My friend the Wind was in 1973 een zomerse hit
van de Griekse zanger Demis Roussos. Hij verkocht wereldwijd miljoenen platen. Aanbeden werd Roussos in Nijkerk, waar een speciaal museum stond. Maar de Griekse Nederlanders vonden hem niet Grieks genoeg.
is verslaggever van Volkskrant Magazine.
Terwijl Bert van Breda zijn koffiekop op een Demis Roussos-viltje zet, komt een zwarte hond kwispelend de keuken binnen. ‘Kom maar hier, Roussos!’, roept hij. De hond aaiend, vertelt Van Breda hoe hij de Griekse zanger dertien jaar geleden telefonisch op de hoogte bracht over de nieuwe huisvriend, naar hem vernoemd.
‘Demis! Moet je horen! Ik heb een labradoodle genomen. Weet je hoe die heet? Roussos!’
Aan de Griekse kant van de lijn volgde een opgewekt geschater dat uitgroeide tot een luidruchtig gebulder.
‘Weet je wat ik zei toen hij hier voor het eerst op bezoek kwam?’ Bert kijkt rond in zijn eigen lommerrijke onderkomen aan de rand van Nijkerk, een villa van formaat, volgehangen met Roussos-memorabilia, waarbij vooral twee Griekse zuilen in het oog springen. ‘Nou Demis, dit huis heb ik dus laten bouwen van de royalty’s van jouw platen.’ Daar moest hij keihard om lachen. Zo was het tussen ons. We gunden elkaar wat.’
Voor het beschrijven van de decennialange relatie tussen Bert van Breda en de behaarde zanger kun je gerust een midweeks tijdslot boeken. Het begon met een blikseminslag: de stem die hij in 1968 voor het eerst op de radio hoorde. Demis Roussos als leadzanger van de psychedelische sixtiesband Aphrodite’s Child, met hun eerste single Rain and Tears. Van Breda was verkocht, Roussos loeide regelrecht zijn hart in. Ook toen hij een solocarrière begon, volgde Van Breda hem op de voet. Van 1977 tot 2015 troffen ze elkaar veelvuldig, in allerlei hoedanigheden. Van interviewer tot voorzitter van de Internationale Demis Roussos-fanclub, hoofdredacteur van fanblad My Reason, zijn platenbaas, zijn agent, zijn manager, oprichter van televisiekanaal 192tv, uitbater van het Demis Roussos-museum – en bovenal als zijn grote vriend.
Voor Roussos was er altijd plek in het gastenverblijf van Van Breda. Liever had de artiest zijn omvangrijke lichaam op een bed in het Amstel Hotel in Amsterdam laten landen, maar daar begon Bert als manager niet aan, budgettair gezien. Dus kon het gebeuren dat Roussos zomaar in downtown Nijkerk kon worden waargenomen, koffiedrinkend in het café.
Als Van Breda aan de bak moest met het derde elftal van Sparta Nijkerk, vergezelde hij hem regelmatig. Voor de gezelligheid vooral, en zeker niet voor het voetballen. Daar hield hij niet van, hij verdiepte zich liever langs de lijn in de krant.
Probeer je eens voor te stellen hoe Demis de aftrap verrichtte van een wedstrijd van Van Breda’s zaalvoetbalteam, gesponsord door de Demis Roussos Fan Club. En natuurlijk ging hij met Van Breda mee als die een thuiswedstrijd van Feyenoord bezocht, hup zo de businessclub in. ‘Hé joh’, hoorde hij dan om hem heen: ‘Dat lijkt Demis Roussos wel.’
‘Er was een tijd dat we elkaar bijna dagelijks spraken, zeker in de periode dat hij in een studio in Bennekom zijn platen opnam. We waren zo vervlochten dat hij zelfs garant stond bij het afsluiten van mijn hypotheek. Ging hij mee naar de notaris, zei die man: ‘Weet u dat u sprekend lijkt op die Griekse zanger? Kom, hoe heet-ie alweer, Demis Roussos.’
‘Als je met Demis op pad ging, kon er van alles gebeuren. Ik heb zelfs de koning van Spanje ontmoet, toen ik met hem in Parijs was. Die koning gedroeg zich als een koorknaapje in zijn buurt, een en al bewondering. Dat gebeurde aan de lopende band. Iedereen viel in katzwijm voor Demis.’
‘My Friend the Wind will come from the hills/ When dawn will rise, he’ll wake me again’
Een wiebelige camera zoomt uit, en daar staat hij dan, Demis Roussos bij de Akropolis in Athene, in een wijd zittend gewaad, beter bekend als een kaftan. De letters van het televisieprogramma Toppop rusten op een oudheidkundige ruïne, terwijl de eerste bouzouki-klanken het luchtruim worden ingeslingerd. Te horen is My Friend the Wind, en de wind zet de donkere lokken van Roussos in beweging.
Griekser dan dit, zo moet Toppop-regisseur Rien van Wijk hebben gedacht, kun je het niet krijgen.
Roussos woonde in september 1973 in Parijs, hij was op vakantie in Athene. Dus werd de Toppop-crew ingevlogen, en draaide de playbackmachine op volle toeren. En nu hij toch zo lekker aan het smieren was bij de Akropolis, werd ook de clip voor de volgende single alvast opgenomen, Schönes Mädchen aus Arcadia. Hij hoefde zich er niet eens voor om te kleden. Wat wel opviel aan zijn mondmimiek, was dat hij de tekst van dit Duitstalige deuntje nog niet helemaal scherp had.
My Friend the Wind kwam uit de koker van Alex Costandinos (tekst) en Stelios Vlavianos (muziek) en werd in december 1972 in Parijs opgenomen. Daar ontstond onder leiding van multi-instrumentalist Vlavianos die larmoyante, dramatisch aangezette sound – denk aan Duitse schlagers en Nederlandse palingpop, maar dan met Griekse elementen. Alsof er boven een bord zuurkool wat feta wordt verkruimeld.
Vanuit Los Angeles laat Costandinos weten dat hij de tekst schreef op de door Vlavianos geboetseerde ‘mediterrane sfeer’. Als luisteraar dienen we volgens hem vooral te letten op de wijze waarop ‘het ongrijpbare karakter van de wind’ wordt bezongen, en ‘het spaarzame gebruik van Griekse woorden’, zoals aghapimou (mijn liefde) en manoulamou (mijn kostbare). ‘Al die elementen waren perfect in harmonie met de aura van Demis’, laat hij weten. ‘Zijn vocale magie maakte het nummer compleet.’
Een ander Grieks woord dat in de tekst opduikt is meltemi, wat duidt op de krachtige noordenwind, waaiend over de Griekse eilanden. ‘Ik heb de vrijheid genomen om daar een vriendelijke wind van te maken’, aldus de tekstschrijver. ‘Demis was dolenthousiast over deze tekst. Voor hem voelde het heel natuurlijk om te zingen, zeker met die paar woorden Grieks erin. Het paste precies in zijn imago.’
My Friend the Wind werd een nummer één-hit in Nederland en België, in het rotsvaste Roussos-jaar 1973. Want ook Schönes Mädchen aus Arcadia, Forever and Ever, Goodbye en My Love, Goodbye beklommen de top van de hitlijsten. Zijn album Forever and Ever bereikte eerst de gouden en daarna de platinastatus. De Roussos-bries domineerde het voorjaar, de zomer en het najaar van 1973. De wereld mocht dat jaar door de oliecrisis ruw zijn wakker geschud uit zijn welvaartsdroom, de sentimentele, mediterrane klanken van Demis Roussos gingen erin als een koude ouzo op een warme zomerdag.
Artemios ‘Demis’ Ventouris-Roussos (1946-2015) was een uit duizenden te herkennen fenomeen in de jaren zeventig, en werd vanwege zijn tentachtige outfit ook wel ‘The King of Kaftans’ genoemd. Op zijn hoogtepunt woog hij 150 kilo, reed hij rond in een Rolls-Royce (met bar en televisie) en gold hij als ‘een idool van miljoenen vrouwen’. Tijdens een optreden in 1974 in Den Haag stormden vrouwelijke fans het podium op om hem, aldus dagblad Het Vrije Volk, ‘te omhelzen, te kussen en aan te raken’. Zelf zei hij over zijn fans: ‘Ik hou heel veel van vrouwen. Dus ik krijg genoeg lichaamsbeweging.’
Het hoge meanderende vibrato van de in het Egyptische Alexandrië geboren zanger had volgens zijn vele bewonderaars een bedwelmende uitwerking, zeker met de bijpassende gewijde gebaren. Maar volgens de Roussos-haters leek het alsof de V-snaar van een automotor aanliep en een slepend, piepend geluid het gevolg was. Het woord ‘slijmjurk’ viel weleens.
Niet alleen in de Lage Landen was Roussos een succes, ook in Engeland, Duitsland, Scandinavië en Frankrijk, en nadien eigenlijk overal in de wereld, afgezien van de Verenigde Staten. Wereldwijd verkocht hij zestig miljoen platen.
