Maandag begint het academisch jaar. Wat zijn de uitdagingen en kansen in het universitair onderwijs? Drie uitstekende (volgens studenten en collega’s) docenten leggen het uit.
Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.
Natuurkundige Miriam Blaauboer van de TU Delft, docent van het jaar 2025: ‘We hebben minder contact met studenten, dat is een landelijke trend. Ze komen minder naar de campus voor onderwijs. AI speelt daarin een rol, covid ook.’
Bioloog Anneke Valk van Wageningen Universiteit, docent van het jaar 2026: ‘In Wageningen hebben we veel practica, dus studenten komen nog. Ik merk wel hoe ze continu naar hun telefoon worden getrokken. Als ik veertien jaar geleden, toen ik begon, een collegezaal binnenliep, was daar gepraat en gedoe en moest ik moeite doen om de aandacht te krijgen. Nu is het muisstil, want iedereen zit op zijn telefoon.
‘Wat doet dat met de aandachtsspanne en concentratie van studenten? Met hun onderlinge contact en mentale welzijn? Studenten lopen met grote zorgen rond. Hoe gaat het met de wereld en klimaatverandering? Hoe vind ik nog een huis? Dit is de eerste jongere generatie die ongelukkiger is dan de generatie erboven. Daar moeten we ons als docenten van bewust zijn.’
Speltheoreticus Loe Schlicher van de TU Eindhoven was in maart finalist bij de verkiezing van docent van het jaar. ‘Niets werkt zo goed als een-op-eenonderwijs. In de praktijk is daar geen capaciteit voor, maar AI kan de grote zus zijn die haar zusje in 2 havo helpt. Zeker in wiskundevakken zijn de antwoorden gewoon goed. Dat is ook problematisch. AI antwoordt altijd, zelfs als je vraagt dat niet te doen.
‘Ik denk dat universiteiten gereguleerde AI-tools moeten aanbieden die studenten helpen, zonder meteen antwoorden weg te geven. Als je dat op de campus organiseert, zodat studenten niet thuis kunnen ‘spieken’ met andere tools, kun je zo een sparringpartner creëren.’
Miriam Blaauboer: ‘Ik vind het niet gek dat studenten veel AI gebruiken. Zo’n AI-docent die jou als student helpt de stof te begrijpen is in zekere zin een democratisering van het onderwijs. Dat begon al met internet. Er is veel dat studenten niet van mij hoeven te leren. Als een goede Harvard-docent zijn colleges online zette en studenten begrepen het daardoor beter, dan had ik daar geen moeite mee.’
Anneke Valk: ‘AI is een enorme uitdaging, omdat AI weerstand weghaalt. Net zoals je gewichten nodig hebt om je spieren sterker te maken, moet je brein worden uitgedaagd om sterker, scherper, analytischer te worden. Dat verdwijnt als AI de antwoorden geeft. En studenten nemen ook alles wat eruit komt voor waar aan.’
Loe Schlicher: ‘Twee jaar geleden dacht ik een mooie opdracht gemaakt te hebben. Maar ik schrok van hoe goed de antwoorden van veel groepen waren. Ik heb de studenten op gesprek laten komen en het gat bleek groot tussen hun kennis en wat op papier stond. Het is een gevaar dat wij als docenten onvoldoende inzien hoe makkelijk studenten AI voor dit soort taken gebruiken. En dat we dus onvoldoende snel anticiperen op andere vormen van onderwijs. Het vraagt om een andere manier van tentaminering en van het vak opzetten. En dat moet nu gebeuren.
Anneke Valk: ‘Hoe zet je AI in in je lessen? Wat leg ik uit aan studenten, hoe begeleid ik ze erin? Want je wilt ze echt informeren en zelf laten nadenken. Op de universiteit gaat de verandering nu heel traag. Er zijn goede initiatieven, maar bijvoorbeeld de toetsing is nog erg gebaseerd op vraag-antwoord. Misschien moeten we studenten zelf laten schrijven of ze hun vaardigheden laten zien. Of terugkeren naar een mondeling.’
Miriam Blaauboer: ‘Mijn studenten staan argwanend tegenover AI. Als je ze vraagt of ze het voor hun scriptie hebben gebruikt, krijg je een stellig nee. Ze willen het zelf kunnen. Dat vind ik hoopgevend. Maar er komt een generatie aan die nu op de basisschool zit. En hoe die een kader van kennis moet verwerven, los van AI, daarvan heb ik nog geen goed idee.’
Loe Schlicher: ‘Ik vind het belangrijk dat studenten leren omgaan met onzekerheid, dat ze leren dat het niet draait om antwoorden of toewerken naar een toets. Als ze straks de industrie in gaan of wetenschapper worden, ligt het antwoord ook niet klaar. Dan kunnen ze mij niet bellen en vragen: Klopt mijn antwoord?
‘Ik heb een aantal jaren geleden een vak volledig herontworpen. Een klein gedeelte van de opgaven heeft een volledig antwoord. Alle andere niet. Ik stel vragen. Klopt het? Waarom denk je dat? Wat maakt dat jij denkt dat dit een goede richting is? Die discussie is belangrijk.
‘De onzekerheid speelt niet alleen op de universiteit. Ook op de middelbare school vragen leerlingen: moet ik dit leren voor de toets? Het systeem creëert studenten die moeite hebben met onzekerheid.’
Miriam Blaauboer: ‘Waar ik veel over nadenk: hoe bied je meerwaarde boven op alles wat er al is en gevonden kan worden. Dat moeten we ook aan studenten vragen. Het wordt, denk ik, meer een coachingrol of gewoon een vraagbaak. Dat je inloopuren hebt waar studenten vragen kunnen stellen. Voor mij staat centraal dat de methode van leren voor iedereen anders is. Daar moet je bij aansluiten.’
Anneke Valk: ‘Je wilt studenten vaardigheden leren waar ze echt wat aan hebben, want alle kennis is op te zoeken. Al kun je niet helemaal zonder. Net zoals je een taal pas beheerst als die voldoende in je hoofd zit. Ik kan niet met een woordenboek over straat en dan Frans gaan spreken. Onderwijs is sterk op kennis gebaseerd. Ik denk dat er meer aandacht mag uitgaan naar vaardigheden en persoonlijke ontwikkeling.’
De verkiezing tot docent van het jaar is een initiatief van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). Elke hogeschool en universiteit kan een docent voordragen, daarna kiest een jury van studenten en docenten vier finalisten die in een theater ieder een minicollege houden om te laten zien wat ze kunnen.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant