechte lijnen („rechthoekig”, schrijft Van Eesteren), ruimte voor fabrieken en groei en, uiteindelijk, 100.000 inwoners.

Niet iedereen stond te springen om te verhuizen. Daarom werd de zogeheten rimboetoeslag ingevoerd, een korting op de huur. Bram Sutdorp (76) kon destijds een baan krijgen in Lelystad en was een van de pioniers. In 1972 vestigde hij zich met zijn vrouw Alie (75) in de Zuiderzeewijk, vertelt hij in het moderne en aangenaam koele wijkcentrum. Hij wijst naar plekken in de wijk: „Toen wij kwamen was het bijna allemaal nog zandvlakte. Daar zat de groenteboer, de slager en de kruidenier en het postkantoortje.”

Buurtbewoner Leo Broekman kwam uit Friesland in 1984, ook voor werk. Er waren huizen in overvloed. „In die dagen hebben we mensen meegemaakt die eigenlijk moesten schilderen maar daar helemaal geen zin in hadden. Dan gingen ze kijken in de buurt welk huis er leeg stond en wel knap uitzag. Daarna gingen ze naar de woningbouw om te vragen of ze konden verkassen en die waren heel coulant. Oh, dat mag hoor. Ga maar.”

Pas gebouwde woningen in het nieuwe Lelystad, in 1968

De stad is volwassen geworden

Lelystad is een mozaïekstad geworden, schreef de gemeente rond haar vijftigjarig bestaan in 2018, met groeiende segregatie en weinig samenhang tussen de wijken. Er is geconcentreerde en monotone bouw in de wijken die stamden uit de jaren zeventig en tachtig. Wijken bovendien met een kwetsbare groep inwoners, hoge werkloosheid, hoger zorggebruik en lagere maatschappelijke participatie.

Nu, in 2026, telt Lelystad meer dan 86.000 inwoners, twaalf wijken en heeft het een station dat pronkt als Rijksmonument. Het duurste huis op Funda kost 2 miljoen euro. De stad is de puberfase ontgroeid. Inmiddels ex-wethouder Wonen Sjaak Kruis (2022-2026, GroenLinks): „Een voormalig hoofd stedenbouw hier zei altijd: een stad is volwassen zodra het eerste kerkhof vol is. Nou, daar zijn we een eind in opgeschoten.”

Een van de historische lessen van Lelystad is volgens Kruis het omarmen van water. De stad is met de rug naar het IJsselmeer gebouwd. Vanuit de inpolderingsgedachte werd nog gedacht dat water de vijand was, tegenwoordig is dat anders. „Nu zijn we de inhaalslag aan het maken. Water is je vriend, het levert woonkwaliteit op. Het eerste plan van Van Eesteren oriënteerde de stad al op het water. Zijn opvolgers veranderden dat echter. Dat heb ik altijd jammer gevonden.” De stad keert zich dus nadrukkelijker naar het water. Er zijn vier jachthavens, de kuststrook wordt ontwikkeld en er komt een stadsstrand.

De flexibiliteit van de stad is volgens hem ook een kracht. Er is bij het ontwerp van de stad voorzien in ruimte voor groei. Daarvoor hoeft bijvoorbeeld niet de hele verkeersstructuur omgegooid te worden. Ook het groen is een grote les, zeker met de opwarming van steden in het achterhoofd. Het ontwerp was van begin af aan een goede balans tussen, zoals Kruis dat noemt, „rood en groen”. Waarbij niet alles wat wortels heeft, heilig is. „Omdat niet ieder grasveldje ecologische waarde heeft. Er komt een nieuwe wijk, met ongeveer 15.000 nieuwe woningen. Ook in het centrum komen meer huizen. Voor een deel ga je daar de hoogte in. Maar je moet dat koppelen aan de kwaliteit van de openbare ruimte. En van het groen. En van de bereikbaarheid en de veiligheid.”

Ook door middel van Lelystad-Haven heroriënteert de stad zich op het water.

Strandpaviljoen Tom’s Beach aan het Bovenwater in Lelystad.

Maar onthoud, vertelt architectuurhistoricus Michelle Provoost, de belangrijkste les voor als we nog eens zoiets gaan ondernemen: „Een stad is geen project dat helemaal op de tekentafel gemaakt wordt. Je kunt een bepaald ontwerp schetsen. Maar daarna wordt het van alle kanten onder vuur genomen. In Lelystad is dat natuurlijk ook gebeurd. Het werd een speelbal van de omstandigheden.” Mensen die door de stadsvernieuwing uit Amsterdam weg moesten, bijvoorbeeld, kwamen eerst in Lelystad terecht maar verhuisden massaal naar Almere – omdat die nieuwe stad dichter bij Mokum ligt.

Parkeren en afval

Lessen? Zorg voor voldoende parkeerplekken in de wijken, zeggen de wijkbewoners, op verzoek van NRC verzameld rond een grote tafel. Vroeger was het normaal om één auto te hebben. Maar tegenwoordig hebben sommige huishoudens er twee of zelfs drie. Dat past nooit allemaal in dat schattige hofje dat ontwerpers bedachten.

Dan het afval, een probleem in elke grote stad. Heel veel tijdelijke inwoners – arbeidsmigranten – schrijven zich niet in bij de gemeente en krijgen geen pasje voor de afvalcontainers. En dus dumpt iedereen zijn spullen daar. Al heeft dat ook voordelen, grapt Leo Broekman. „Als ik nu ga melden dat ik mijn bankstel kwijt wil, duurt het twee, drie weken voordat ze hem komen halen. Als ik hem bij de container neerzet is ie maandag weg. Misschien morgen al.”

Ilse Doedens-Brink (46), van het wijkcomité Zuiderzeewijk, haakt daarop in. Handhaving is volgens haar van essentieel belang. De boa’s in de wijk doen hun best maar het aantal meldingen is soms overweldigend. Er werden in de periode januari tot mei alleen al meer dan 6.300 officiële meldingen gedaan over het afval. Dat is te veel voor een team van acht. „Het is leuk om allerlei regels op te stellen. Maar als je ze vervolgens niet kunt handhaven, ja, dan kan iedereen gewoon voor God spelen en doen wat hij wil.”

Maar het belangrijkste, zegt ze, is buurtgevoel. En dat mist ze steeds vaker. „Mijn zoontje is negen en zit hier in de wijk op school. Er zijn maar weinig ouders die zich melden als vrijwilliger. Kinderen gaan zelf naar school, worden niet meer gebracht door hun ouders. De deur gaat open, het kind gaat naar buiten en komt later weer thuis.”

In de Zuiderzeewijk is een tekort aan parkeerplekken: de hofjes zijn niet bedacht op huishoudens met meerdere auto’s.

Buurtwerker Ronnie Lans herkent dat. Mensen schieten hem minder snel aan met een hulpvraag. Hij vertelt dat mensen uit de wijk eerder naar de moskee gaan met hun problemen. Daar heeft hij wel contact mee, maar niet structureel. En, zegt hij: „Er is heel veel wantrouwen naar instanties. Ik ben ook van een instantie, maar ik loop nu al drieënhalf jaar rond. Op een gegeven moment gaan ze je vertrouwen. Ik loop niet in uniform rond. Ik ben geen wijkagent, geen handhaving. Ik ben gewoon één van jullie. Ik ben ook gewoon een Lelystedeling.”

Oud-wethouder Kruis is ervan overtuigd dat een wijk sterker wordt als er verschillende mensen wonen: koophuizen naast sociale huurwoningen, verschillende leefstijlen, werkenden naast mensen met een uitkering. Maar, geeft hij toe, het is nog lang niet overal gelukt om een goede mix samen te stellen: „Op de samenstelling van een bevolking heb je maar beperkt grip. Vanuit het verleden hebben we op plekken in de stad echt nog wel werk te doen. Maar daar gaat al snel twintig jaar overheen, dat zijn de termijnen waar je het over hebt.”

Treinverbinding met de rest van het land

Ook als de omstandigheden volledig maakbaar zijn (genoeg ruimte, vruchtbare grond, de nieuwste bouwtechnieken) duurt het nog best lang voor een stad volgroeid is. En met het loslaten van de adolescentie komen weer nieuwe grootstedelijke problemen. Dus tien nieuwe steden, zoals D66 tijdens de vorige verkiezingscampagne riep? Rijksbouwmeester Francesco Veenstra zag dat vooral als verkiezingsretoriek.

Nederland moet toekomstbestendig worden, zegt hij. Maar niet alleen maar door land op te offeren voor nieuwe gebouwen. „Omdat ik erin geloof dat we beter bestaande structuren kunnen versterken, zowel in dorpen als stedelijke gebieden.” Wat hem betreft moet er geïnvesteerd worden in bestaande infrastructuur. Het gaat dan niet alleen om wegen, maar ook om energienetwerken, waternetwerken en natuurnetwerken. „Een nieuwe stad is niet een oplossing voor de problemen waar we nu, maar ook over twintig jaar, mee te maken zullen hebben.”

Heiwerk voor de eerste serie woningen in Lelystad, in 1966

Ook hij noemt diversiteit in de buurten en woonwijken cruciaal. Mits er voldoende voorzieningen zijn, zoals voetbalveldjes, wijkcentra of winkeltjes, die zorgen voor een gevoel van verbondenheid en nabijheid. Mobiliteit is minstens zo belangrijk, en daarbij zou de auto niet centraal moeten staan. Met de kennis van nu, vindt Veenstra, had aan de tekentafel beter nagedacht moeten worden over het openbaar vervoer. Te lang heeft Lelystad moeten wachten op een fatsoenlijke treinverbinding met de rest van het land. „De Lelylijn, de verbinding tussen de Randstad en via Groningen naar Noord-Duitsland, had als voorwaardelijke conditie gesteld moeten worden voor de inrichting van Flevoland.”

Lely-pionier Leo Broekman heeft ook nog wel wat suggesties voor toekomstige stedenbouwers. Hij vertelt dat hij van huis uit timmerman is en ooit werkte aan een school die later mogelijk zou worden omgevormd tot verpleeghuis. Alle leidingen voor alarmsystemen werden alvast gelegd. „Het was een dure manier van bouwen. Maar in de toekomst wel veel bestendiger.”

Programmamanager Anna Rijpsma ziet om zich heen dat woningen net niet passen bij bewoners. „Als je een nieuwe stad gaat ontwikkelen kun je best grote woningen maken. Maar maak ze dan zo dat je ze over twintig jaar kunt splitsen. Daar kun je ook al rekening mee houden in je ontwerp. Dat is in Lelystad niet gebeurd.”

Deel 1

Deel 2

Deel 3

Deel 4

Deel 5

Deel 6

Wonen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next