Over ‘The Roussos Phenomenon’ heeft televisiepresentator Ad Visser, in wiens vermaarde muziekprogramma Toppop hij een graag geziene gast was, een passend woord: ‘momentum’. Roussos kreeg in de jaren zeventig ‘zijn moment, omdat het moment er voor hem was’. Maar niemand had het zien aankomen, zegt Visser, ook de muziekbusiness niet. Daarbij moeten we wel de bouwstenen in ogenschouw nemen die aan deze overdonderende prestatie hebben bijgedragen. Zoals daar zijn een schepje toeval, hard werken door de artiest in kwestie, zijn exotisch-esoterische look, natuurlijk die stem, een warme relatie met zowel het publiek als de media, om het geheel af te maken met een schepje geluk.
Visser: ‘Als je het hebt over Demis, dan heb je het over melodie, veel dramatiek, en de Griekse overgave. Die nuchtere Nederlanders lieten zich helemaal betoveren. Het was alsof er ineens vijf pollepels jus over de geprakte aardappels werden gegoten. En dat succes werd in hoge mate bepaald door zijn aanzienlijke vrouwelijke aanhang. Die waren dol op hem. Dat bewijst maar weer eens dat je helemaal niet af hoeft te vallen om veel fans te krijgen.’
‘l’ll hear her voice and the words/ That he brings from Helenimou’
Met wapperende handen wil Sofia Lois (67) duidelijk maken dat ze eigenlijk geen tijd heeft. Het is druk in restaurant Sirtaki in het centrum van Utrecht, en behalve dit Griekse eethuis bestiert ze met haar 73-jarige echtgenoot Dimitri en de drie kinderen ook nog een Grieks afhaalrestaurant aan de overkant van de steeg, Dimitri Petit, en koffiezaak Sofia. ‘Oké, eventjes dan’, zegt ze, met een schuin oog kijkend naar de volle tafels aan de straatkant.
Sirtaki geldt als een van de oudste Griekse restaurants in Utrecht. Via Duitsland kwam het echtpaar Lois in 1981 in Utrecht terecht. Twee andere broers van Dimitri maakten ook hun opmars in de horeca met restaurants Rhodos en Delphi, voor ‘een stukje Griekse gastvrijheid en levensvreugde’.
Dimitri loopt rond met een vastberaden blik op zijn smartphone, waarmee hij ook in contact staat via zijn oortjes. Hij blijkt zichzelf permanent te filmen. ‘Ik heb miljoenen kijkers op TikTok. Ken je me?!’ Ook beweert hij dat hij er vroeger uitzag als een ware adonis, en dat vele vrouwen voor hem naar het restaurant kwamen.
Sofia maakt lachend een wegwerpgebaar.
Sedert de jaren zestig is Utrecht voor de eerste Griekse gastarbeiders een belangrijke aanlegsteiger geweest. Een bekende lokale Griekse bonthandelaar, Charilaos Chiotakis, speelde daarin een aanzienlijke rol. Hij toeterde rond in kringen van zijn landgenoten dat Utrecht dé plek was voor Grieken, en beter dan Duitsland en België. Hier was genoeg werk in de metaalindustrie en in de bouw. Nadien kwam ook de Griekse horeca in Utrecht sterk op. Er ontstond een Griekse enclave met scholen, voetbalclub en culturele verenigingen.
Sinds de schuldencrisis van 2010 is er sprake van een nieuwe Griekse golf, veelal jonge Grieken die naar Nederland trokken, onder wie veel studenten. Van de circa 35 duizend Grieken in Nederland, wonen er drieduizend in Utrecht.
Als de burgemeester van Utrecht, Sharon Dijksma, de weg opgaat, wordt ze gereden door haar vaste Griekse chauffeur, Georgios Stawrianidis (57). De Amsterdamsestraatweg herbergt nog altijd de nodige restaurants en cafés, deels overgenomen door de nieuwe generatie, zoals Oli Mazi van de Dimitri Chalos en zijn zoons. Hier moet je zijn voor ‘shared dining met een Greek touch’.
Ook was er in de jaren zestig nog een andere categorie Grieken die hun land verlieten: de politieke vluchtelingen. In het voorjaar van 1967 pleegden legerofficieren een staatsgreep, en tot 1974 onderdrukte dit kolonelsregime de bevolking. Angelos Avgoustidis (82), historicus en schrijver, ontvluchtte de repressie van de junta, en woont sinds 1969 in Nederland. ‘Het was voor mij moeilijk om aansluiting te krijgen met de Griekse gastarbeiders, die veelal van het platteland kwamen. Daarom ben ik zo blij met de nieuwe aanwas, de jonge hoogopgeleide Grieken, en hun andere mentaliteit.’
En hoe zit het met Demis Roussos, zou je aan deze willekeurig geraadpleegde Grieken kunnen vragen. Wat betekende deze uit Grieks marmer gebeeldhouwde jezusfiguur voor zijn in de Hollandse polderdelta neergedaalde landgenoten?
Welnu, waar ze ook vandaan komen in hun oude land, en wat hun achtergrond ook is, ze zijn over één iemand heel eenstemmig: met Demis Roussos hebben ze he-le-maal niets.
In restaurant Sirtaki in de Servetstraat hoef je niet te zoeken naar zijn afbeelding in de Griekse eregalerij die daar aan de muur hangt. Als de naam van Roussos valt, probeert Sofia Lois beleefd en terughoudend te zijn in haar oordeel. ‘Je hoorde zijn liedjes weleens.’ Net als Dimitri Chalos van Oli Mazi: ‘Hij was een populaire zanger, vooral voor Nederlanders. Wij zagen hem meer als een schlagerzanger.’
‘Ik geneerde me kapot’, zegt Angelos Avgoustidis over de tijd dat Roussos in Nederland aan de top stond. ‘Hij was van het soort dat Grieken terugbracht tot sympathieke inboorlingen. Al die flauwekul met die zogenaamde Griekse cultuur. Jezusmina. Eigenlijk was hij gewoon niets anders dan een uithangbord voor het toerisme. Een ander groot misverstand hoorde daarbij: dat vrouwen uit het noorden in de ban zouden zijn van Griekse minnaars. Ik vond dat zo beledigend voor ons als Griekse mannen.’
Ook de chauffeur van de burgemeester, Georgios Stavrinidis, laat My Friend the Wind niet door de dienstauto galmen. ‘Dat trekt een Griek niet’, zegt hij. ‘Dat is iets voor Hollanders. Bij My Friend the Wind denk je heel even dat het Grieks is, vanwege een paar woordjes Grieks. Maar ik kan je wat vertellen over die noordenwind, die meltemi. Ik heb ’m echt meegemaakt, zo ontzettend krachtig. Zo’n wind noem je echt niet je vriend!’
Nee, de aller-allergrootste Griekse zanger, die man die de heimwee en verlangen naar het oude vaderland uit zijn tenen liet komen, was Stelios Kazantzidis (1931-2001). ‘De André Hazes van Griekenland’, aldus Stavrinidis. ‘Adembenemend mooi.’ ‘Er was niemand die zo emotioneel kon zingen’, zegt Dimitri Chalos. Vorig jaar verscheen er een film over zijn leven, Iparcho, naar een van zijn grootste hits. Frank Sinatra zou over hem hebben gezegd: ‘Als Stelios Kazantzidis in de Verenigde Staten had gewoond, had hij een veel grotere carrière gehad dan ik.’
Nadat Kazantzidis door zijn vrouw Sofia is genoemd als de beste zanger ooit van Griekenland, gaat Dimitri eindelijk rustig zitten in restaurant Sirtaki. ‘Dimitri wilde vroeger zanger worden, net als Kazantzidis’, zegt Sofia. ‘Maar toen hij een plaat mocht opnemen, werd hij afgewezen. Ze zeiden dat hij een goeie stem had, maar geen ritmegevoel.’
‘Geen ritme!’, benadrukt Dimitri met luide stem. Maar sinds hij TikTok heeft ontdekt, is er sprake van zijn wederopstanding als zanger. En nu is er wel waardering. Want naar zijn vertolking van Iparcho is inmiddels meer dan een miljoen keer geluisterd. ‘Miljoenen!’, zegt Dimitri nog maar eens.
Tot grote ergernis van vrouw en kinderen doet hij nu niets anders dan liedjes van Kazantzidis zingen om die live op TikTok te plaatsen. In een nisje van het restaurant, gezeten op een blauwe divan, laat hij – vol trots en een en al toewijding – horen wat hij op zijn 73ste uit zijn stembanden perst.
‘Hij kan niet meer stoppen’, zegt Sofia. ‘Hij lijkt wel verslaafd aan die telefoon. De hele dag laat hij aan de klanten zien hoe beroemd hij is op TikTok. Alsof hij opeens alles wat hij vroeger heeft gemist aan het inhalen is.’
Oh friendly wind you tell a secret
You know so well, oh you know so well
Bert van Breda is in ganzenpas op weg naar de plek waar van 2016 tot 2018 het enige Demis Roussos-museum ter wereld was gevestigd, schuin tegenover zijn Nijkerkse stulpje. ‘Demis hield van gezelligheid’, zegt hij. ‘Wat mensen van hem vonden, interesseerde hem niet. Dat hij te dik was, niet goed kon playbacken, te veel achter de vrouwen aanzat. ‘‘Ach, wat maakt het uit’, zei hij, ‘morgen is iedereen het weer vergeten. Vriendschap is veel belangrijker.’’
In 1985 wilde Roussos hem dringend spreken. ‘Bert, wil je niet mijn platenbaas worden? Gaan we samen aan de slag. Dan doen we alles fiftyfifty.’ Waarom Roussos opeens met dit idee kwam om zich te binden aan BR Music, de platenmaatschappij die Van Breda drie jaar eerder was begonnen, daar kon hij slechts naar gissen. Het had wellicht te maken met de gijzeling en de vliegtuigkaping die Roussos net achter de rug had. Misschien zocht hij naar een baken, naar iemand waarop hij in onrustige tijden altijd kon rekenen. Uiteindelijk bracht BR Music zeven albums uit en verkochten ze samen vele honderdduizenden exemplaren.
Roussos zat met Pamela, zijn derde vrouw, in juni 1985 in het TWA-vliegtuig van Athene naar Rome dat gekaapt werd door moslimterroristen. Aan boord waren 139 passagiers en acht bemanningsleden. De terroristen schoten een Amerikaanse gijzelaar dood. Roussos werd na vijf dagen vrijgelaten, na bemiddeling door de Griekse regering.
Nadien ontving de zanger vooral veel hoon over zijn persconferentie, na de vrijlating. De kapers noemde hij daar ‘aardige en beleefde mensen’ die hem op zijn verjaardag ook nog ‘een cake’ cadeau gaven. Ja, en het klopte dat hij in het vliegtuig de gewapende militie had toegezongen, al ontkende hij dat later weer.
‘Hij wilde nooit over de kaping praten’, zegt hij. ‘Hij stopte het weg. Wel hield hij er een rare hik-tic aan over. Dat heeft zeker een jaar geduurd. Hij schaamde zich kapot. Na elke hik ging hij enorm hoesten. En opeens bleef de hik weg.’
Daar staat het in koeienletters op de gevel: Residence Demis. Op de plek waar het zieltogende museum stond, is inmiddels een appartementencomplex verrezen. In de hal hangt een afbeelding uit zijn gloriejaar, 1973: Demis met een grote hoed op, behangen met tribale kettingen. Daaronder, een plaquette met de handafdrukken van zijn twee kinderen, Emily en Cyril.
Op 25 januari 2015 overleed Demis Roussos in een ziekenhuis in Athene. Dat hij alvleesklierkanker had, dat wist Bert van Breda. Maar Roussos noemde het ‘onrustige cellen’ en wilde nergens over praten. ‘Het gaat hier prima, Bert’, kreeg hij te horen, tot aan het eind toe. ‘Maak je niet druk. De morfine werkt geweldig.’ Tijdens de uitvaart in Athene werd de kist nog één keer geopend in het bijzijn van Van Breda, ook om speciale kruiden toe te voegen.
‘Het was verschrikkelijk om hem zo te zien’, zegt hij. ‘En nu, elf jaar later, mis ik hem nog elke dag. Hij belde me aan de lopende band. Vaak voor dingetjes als: ‘Bert, de afstandsbediening doet het niet’. Hij was een echte levensgenieter, met een geweldig gat in zijn hand. Eten, drank, dure hotels, kleding, de drie exen die hij moest onderhouden. Hij is niet rijk gestorven, voor de kinderen was er amper geld. Daarom heb ik al die zestig gouden platen van ze gekocht. Hadden ze tenminste nog iets.’
Van Breda loopt de hal van Residence Demis uit, en ontwaart in de tuin van zijn appartement zijn broer Dirk. Ook twee andere broers en een neefje hebben in het voormalige museum hun behuizing gevonden. ‘Ik heb mijn familie in mijn Demis-gekte meegesleurd’, zegt Van Breda. ‘Mijn vader was ook dol op hem. Die kreeg op zijn verjaardag veertig rozen van hem. Je snapt wel, Demis kon geen kwaad meer bij hem doen.’
‘Ik vind My Friend the Wind zijn allermooiste nummer’, roept broer Dirk opeens vanuit zijn tuin. ‘En dat is best gek, want ik hou helemaal niet van wind.’
Verslaggever John Schoorl boog zich eerder over andere zomerhits. Lees hier bijvoorbeeld over Mambo no. 5, Viva España, Summer Holiday en The Ketchup Song.
Dit is een verhaal uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant