Home

‘Ik realiseerde me: ik ben een verdachte geworden’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Tessa Ros (32) was onderweg naar een spoedmelding en zag een fietser van links over het hoofd.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Tijdens een nachtdienst op het hoofdbureau in Rotterdam werd gemeld dat er bij het Hofplein een ruzie was waarbij met een vuurwapen werd gedreigd. We trokken onze zware vesten aan en reden er met twee politiebussen en een motoragent naartoe.

‘We hadden alleen onze zwaailichten aan – je wilt niet dat een verdachte de sirenes hoort aankomen, dat kan de boel escaleren en je wilt ook niet dat de verdachte vlucht.

‘De voorste politiebus stak het Hofplein over, dat is een grote rotonde. Ik reed er vlak achter, met Jochem als bijrijder. Bij de tweede stoplichten wachtten fietsers zodat ik kon doorrijden, ik reed door rood. Op dat moment, ik had haar niet gezien, kwam van links een meisje aangefietst. Ik trapte al vol op de rem toen Jochem schreeuwde: ‘Stop!’

‘Te laat; het meisje klapte tegen onze voorruit. We voelden de klap: boem! Onze voorruit barstte, zo hard ging het, ik schrok me rot. Ze rolde over de motorkap en klapte een eind verder op het wegdek.

Buiten bewustzijn

‘Jochem en ik renden naar haar toe, een jonge vrouw van begin twintig. Ze was buiten bewustzijn. Ik legde mijn hand onder haar hoofd om haar te stabiliseren, en voelde meteen dat haar hoofd bloedde. ‘Ze is dood’, zei ik, waarna Jochem meteen naar de bus terugrende om de AED te halen zodat we haar konden reanimeren.

‘Nog voordat hij terug was, kwam ze bij. Ze schreeuwde van paniek en pijn. Ik dacht: ze leeft nog, en voelde een enorme opluchting. Ik hield haar vast en zei een paar keer: ‘Kun je me horen?’, maar ik kreeg geen contact.

‘Twee collega’s van de voorste bus kwamen aanrennen en zeiden: ‘Tes, jij moet hier weg.’ Ze begeleidden me terug naar het bureau. Ik hoorde over de portofoon: ‘Collega heeft aanrijding met een fiets.’ En: ‘Het mobiel medisch team is onderweg.’ Dat zijn de medewerkers van de traumahelikopter. Dan is er echt iets heel heftigs aan de hand. Ik schoot vol en dacht: wat heb ik aangericht?

Advocaat

‘Terug op het bureau kreeg ik een knuffel van de assistent-coördinator. Maar ik schrok toen ze zei: ‘Heb je al een advocaat?’ Alle collega’s in het centrum werden na de afhandeling van dit incident naar binnen geroepen om het te verwerken; dit had iedereen kunnen overkomen.

‘Met een man of acht gingen we even bij elkaar zitten, iedereen was geschrokken. Ik voelde me gesteund, maar dacht ondertussen: zometeen worden we gebeld dat het slachtoffer alsnog is overleden. Verschrikkelijk.

‘Terwijl ik koffie ging halen, kwamen twee collega’s van Team Verkeer naar me toe en vroegen of ze even met me konden praten. ‘Tessa gaat met niemand in gesprek voordat ze een advocaat heeft gesproken’, onderbrak de coördinator hen stellig. Die verkeersjongens protesteerden en zeiden: ‘Voor ons is ze nu nog getuige, hoor.’ Op dat moment realiseerde ik me: ik ben een verdachte geworden.

Enorme opluchting

‘Ambulancepersoneel liet via een collega weten dat Jochem en ik onze ogen moesten spoelen wegens het risico op glassplinters uit onze voorruit. Dat deden we bij de oogdouche voor arrestanten tegen wie pepperspray is gebruikt. Tegen de ochtend bracht een vriendin me naar huis. Ik sliep heel slecht.

‘De volgende dag belde mijn chef. Hij vertelde dat het slachtoffer geen hersenletsel had. Dat luchtte enorm op. Haar hoofdwond viel mee. Wel had ze een gebroken pink en een gekneusde enkel. Ik heb die dagen veel gehuild, zoiets hakt erin.

Zakelijk en afstandelijk

‘Een tijd later ging Team Verkeer mij horen als verdachte. Toen ze me de folder onder mijn neus schoven waarin alle rechten van een verdachte staan, zei ik: ‘Normaal ben ik degene die deze foldertjes uitdeelt.’ Ook tijdens het gesprek, dat ruim vierenhalf uur duurde, waren ze heel zakelijk en afstandelijk, hoewel we gewoon collega’s zijn. Dat vond ik moeilijk.

‘Ik had de Wegenverkeerswet overtreden: ik mocht die nacht wel door rood rijden, maar niet harder dan 20 kilometer per uur. Ik had dat met 18 kilometer overschreden. In eerste instantie kreeg ik een boete van 500 euro, maar uiteindelijk is dat een disciplinaire straf geworden.

Nooit gewild

‘Je worstelt met de vraag: is dit het waard? Wil je echt vijf seconden eerder bij een melding zijn? Of wil je dat iedereen heelhuids aankomt? Jochem had ook veel last van de aanrijding gehad. Samen volgden we een rijcursus vanuit de politie; je moet toch een drempel over. Sindsdien zit ik veel bewuster achter het stuur.

‘Ik heb verschillende keren aangegeven dat ik graag met het slachtoffer in gesprek wil, maar zij stond daar niet voor open. Mocht ze dit lezen, dan zou ik willen zeggen dat het me spijt, dat ik dit nooit heb gewild, en dat onder dit uniform gewoon een mens zit met wie dit ook heel veel heeft gedaan. Misschien helpt het in haar verwerking. Ik wens haar in ieder geval het allerbeste toe.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next