Het oudste orgel van Nederland staat nu nog zwijgend in Middelburg, maar zal weer in elkaar worden gezet op zijn oorspronkelijke stek in Utrecht. Een bizar slecht idee, stellen twee orgelexperts.
Het nieuws is lang onder de pet gehouden, maar na geruchten op social media en een door ons ingediend WOO-verzoek verscheen er op 7 juli dan toch een persbericht: vanaf maandag 31 augustus wordt het oudst bespeelbare orgel van Nederland weggehaald uit de Middelburgse Koorkerk.
De kast van het instrument uit de 15de eeuw gaat verhuizen. En daarmee spendeert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tonnen aan een onnodig, onwenselijk en omstreden onderzoeksproject, dat zou kunnen leiden tot de verkwanseling van Nederlands meest waardevolle orgel. Het doel is namelijk te onderzoeken of het orgel op een verantwoorde manier spelend gemaakt kan worden. De uitkomst van dit onderzoek is echter al duidelijk in één oogopslag: dat kan niet.
Jaap Jan Steensma is gecertificeerd orgeladviseur en secretaris van het College van Orgeladviseurs Nederland. Hij heeft een adviesbureau op het gebied van orgelrestauraties en is geassocieerd onderzoeker aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Ook is hij adviseur Cultureel Erfgoed voor de Stichting Dioraphte.
Wietse Ouwejan is gecertificeerd orgeladviseur en organist van het Bader-orgel in Dronrijp, het oudste orgel van Friesland. Hij werkt als adviseur orgel en publiek bij Erfgoed in Groningen. Naast zijn werk binnen de Nederlandse orgelcultuur is hij programmamedewerker Erfgoed & Monumentenzorg van het Cultuurfonds.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Wat is er aan de hand? Over het meermaals verplaatste orgel wordt al jaren strijd gevoerd. In 1479 maakte Peter Gerritsz het orgel voor de Utrechtse Nicolaïkerk. Na eeuwen van gebruik en aanpassingen zag men in 1885 in hoe belangrijk het was: het ging toen naar het nieuw opgerichte Rijksmuseum in Amsterdam.
In de jaren-1950 kreeg de herbouwde Koorkerk in Middelburg, die tijdens de Tweede Wereldoorlog was verwoest, de kast met frontpijpen in bruikleen. De overige pijpen en onderdelen gingen in opslag en bevinden zich inmiddels in het CollectieCentrum NL te Amersfoort. De bewaard gebleven orgeldelen zijn zó uniek, dat ze wereldwijd in alle orgelbouwboeken worden genoemd. De Staat is nog altijd eigenaar van het geheel.
Maar in 2001 besloot de RCE het orgel weer spelend te willen opstellen in de Utrechtse Nicolaïkerk. De in 2009 afgegeven sloopvergunning, nodig om het monument in Middelburg te mogen veranderen, werd echter aangevochten tot aan de Raad van State aan toe. Na jaren van obstructie vanuit Middelburg gaat het project nu dan toch van start. Na maandag 31 augustus ligt het beheer niet meer bij het Rijksmuseum.
Waarom moet het orgel per se weer klinken? Het is schokkend dat de RCE zich niets aantrekt van kritiek vanuit het werkveld en blijft proberen het orgel te restaureren tot een bespeelbaar instrument. In gesprekken bezweren betrokkenen dat er nog geen definitieve besluiten zijn genomen, maar intern is het einddoel in ieder geval in april 2026 nog expliciet gecommuniceerd. Bespeelbaarheid vormt de basis van alle afspraken, terwijl een plan-b ontbreekt.
De eerste stappen richting restauratie worden dus gezet. Daarmee is een internationale erfgoedblamage in de maak.
Al decennia zijn er (inter)nationale orgeldeskundigen die zich, in lijn met internationale verdragen, tegen deze restauratie verzetten. Sommige voorwerpen moet je nu eenmaal niet wíllen restaureren, alleen al omdat daardoor onherroepelijk oud materiaal verloren gaat. De beroemde Schepen van Zwammerdam lenen zich ook niet voor pleziertochtjes. Binnen de RCE hebben juristen hun collega’s jaren geleden al geattendeerd op de internationale kritiek. Sterker nog: zelfs de eigen orgelspecialist van de RCE blijkt tegenstander van de plannen.
De situatie kan worden verklaard vanuit de dubieuze rol van een externe stichting. Deze Stichting Peter Gerritsz-orgel (SPGO) werd in 2006 opgericht door toenmalige RCE-medewerkers. Het bestuur – oud-medewerkers, aangevuld met de voorzitter van de branchevereniging voor orgelmakers – zet de RCE onder druk om het project door te zetten.
Met de stichting als tussenpersoon heeft de RCE een subsidieaanvraag van 286.000 euro geïnitieerd, voorbereid, beoordeeld én toegekend ten bate van een object in staatseigendom, waarvan de RCE als beheerder straks zélf de belanghebbende is. Met deze constructie werden bovendien de aanbestedingsregels omzeild.
Het subsidiebedrag komt uit een regeling die was bedoeld voor eigenaren van klinkend erfgoed. Een pijnlijke situatie, want de financiële nood voor klinkend erfgoed is zó groot, dat de regeling in 2001 een stormloop veroorzaakte en al na één dag werd gesloten. Aanvragers moesten aan strenge eisen voldoen, waaronder het indienen van een solide restauratieplan en een co-financiering van 70 procent. Via een achterdeurtje kreeg de stichting begin 2026 toegang tot teruggekomen geld, waarvoor zij echter aan geen van de voornoemde eisen hoefde te voldoen.
Niet alleen op het gebied van rolzuiverheid gaat het proces mank, ook inhoudelijk schort er van alles aan. Medewerkers van de stichting bagatelliseren terechte, inhoudelijke kritiek. Zo stelde een bestuurder dat er bij restauratie geen informatie verloren zal gaan. Dit is feitelijk onjuist, want sporen aan oude orgelpijpen worden bij restauratie uitgewist.
Het orgel bevat middeleeuwse stroken beschreven papier en perkament, toegepast om het orgel winddicht te houden. Dit materiaal is zeer kwetsbaar: soms zijn er alleen nog inktsporen zichtbaar in het hout. Onderzoek naar dit type bronnen levert nieuwe inzichten op. Werkzaamheden door orgelmakers zullen echter leiden tot onvervangbaar verlies.
Is het projectteam onkundig, dat het hiervan niet op de hoogte is? Of spelen er andere belangen? Het is ons in ieder geval een raadsel waarom de RCE zich laat aanlijnen door een private stichting met kennelijke prestigedrang.
Ondanks alle bezwaren staat de verhuizer op 31 augustus bij de Middelburgse Koorkerk. Er is geen restauratieplan en met het verwijderen van het orgel vervalt ook de wettelijke bescherming die orgels moet vrijwaren van particuliere wensen en willekeur. Dit betekent dat de RCE, de stichting, de betrokken architect en de aannemer hun gang kunnen gaan. Het is laakbaar dat het Rijksmuseum, in zijn rol als beheerder van de orgelkast en als aanvrager van de sloopvergunning, dit project faciliteert.
Als schrijvers vertegenwoordigen wij de jongere generatie orgeldeskundigen. Het is in ons belang, en in het belang van generaties na ons, dat dit volstrekt unieke materiaal in onbedorven toestand bestudeerd kan blijven worden. Daarom roepen we de RCE, de politiek en financiers op de restauratieplannen een halt toe te roepen en in te zetten op conservering onder begeleiding van onafhankelijke en terzake kundige experts.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant