Home

Er zijn veel redenen om je uitverkoren en intens gelukkig te voelen op Into the Great Wide Open

Op het knusse Into the Great Wide Open, het jaarlijkse muziekfestival midden in de Vlielandse natuur, zijn ook kinderen volwaardige bezoekers. Maar het gaat natuurlijk primair om de geweldige muziek voor grote mensen.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.

Het ultieme Into the Great Wide Open-moment van de zestiende editie, dit weekend op Vlieland? Er zijn nogal wat kandidaten. Hier is de eerste nominatie.

Zaterdag, in de namiddag, klapt rapcollectief Smib er stevig op: hard, intens, net zo goed als een week eerder op Lowlands. Daar stonden ze in de India-tent, onderdeel van een festival dat aanvoelt als een drukke stad.

Nu, op Vlieland, contrasteert het decor verrukkelijk met de hiphop van de boys uit de Bims (‘Bijlmer’): ze staan op de Open Plek in het bos, een natuurlijk amfitheater met uit het publiek oprijzende, kaarsrechte naaldbomen.

Die paradox is al ‘peak ITGWO’, maar kijk nu eens naar de voorste publieksrijen. De jongste bezoekers, getooid met vrolijk gekleurde koptelefoons ter bescherming van gevoelige kinderoren, staan in de frontlinie. Een jongetje met knalgele oorkappen crowdsurft op voorzichtige, volwassen handen.

Aan het einde van het opnieuw geweldige optreden mogen ze op het podium bij Smib, de kinderen van ITGWO: stoer tussen de rappers, die er aandoenlijk voor zorgen dat de kleinste podiumbestormer niet omvergelopen wordt.

Dat beeld, daar zit alles in: de natuur, de geweldige muziek (mag soms best hard, met rafelrand) en de unieke enscenering. De vrolijkheid. De zorg voor elkaar én de natuur.

Fragiele babyplantjes

Over natuur gesproken: op de plekken voor de podia waar zich soms woeste moshpits vormen, kom je prille, groene scheutjes tegen die zijn omheind met houten stokjes en een touwtje. Of we die niet willen plattrappen, luidt het verzwegen verzoek. En kijk, op zondag staan ze er nog, de fragiele babyplantjes. De moshpits zijn overleefd.

Planten en dieren zijn natuurlijk het gelukkigst zónder jaarlijks popfestival, maar het evenement dat één weekend per nazomer het eiland overneemt, toont sinds jaar en dag maximaal respect voor het decor van bos en duin. Het publiek ook. Er gaat geen wegwerpbekertje de natuur in (omdat ze niet worden verstrekt), maar ook vrijwel niets anders.

Pleeploeg

Door naar de tweede nominatie. Zaterdag, begin van de middag. Otto Wichers, oftewel Lucky Fonz III, staat op het grootste podium, op het Sportveld. Hij vertelt dat hij in 2009 optrad tijdens de allereerste editie (‘mijn podium was een soort krat’) en dat hij in een wat verder verleden als wc-schoonmaker werkte op kampeerterrein Stortemelk, waar nu veel festivalgangers bivakkeren.

‘Is de pleeploeg hier aanwezig?’ vraagt hij – en ja hoor, ze zijn er, de collega-schrobbers van nu, zwaaiend, rechts vooraan. Ook Wichers biedt vervolgens de piepjonge koptelefoonbrigade ruim baan. Hij zingt prachtige liedjes voor volwassenen, maar een flink aantal blijkt er ook uitstekend in te gaan bij kinderen. Heel hard ‘ik ben een sukkel!’ scanderen en even later galopperen als een ‘bubbelend paard’, het gaat erin als poffertjes met poedersuiker.

Niet dat Into the Great Wide Open een veredeld kinderfestival is. Ze zijn welkom, dat wel. Ze doen volwaardig mee. Achter de entree naar het Sportveld is een kleurrijk park vol activiteiten voor ze ingericht, maar het gaat natuurlijk primair om de muziek voor grote mensen.

Die is een weekend lang veelkleurig en uitstekend. Er is wat overlap met andere Nederlandse zomerfestivals: wie vorige week op Lowlands was, ziet IJsland en Sophie Straat, maar ook Fauna, Nusantara Beat, Smib en Il Mago del Gelato op Vlieland wellicht voor de tweede keer in een acht dagen. Gelukkig is het uitstekend mogelijk om een route te plannen langs artiesten die je deze zomer nog níét op een festivalpodium zag.

Picobello indierockroute

Dat kan op vrijdag bijvoorbeeld een picobello indierockroute zijn, langs Horsegirl uit Chicago (saai, kan gebeuren), The Belair Lip Bombs uit Australië, het sterke, gloedvolle Friko (opnieuw uit Chicago) en het geweldige Wednesday uit North Carolina, dat zijn bezwerende indierock aanlengt met gelijke delen americana en grunge.

Frontvrouw Karly Hartzman zegt dat Phish Pepsi geïnspireerd is door de betreurde Dolly Parton: ‘Ze was een onderschatte songschrijver, maar ook een onderschatte gitarist. Ze kon dat ding bespelen hoor, met die lange acrylnagels.’

Ze raadt aan om op zondag Ryan Davis & the Roadhouse Band te gaan zien, op hetzelfde podium: ‘Die komen uit onze omgeving.’ Dat blijkt een uitstekende tip te zijn.

Pulserend elektronisch monster

Dansen kan natuurlijk ook. De samba bij Leo Middea, op z’n Afrikaans bij Balimaya Project, Belgisch-elektronisch bij het übercoole duo Charlotte Adigéry & Bolis Pupul, maar ook bij het sterke Corto.Alto uit Glasgow, dat op het bospodium Bij de IJsbaan begint als jazzcollectief, maar na een uur over de finish komt als een pulserend elektronisch monster.

Ook zeer dansbaar: zaterdagheadliner The Whitest Boy Alive onder aanvoering van de Noor Erlend Øye. De band speelt de regenwolken van de duistere hemel en rolt indiepop met een aanstekelijke, lichte funkgroove uit over het Sportveld. Het eindigt met een coverversie van de houseklassieker Show Me Love (1990) van Robin S.

Singer-songwriterroute

Graag wat rustiger, met iets meer soul? Dan stippel je een singer-songwriterroute uit, van de soulvolle Olive Jones, via de ‘folk noir’ van Kaya, via Cleo Reed en de gospelachtige soul van Brother Wallace naar de diep emotionele liedjes van de Schotse Jacob Alon.

Alon, tere ziel die af en toe Nick Drake in herinnering roept, heeft het moeilijk met zichzelf op de devoot luisterende Open Plek: ‘Hoe gaat het met jullie? Met mij gaat het niet zo geweldig, maar ik red me ermee.’

Alon onderbreekt twee liedjes, er gaat iets mis, maar het publiek omarmt hen liefdevol. Diens songs en stem zijn van ontroerende, kwetsbare schoonheid en dringen veel dieper binnen dan de vrij saaie van Steven Bamidele een uur eerder.

Zonovergoten vrijdag

Als Alon het podium verlaat, regent het even flink. Poncho’s en regenjassen komen tevoorschijn. Tja, de bijnaam ‘Vliebiza’ verwijst nu eenmaal niet naar het klimaat op dit Waddeneiland. Niemand zeurt, want het weer is, over het hele weekend bezien, juist een flinke meevaller. Op voorhand leek een natte editie op komst, maar het pakt veel zonniger uit: de vroege vogels die er op donderdagavond al zijn, krijgen een flinke plens avondwater over zich heen, maar verder regent het alleen even op zaterdagavond. De vrijdag is ronduit warm en zonovergoten: zonnecrèmeweer terwijl het onophoudelijk regent in de Randstad.

Zo zijn er, zoals elk jaar, veel redenen om je uitverkoren en intens gelukkig te voelen op het eiland, waar je zwerft van de Open Plek in het bos naar het prachtige, panoramische Vuurboetsduin, van het knusse bospodium Bij de IJsbaan naar het Sportveld met zijn Parade-achtige aankleding, en langs de prachtige kunstroute door het bos. Het meest gefotografeerd is misschien wel de drum- en trommelinstallatie Superdrum van Touki Delphine.

Geen torenhoge prijzen

Zelfs van torenhoge prijzen voor eten en drinken hoef je hier geen last te hebben: ja, aan de kramen en wagens rond de podia zijn smaaksensaties duur, zoals op alle festivals, maar in het campingrestaurant De Bolder is de keuze reuze en het prijspeil billijk. Wie een nog krapper budget heeft, heeft twee supermarkten ter beschikking: een op Stortemelk, een in het dorp.

Valt er dan helemaal niets te mopperen? Toch wel iets. Hoewel ITGWO nog altijd knus en prachtig is, is het er wel veel drukker dan vroeger: 6000 betalende volwassenen krijgen gezelschap van 4000 vrijwilligers, medewerkers, cateraars en wat al niet. Dat wringt, alles bij elkaar, toch iets vaker dan vroeger.

Volle terreinen

Wie naar het Vuurboetsduin fietst om de doedelzak van Brìghde Chaimbeul of de soulvolle songs van Cleo Reed te horen, wacht teleurstelling: vol. Naar Smib dan maar, op de Open Plek? Ook vol: één eruit, één erin. Even iets eten en daarna naar raptalent Jev op het podium Bij de IJsbaan? Óók vol. De mededeling verschijnt op vrijdag en zaterdag een keer of elf in de festival-app.

Bij de terreinen waar je wél naar binnen kunt, wacht frequente rugtascontrole, want de podia zijn festivalenclaves op de eilandkaart: je verlaat en betreedt steeds opnieuw de festivalzone. De bezoekers zijn begripvol en geduldig, personeel en beveiligers vriendelijk en gastvrij, maar het bedreigt het gevoel van hemelse bewegingsvrijheid soms een beetje. Geen ‘klacht’, wel iets om te blijven evalueren.

Tijd voor het ultieme ITGWO-moment. We kiezen voor The Hobknobs op het bospodium Bij de IJsbaan. Arie van Vliet speelt zijn droge gitaarakkoorden en praatzingt zoals hij dat in zijn vorige band Lewsberg al zo geweldig deed. Yaël Dekker (ook frontvrouw van The Klittens) zingt prachtig. De liedjes rocken zachtjes, maar worden nooit hard. Volmaakte ochtendmuziek, onderkoeld goed.

Voor het kleine, uit hout opgetrokken podium is het gezellig druk, maar niet té druk. Ochtendzon valt door het gebladerte. De geuren van bos, zee en verse koffie mengen zich. Achter The Hobknobs kijk je door de open podiumconstructie het bos in.

Dát is Into the Great Wide Open. Misschien niet overal en altijd meer, maar nog wel vaak. Tussen de liedjes van The Hobknobs door streelt een bries je gezicht. Als je diep snuift, ruik je de herfst al.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next