Tijdens de 45ste editie van het Festival Oude Muziek in Utrecht draaide alles om de menselijke stem. Het openingsweekend bood een indrukwekkende staalkaart aan polyfonie.
schrijft voor de Volkskrant over opera.
De Dom van Utrecht is ongeveer negentig jaar jonger dan de Notre-Dame, maar waar kom je elders in de stad dichter bij de sfeer van de Parijse kathedraal rond 1200? Daar bloeide toen uit het strakke, eenstemmige gregoriaanse gezang de fantasierijke meerstemmigheid die bekendstaat als de School van Notre-Dame. Op vrijdagmiddag was die ontwikkeling meteen te horen tijdens het eerste concert van het Festival Oude Muziek in Utrecht, het grootste in zijn soort wereldwijd.
Het Huelgas Ensemble trapte dit ‘prelude-concert’ af met een gregoriaanse litanie ter ere van de Franse koning, waarin het zich herhalende patroon steeds werd doorbroken door verrassende versieringen en afwijkende tempi.
Tijdens deze 45ste festivaleditie draaide het om de menselijke stem. Niet voor niets luidde de slagzin op de affiches: ‘Giving Voice’. Op deze eerste dag lag de nadruk op polyfonie, het weven van twee of meer onafhankelijke melodieën door elkaar. En wat een weelde van meerstemmigheid lieten de mannen en vrouwen van het Huelgas horen.
Onder leiding van Paul Van Nevel maakten de zangers een ontspannen indruk, terwijl ze minutenlang rotsvast een baslijn aanhielden of een delicaat vierstemmig kantwerk rond een blije hoofdmelodie weefden in een lofzang op Maria. Het waren allemaal stukken van onbekende componisten, met twee uitzonderingen. De vloeiende, oosters klinkende lijnen in Haec dies van Leoninus zijn haast te sensueel voor een loflied aan de Heer. In Viderunt omnes van Perotinus ontploft bijna elke lettergreep in kleurrijke vierstemmigheid.
De ambitie van Alessandro Striggio, componist in dienst van de bankiersfamilie Medici, was op het gebied van meerstemmigheid bijna grenzeloos. Maar liefst veertig stemmen verwerkte hij in zijn motet Ecce beatam lucem, dat hij vervolgens gebruikte als basis voor een veertigstemmige mis, de Missa sopra Ecco sì beato giorno. Tijdens het officiële openingsconcert op vrijdagavond waagde dirigent Hervé Niquet zich aan beide werken.
In de Grote Zaal van TivoliVredenburg stond hij omringd door de leden van Le Concert Spirituel: veertig zangers, opgedeeld in vijf koren, en musici met opvallende oude blaasinstrumenten zoals de dulciaan, een voorouder van de fagot. Dat bij zo’n monumentale uitdaging de intonatie af en toe wankelde, was te verwachten. Ook zongen enkele sopranen vrij schel en niet alle zangers gleden even soepel door de trossen snelle noten.
Maar wat de impact van dit grandioze werk echt verzwakte, was de beslissing om het in stukken te hakken en tussen de misdelen andere geestelijke werken uit de Italiaanse renaissance in te zetten. Ook liturgisch klopte het niet helemaal, hoe fraai ook het Magnificat van Orazio Benevoli en de voor blazers bewerkte stukken van Palestrina waren.
Zaterdagochtend waren in de Stadsschouwburg weinig kinderen aanwezig bij de familievoorstelling Arlecchina: An Early Musical. Zonde, want deze opera van muziektheatergezelschap Art House 17 over een houten pop, vertolkt door danseres Mareike Franz, is zeer charmant. De zang in de greatest hits uit de 16de en 17de eeuw – denk aan Dowland, Purcell en Monteverdi – was van wisselend niveau, maar er waren genoeg visuele grappen en vrolijke deuntjes om een jong publiek een uur lang te boeien.
Het verhaal was eenvoudig te volgen zonder de liederen in het Frans, Italiaans en Engels te kunnen verstaan: een rondreizend theatergezelschap steekt de zee over om voor de koningin van Engeland op te treden. Zij wordt vertolkt door niemand minder dan sopraan Emma Kirkby. Ingewijden zullen weten dat zij de koningin is van de heropleving van de oude muziek in de jaren zeventig. Over stemmen gesproken.
’s Middags in de Pieterskerk ontvouwde zich een middeleeuwse thriller. Zangeres en musicoloog Katarina Livljanić blijft graven naar muziek uit het verre verleden. Vervolgens brengt ze de noten tot leven met haar ensemble Dialogos, waarvan de bezetting steeds anders is.
Ditmaal volstonden Livljanić, zangeres Clara Coutouly, een fluit en een vedel om een turbulente gebeurtenis te reconstrueren met muziek uit het Winchester Troper, een manuscript waarin tussen de gregoriaanse muziek ook geraffineerde tweestemmige muziek is opgetekend: zeer vroege polyfonie, dus.
In 964 schopte bisschop Athelwold de kanunniken van de kathedraal van Winchester eruit, omdat ze dronken, schransden en te veel seksten. Hij verving ze door monniken uit Abingdon. Met veel overgave maakte Dialogos van dit gegeven vocaal theater van hoog niveau. Al ‘leefde’ hij bijna twee eeuwen later, op elk moment kon je je voorstellen dat broeder Cadfael, de speurende monnik uit de misdaadboeken van Ellis Peters, zou verschijnen om uit te zoeken welke opstandige geestelijke de bisschop had vergiftigd.
Het Festival Oude Muziek Utrecht heeft zijn eigen streamingdienst. Op Early Music Television (EMTV) zijn enkele concerten tegen betaling als livestream te bekijken, waaronder twee zelden gehoorde werken: de opera Alcide (1693) van Marin Marais en Louis Lully en het oratorium Atalia (1692) van Francesco Gasparini. Het openingsconcert met de veertigstemmige mis van Alessandro Striggio is gratis beschikbaar.
Klassiek
Huelgas Ensemble ★★★★☆
Le Concert Spirituel ★★★☆☆
Arlecchina An Early Musical ★★★☆☆
Dialogos: ★★★★☆
28 en 29/8, div. locaties in Utrecht. Het festival duurt t/m 6/9.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant