Home

Discussiëren met mannen

Een vriend belde. Over diens leeftijd, huidskleur of sekse zal ik verder niet uitweiden. „Wat was ook alweer jouw argument tegen biologisch vlees? Als de dieren een goed leven hebben gehad zeg maar?”

Over veganisten ging jarenlang een grap rond – ‘grap’ neme men hier in de ruimste zin van het woord: ‘Hoe weet je of iemand vegan is? Omdat die het zelf vertelt.’ Tegenwoordig hoeft de vegan niet over veganisme te beginnen, meestal doen de non-vegans dat. Voor vrienden lijk ik steeds vaker de vegan-vraagbaak. Ik probeer dat als positief te zien: in ieder geval zijn ze aan het nadenken over hoe ze met dieren omgaan.

„Wat is er ook alweer mis met zuivel?”

„Het is gestolen moedermelk. Bedoeld voor haar baby.”

„Planten leven ook, waar trek je de grens?”

„Bij voelende wezens.”

En nu, aan de telefoon: „Biologisch vlees?”

„Die dieren willen ook leven en je hebt het niet nodig, dus waarom zou je?” zei ik.

De vriend poneerde het oerbelegen: „Tijgers eten ook dieren.”

Om het eten van dieren te verdedigen, komen non-vegans altijd met dezelfde argumenten – ook ‘argument’ neme men hier in de ruimste zin van het woord. Eigenlijk zijn het flauwe smoesjes, opgediend als argumenten. Planten hebben ook gevoel. Nomaden in de Sahara die een geit slachten. Dieren eten ook dieren. Het hele repertoire kwam in het telefoongesprek voorbij.

Elk van die flauwekulargumenten kent een net zo oude weerlegging. Vegetatie is niet hetzelfde als voelende wezens. Je bent geen nomade, je woont naast een supermarkt. Veel dieren eten uitsluitend planten – waarom worden zij eigenlijk nooit als voorbeeld genoemd?

In principe moet elk debat rond dieren eten door de veganist gewonnen worden. Niet per se omdat we goede debaters zijn, maar omdat discussiëren met diereneters is als schaken met twee extra koninginnen. Het eten van dieren is hier en nu domweg onverdedigbaar. Desnoods beantwoord je elk excuus met: „Als jij het dier was aan de andere kant van het mes, wat zou je dan vinden van je eigen argument?” En dan maar hopen dat je debatpartner eerlijk is. Spoiler: dat zijn de meeste niet. Zonder op jouw tegenvraag in te gaan, staan ze al klaar met de volgende opgewarmde prak: ‘Mensen hebben hoektanden’, ‘In de prehistorie ving oom Jaap een nijlpaard’.

Toen de vriend beweerde dat wanneer een tijger een van zijn kinderen zou opeten, hij daar geen probleem mee had, verloor ik mijn geduld misschien een beetje. De zondagmiddag wegdiscussiëren alla, maar poneer wel stellingen waar je achter kunt staan.

De volgende dag stuurde hij een spraakbericht van ruim vijftien minuten waarin hij me uitlegde hoe complex het was te bepalen welke dieren bewuster of intelligenter zijn dan andere. De term ‘voelend’ in ‘voelend wezen’ verwarde hij met zowel bewustzijn als intelligentie en de mate van aanwezigheid daarvan. Nu moest ik hem de gebruikelijke weerleggingen op dat gebazel gaan terugsturen: bewustzijn of intelligentie kunnen niet bepalend zijn voor je recht op leven. Wat doe je dan met comateuze of intellectueel uitgedaagde medemensen? Et cetera.

Gelukkig bleek mijn reactie niet nodig, de vriend sloot zijn geraaskal af met wat ongevraagde feedback: over mijn toon. Ik was nogal fel over dit onderwerp, vond hij. Elke vrouw weet wat het betekent als een man tijdens een verhitte discussie over je toon begint. Dan gooit hij de handdoek in de ring. Op argumenten heb je hem gevloerd. Hij legt zijn koning neer – of alle drie, als hij ze had.

Voeding

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next