Het regende deze zomer geen nattigheid maar records, van warmte, droogte en brand. Toch worden zomers zoals die van 2026 in rap tempo normaal. Nu de meteorologische zomer afloopt: tijd voor een terugblik.
is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Niet de zinderende zomer van 1976, die zomer waarvan de beelden nog altijd rondgaan op internet. Niet de zomer van 1947, toen er in ons land liefst vier hittegolven waren. Nee: de veruit warmste zomer die tot dusver werd gemeten, is die van 2026.
Gemiddeld bedroeg de temperatuur in ons land 19,4 graden. Een krankzinnige uitschieter eigenlijk: de vorige recordwarme zomer (2018) was een halve graad koeler, de superzomers van 1947 en 1976 zelfs meer dan een graad minder warm.
En toch, zegt KNMI-klimaatwetenschapper Peter Siegmund desgevraagd, was de zomer ook weer niet zo uitzonderlijk. ‘Het is maar hoe je ernaar kijkt. Het jaar 1947 zat verder af van de toenmalige trendlijn van het klimaat, en was dus een grotere uitschieter. In het huidige klimaat kun je een zomer zoals dit jaar eens in de vijf jaar verwachten’, rekent hij voor.
Belachelijke cijfers leverde het op. In Zuid-Limburg was het in totaal 27 dagen tropisch warm (boven de 30 graden), terwijl minder dan tien normaal is. Vooral de minimumtemperatuur pakte overal hoger uit: een teken dat de nachten warm bleven. ‘In Maastricht kwam de temperatuur eind juni vier etmalen lang niet onder de 22 graden, echt bijzonder’, schetst Siegmund.
Hoe dat komt? Op z’n simpelst: ‘We hadden voortdurend hogedrukgebieden. Het was een superzonnige zomer. Daarom werd de Noordzee ook zo warm’, vertelt Siegmund. In feite, duidt hij, ‘schuift het hele weergebeuren op naar het noorden.’ Zuid-Europa wordt meer als de Sahara, en ons land meer als Frankrijk, vaker onder invloed van de warmweeruitlopers vanaf de Azoren.
In heel West-Europa waren de maanden juni en juli van dit jaar de warmste ooit gemeten, volgens de Europese klimaatdienst Copernicus. Bij Bordeaux werd het al in juni 44,3 graden, in Surrey kwam het kwik op acht opeenvolgende dagen boven de 34 graden. Aan bijzonderheden geen gebrek.
Bij alle zon en hitte viel er ook minder regen: landelijk zo’n 151 millimeter, ruwweg een derde minder dan de 225 millimeter die je zou mogen verwachten. Dat is goed voor plek zes in het recordlijstje van jaren met minste neerslag, vertelt Siegmund.
Ergens is dat raar, erkent hij. ‘Lang gingen we uit dat er ’s zomers juist meer neerslag zou vallen, omdat klimaatopwarming betekent dat er meer verdamping is, en warmere lucht meer waterdamp kan vasthouden. Een toename was ook wat we zagen, tussen 1980 en 2010.’
Maar kijk nu eens: een kurkdroge zomer, met nauwelijks regen in de ton. ‘Ons idee was toch te simpel’, erkent Siegmund. Hoofdoorzaak zijn de hogedrukgebieden, tegenwoordig al snel modieus aangeduid met de term ‘hittekoepels’: die duwen warme lucht omlaag, waardoor bewolking oplost en de regenkans, nou ja, verdampt.
Er speelde meer, vertelt droogteonderzoeker Job Dullaart (KNMI). Door de warmte en zonnigheid nam de verdamping toe en liep het neerslagtekort sneller op. ‘We zaten deze zomer rond de 5 procent droogste jaren, en in juli en augustus daar zelfs boven. Dat betekent dat dit neerslagtekort er een is dat je minder dan eens in de twintig jaar zou verwachten.’
Intussen daalde de grondwaterstand. Die was in het droge, vorige jaar al niet goed aangevuld en is nu nog steeds zorgelijk. Typisch klimaatverandering, vertelt Dullaart: ‘Als het een paar weken niet regent, kan een droogte zich in het huidige klimaat sneller ontwikkelen. Omdat het warmer is en water uit de bodem snel verdampt.’
Als klap op de vuurpijl gaf de Rijn wekenlang de laagste wateraanvoer ooit waargenomen, vertelt hij. ‘Normaal gesproken voedt sneeuwsmelt de Rijn tot juni. Maar nu was de sneeuw al veel eerder weggesmolten, waardoor het een soort regenwaterrivier werd.’ Het vorige laagterecord, uit 1947, werd destijds pas veel later in het jaar gehaald, in november.
Toch ziet Dullaart bij alle droogte ook een lichtpuntje. Nederland hield zijn waterhuishouding overeind, dankzij maatregelen zoals afsluiting van het Twentekanaal, tijdelijke wateropslag in de Nieuwe Driemanspolder bij Leidschendam en (sinds 2019) een hoger waterpeil in IJssel- en Markermeer.
‘We kunnen blijkbaar wel met deze situatie omgaan’, zegt Dullaart. ‘Achter de schermen was iedereen druk bezig. Maar ik denk dat de gemiddelde Nederlander niet veel van het watertekort heeft gemerkt.’
Neem de provincie Noord-Brabant, tel de provincie Utrecht erbij op en brand het volledig plat. Zó groot is de oppervlakte bos en andere natuur die deze zomer in de EU in vlammen opging. Dat is nog niet zoveel als het record van vorig jaar, toen haast een miljoen hectare afbrandde, maar toch goed voor de derde plaats in het lijstje met heftigste brandjaren.
De brandweer heeft moeite om de boel bij te benen. Vóór 2020 brandde er in een gemiddeld jaar zo’n 200 duizend hectare natuur af; inmiddels gaat er in een doorsnee brandseizoen ruwweg een half miljoen hectare groen verloren. Records sneuvelden in België, Slowakije, Spanje en natuurlijk Frankrijk, dat meer dan 50 procent méér natuurbranden had dan in een doorsnee jaar.
Deel van de verklaring ligt in de toenemende droogte en hitte en het langere brandseizoen. Maar ook speelt mee dat er door de zachte, natte winters en het langere groeiseizoen meer aangroei is van groen, dat vervolgens opdroogt tot brandstof, merkt het onderzoekerscollectief World Weather Attribution Initiative op, in een evaluatie van de situatie.
‘De overgang van een natte winter naar een droge lente, is een steeds belangrijkere factor die het risico op bosbranden in West-Europa verhoogt’, aldus de groep.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant