Popmuziek Tussen bos, duin en strand ontstaat bij Into The Great Wide Open op Vlieland een kleine ideale wereld, waarin muziek, activisme en natuur voortdurend met elkaar onderhandelen. Sophie Straat veranderde de moshpit in een plek voor strijd en solidariteit, IJsland gaf de nacht tanden en de Portugese Maro betoverde.
Bij de bospodia van het popfestival Into The Great Wide Open worden dennenappels zorgvuldig verzameld. Na afloop moeten ze precíes terug op hun plek. Alsof er niets is gebeurd. Alsof hier geen duizenden mensen door het bos zijn getrokken, maar alleen de wind.
Bij het Vuurboetsduin kan het nog ingewikkelder worden. Daar ligt een idyllisch podium verscholen in een duinpan. Tenzij de zandhagedis er haar eitjes heeft gelegd. Dan gaat de show niet door. Bij concerten patrouilleert een boswachter schuin boven het podium.
Publiek op Into the great wide open festival op Vlieland.
Dat is Into The Great Wide Open. Een festival op Vlieland, waar muziek, natuur en de behoefte om de wereld een beetje beter achter te laten voortdurend met elkaar in onderhandeling zijn. Het is het laatste grote festival van de overvolle festivalzomer. Zesduizend betalende bezoekers, al jaren het maximum voor het eiland dat nog geen twaalfhonderd inwoners telt. Na de overtocht waaieren ze uit over bos, duin en strand voor muziek, kunst, film en debat. De kaarten waren ook dit jaar in turbosnelheid weg.
Maar het gaat hier om meer dan het terugleggen van dennenappels. Het festival probeert een kleine ideale wereld te bouwen: zorgzaam voor de natuur, uitgesproken over de wereld, en inclusief in de omgang. Een bubbel, zeker, soms behaaglijk en een tikje zelfgenoegzaam. Maar de muziek houdt die wereld open.
De Open Plek met de lichtkunst tussen de bomen,
Dit is geen braaf duurzaamheidsfeestje met wat liedjes ertussen: er staat opvallend veel sterke, eigenzinnige muziek. Persoonlijke alternatieve pop, moderne folk, Arabisch gekleurde jazz, rauwe punk, Italiaanse pop-aperitivo’s en activistische hiphop. En steeds weer speelt ook het landschap mee. Een baslijn trekt over een duin. Een stem krijgt de ruimte van de lucht.
Fiets tegen een hek, heuvel op, bos in. Zon op je gezicht. Een plotselinge bui. Dansen in de regen. Van het bospodium naar het Sportveld, het grote festivalterrein in Parade-sfeer, van de feeërieke beschutte IJsbaan met zijn bamboepodium naar de Open Plek met de lichtkunst tussen de bomen, kinderen op schommels en publiek op de naaldboshellingen.
Je wilt je hier verwonderen. Nee, je móét je verwonderen.
Zangeres Olive Jones klinkt vrijdag zachtmoedig. Rockbandje Horsegirl voelt nog wat pril. Bij Leo Middea krijgt de Open Plek kleur van lichte samba vol saudade: vrolijkheid en melancholie naast elkaar. Balimaya Project maakt van het Sportveld een andere ruimte. De Londense band bouwt op percussie en ritme. De klanken zijn complex, het effect onmiddellijk: handen omhoog, mensen klappen mee.
Madra Salach.
Het Ierse Madra Salach zet prachtig een uitroepteken. De frontman begint zeeziek en wankel, maar de muziek lijkt hem op te lappen. Twee gitaren, banjo, harmonium en drums: frisse, moderne folk die traditionele instrumenten nieuwe energie geeft. In ‘The Man Who Seeks Pleasure’ wordt de muziek uitgerekt, met banjo en een zoemende drone die in de schemering bijna hypnotisch worden. Geen retrofolk, maar een jonge band die hoorbaar zoekt naar wat folk vandaag kan zijn.
Dan valt de nacht. De maan komt tevoorschijn, het mini-reuzenrad draait en een IJslandse vlag wappert boven de festivalweide. De vrijdagavond is van IJsland, de activistisch ingestelde band van Abel, Sef en producer Faisal. Ze hebben een zomer lang van festival naar festival getrokken. Ook ‘Vliebiza’ krijgt een dreun.
In ‘Hete Take’ komt de bas laag binnen, de beats ratelen, het veld veert op. Bij ‘Likken a/d laars’ gaat het helemaal los. Rook trekt door de zwarte nacht. Het witte licht wordt dystopisch, de woorden zijn scherp. Vorige week op Lowlands voelde IJsland overweldigender, een creatievere zwiep, maar ook hier wordt de tijdgeest gevangen en krijgt de nacht tanden.
IJsland op het hoofdpodium
Uitgesprokenheid wordt door ITGWO sowieso stevig omarmd. Bij de live-radio van Radio Wijd Open spreken ‘verzetsstrijders’ over activisme, politiek en kunst, maar ook de privileges van de witte man. Op het strand staat statement-kunst: een groen geverfd Monopoly-huisje over terrorist de Unabomber en het nabije militaire oefengebied bij Vlieland, waar de NAVO met gevechtsvliegtuigen en scherpe bommen traint. De Waardeloze Kinderrave bouwt ondertussen een feestje tussen afval. En wie fossielvrij naar het eiland reisde, als Fossielvrij Important Person, krijgt Goede Reis-tegoed.
Zaterdag springt het activistische zangeres Sophie Straat eruit. „Wat een zomer, hè?” zegt de Amsterdamse. Deze zomer kreeg ze na haar oproep bij Best Kept Secret – witte cis-mannen naar achteren, vrouwen, queerbezoekers en mensen van kleur naar voren – een stortvloed aan haat en bedreigingen. Op Vlieland klinkt haar band stevig: energieke Nederlandstalige poprock, melodieus en meezingbaar, met rafelranden. Na ‘Dansen met de dood’, haar ode aan Lieke Marsman, stuurt ze vrouwen naar de moshpit. „We moeten strijden voor rechtvaardigheid.”
Sophie Straat
Het publiek bij Sophie Straat
Bijna ontroerend is hoeveel jonge vrouwen nu de pit in durven gaan. Het activisme wordt hier geen boodschap boven op de muziek, maar onderdeel van het concert: een grote woelende oefening in macht, ruimte en veiligheid.
De moshpit komt op dit vriendelijke familiefestival sowieso in vele smaken. Ook bij SMIB, de Amsterdamse hiphopformatie met artistieke Bijlmerhop, gaat het los. Model/Actriz, keiharde punk op de Open Plek, doet er nog een schep bovenop.
Maar groot is ook de kracht in het zachte. Diep in de kuil bij de Vuurboetsduin wordt Cleo Reed aanvankelijk omringd door publiek dat voor de regen schuilt. De Amerikaanse zangeres, met wortels in de Great Smoky Mountains, staat alleen met gitaar en loopstation. Langzaam ontstaat iets intiems tussen haar stem, gitaar en de open duinpan.
Publiek bij zangeres Cleo Reed op het Vuurboetsduin op Vlieland,
Zanger Cole Haden van rockband Model/Actriz.
Brother Wallace.
Zangeres Cleo Reed bij de Vuurboetsduin.
Ook jazztrompettist Yazz Ahmed laat horen hoe anders muziek hier kan landen. Bas, drums en vibrafoon openen voorzichtig; de lijnen worden langer, met Arabische invloeden. In ‘She Stand on the Shore’ ontstaat iets weids, alsof de muziek de duinlucht in trekt. Brother Wallace uit Georgia brengt juist zware baslijnen en een loom reggaegevoel; in ‘Any Day Now’ krijgt zijn stem alle ruimte. Schommels boven het publiek, kleine barretjes, miezer tussen de bomen. Een parel aan de piano: Jacob Alon speelt tere muziek tussen de naaldbomen van de Open Plek.
Op het hoofdpodium bewijst de Portugese Maro, na twee jaar terug op het festival, zich opnieuw als grote publiekslieveling. Haar zonnige, melodieuze muziek wordt op handen gedragen. En dan sluit, uitgerekend op dit geëngageerde festival, The Whitest Boy Alive de zaterdag af. De witte man was eerder al onderwerp van gesprek bij Radio Wijd Open en moest bij Sophie Straat naar achteren. Maar hoe warm, licht melancholisch en nerdy de pop van de Berlijnse band ook klinkt, aan gewicht ontbreekt het. En zo staat, o ironie, de witte man toch weer centraal.
Het reuzenrad staat traditiegetrouw op Het Sportveld
Onverwacht heeft Into the Great Wide Open de hype van het jaar te pakken: Angine de Poitrine, een Canadees duo uit Quebec dat zichzelf omschrijft als een ‘microtonaal rockorkest’. Het afgelopen halfjaar gingen de jazzrock-killergrooves van deze twee muzikale aliens viraal. Zondagmiddag zijn ze de slotact van ITGWO op het hoofdpodium, het Sportveld. Hun entree bestaat uit een met de handen gevormde driehoek en een vreemd hoog gekraai. Khn en Klek, bassist/gitarist en drummer, zijn gehuld in zwart-witte polkadotpakken. Te brede schouders, hoge maskers, handschoentjes in stippen. Ze zien eruit als twee wat sullige figuren die per ongeluk uit een andere dimensie zijn komen aanlopen. Wie er achter de maskers zit, weet niemand.
Dan de bassdrum. En de bas. Boem-boem-boem. Een rockriff die rechtstreeks de onderbuik in gaat, met daarboven een progrockgroove die voortdurend lijkt te verschuiven. Rush en Primus zijn niet ver weg, maar Angine de Poitrine trekt het idioom verder uit elkaar. Weg met de computer, hallo menselijkheid: hun muziek ontstaat niet uit strakke digitale controle, maar uit de merkwaardige chemie tussen twee lichamen, instrumenten en een flinke dosis improvisatie.
Het is absoluut niet voor iedereen. De eerste bezoekers worden er iebelig van en verlaten het veld. Anderen laten zich juist vervoeren. Crowdsurfers, opvallend veel vrouwen trouwens – de boodschap van Sophie Straat is aangekomen – gaan met gesloten ogen boven de massa, ergens tussen overgave en bewusteloosheid. In de circlepit wordt gehupst alsof er een buitenaards volksdansje is uitgebroken. Als de slungelige lichamen op het podium bouncen, beweegt het publiek mee: handen de lucht in, zwaaien maar.
Gimmick of steengoede muziekact? Allebei. Het clowneske gedoetje – rare geluidjes, malle bewegingen, dingen die het publiek moet nadoen – had best achterwege mogen blijven. Maar je begrijpt ook waarom het er is. Deze lastige, geïmproviseerde muziek heeft voor een groot festivalpubliek een vorm nodig. En wie eenmaal in de buitenaardse rockstroom terechtkomt, hoort hoe de noten over elkaar heen buitelen in een stortvloed. De improvisaties bestaan uit minieme verschuivingen in elastieken, mathematische maatsoorten, die bewegen als happende sidderaaltjes. Het is knap, precies en buitengewoon vaardig.
Althans een half uur lang. Daarna mogen de aliens Vlieland verlaten.