Countrycultuur Het wordt vaak gezien als muziek voor witte, conservatieve Amerikanen: country. Dolly Parton bewees dat countrycultuur meer is dan dat. Haar methode om geen politieke kleur te hebben en zo een breed publiek te trekken, inspireert ook hedendaagse artiesten.
Dolly Parton poseert voor een promotiefoto voor de film ‘Rhinestone’ uit 1984.
In haar lange carrière werd Dolly Parton vaak gevraagd welke presidentskandidaat ze steunde, welke politieke kleur ze had en of haar liedjes steun voor de ene of andere partij waren. Haar antwoorden waren altijd hetzelfde: niemand, geen en nee. „Ik ben niet politiek”, zei ze een paar jaar geleden bijvoorbeeld, „ik haat politiek”. Ik heb, zei ze op een ander moment tegen Fox News, „even veel Republikeinse fans als Democraten en wil geen van beide boos maken, dus ik doe niet aan politiek”.
Maar apolitiek? Wie naar de teksten van Parton luistert, gezongen in liedjes die klassiekers werden en uitgesproken in interviews die sinds haar overlijden afgelopen dinsdag online rondgaan, hoort vaak wel degelijk standpunten. Parton was een „kampioen van de arbeidersklasse”, schreven linkse politici. Ze sprak zich al uit voor lhbti-rechten toen dat in de Verenigde Staten nog omstreden was. En door Woody Guthrie’s Deportee te coveren, hield ze de herinnering levend aan de Mexicaanse arbeidersmigranten die omkwamen toen het vliegtuig waarmee ze uitgezet werden neerstortte.
Het toont de balanceeract van veel countryartiesten. Hun nummers zijn vaak maatschappelijk en politiek. Maar het is, mede geïnspireerd door Parton, zelden partijdig.
Country werd geboren in de heuvels, de bergen en op boerderijen, als een mengelmoes van de migranten die de jonge Amerikaanse republiek vorm gaven. De banjo was door tot slaaf gemaakten uit West-Afrika meegenomen naar het zuiden van de VS, waar het instrument zich mengde met de folkcultuur van Schotse en Ierse migranten. Het verpauperde leven en volksverhalen inspireerden de teksten.
Country is in oorsprong dan ook de muziek van de arbeidersklasse, van arme boeren en van de huisvrouwen die in houten, tegen heuvels aangebouwde huizen een gezin runden. Die cultuur was niet per se wit; country is schatplichtig aan zwarte muzikanten, zoals Ken Burns toonde in zijn docuserie over het genre. Maar vanaf de jaren twintig begonnen labels onderscheid te maken tussen „hillbilly records” (wit) en „race records” (zwart), vanuit de aanname dat mensen alleen muziek van hun ‘eigen’ ras wilden kopen. Die splitsing marginaliseerde zwarte muzikanten tot de dag van vandaag – hoewel country nooit uitsluitend wit werd.
First Lady Eleanor Roosevelt (vijfde van rechts, met hoed op) werd in 1933 in Virginia vermaakt door bluegrass- en countrymuzikanten.
Politiek kreeg country betekenis tijdens de Grote Depressie van de jaren dertig, zegt Peter Kwint. Het voormalig Tweede Kamerlid van de SP maakt een podcast over country en werkt aan een boek over wat de geschiedenis van het genre zegt over de politiek in de VS. „President Roosevelt werd in veel songs gezien als held, vanuit het idee dat er iemand voor hun aan het werk was; dat er in het platteland geïnvesteerd werd in plaats van de grote stad.” Dat politieke radicalisme leefde na de oorlog voort in muziek als die van Woody Guthrie en later Johnny Cash, maar het genre lieerde zich nooit aan één kleur.
Dat veranderde eind jaren zestig, toen de decennia-oude alliantie tussen zuidelijke, conservatieve, witte kiezers en de Democratische partij brak. In de Southern Strategy waarmee de Republikeinse partij van Richard Nixon die kiezers won, speelde countrymuziek een grote rol. De partij eigende zich de muziek toe als die van de „stille meerderheid” die weinig moest hebben van de burgerrechtenbeweging, het vermeende verval van orde en gezag en het verzet tegen de oorlog in Vietnam. Ook prominente artiesten schaarden zich achter Nixon.
Eensgezind was die steun overigens niet. Toen Cash bijvoorbeeld werd gevraagd twee conservatieve nummers te spelen in het Witte Huis, weigerde hij. In plaats daarvan speelde hij een protestlied tegen de oorlog in Vietnam en Man in Black, het lied voor de „arme, neergeslagen” Amerikanen.
Dolly Parton nam in die jaren een unieke positie in, door op te komen voor het lot van werkende vrouwen, zonder expliciet politiek te worden. De film en gelijknamige soundtrack 9 to 5 heten satire te zijn, maar volgen een welhaast marxistische analyse van loonarbeid: de werker gééft haar arbeid, de kapitalist néémt die en beloont de werker onevenredig voor de meerwaarde die zij produceert. Zoals Parton zingt: „They just use your mind and they never give you credit.”
In de film gijzelen Parton, Jane Fonda en Lily Tomlin hun baas, waarna ze het kantoor overnemen en tot groot enthousiasme van hun collega’s onder meer flexibele werkuren, gratis kinderopvang en betaalde vakantie invoeren. Het is klassenstrijd verpakt als countrysatire en verhuld achter de apolitieke glimlach van Parton.
Countryster Johnny Cash op bezoek bij president Nixon in het Witte Huis in 1970.
Jane Fonda, Lily Tomlin en Dolly Parton (v.l.n.r.) in een scène uit de film ‘9 to 5’, die in december 1980 in première ging.
In decennia waarin het alledaagse Amerikaanse leven steeds meer bepaald werd door politieke en culturele polarisatie, inspireerde die dubbelzinnigheid veel artiesten. Countryteksten zijn vaak maatschappelijk: over een simpel, soms traditioneel leven, over (christelijke) naastenliefde, over de cultuur van het zuiden of de kleine dorpjes in de bergen. „Het gevoel vergeten te zijn is belangrijk”, zegt countrykenner Kwint. Maar die stem is niet per se conservatief, voegt hij eraan toe.
Ondanks pogingen van politici om de muziek te claimen, is veel country moeilijk als Democratisch of Republikeins te plaatsen. Toen zijn nummer ‘Rich Men North of Richmond’, over corrupte politici die niet omkijken naar gewone mensen, plotseling viral ging en door Republikeinen omarmd werd, was zanger Oliver Anthony duidelijk: het ging óók over Republikeinen.
De volkse, vaderlandslievende, gelovige arbeiderstraditie waaruit de muziek put, heeft door de decennia heen dan ook in beide partijen een plek gehad, en is ook van beide partijen afgedreven. Dat populisme – een term die in de VS doorgaans een positievere bijklank heeft dan in Europa – is doorgaans liberaal noch conservatief, maar past in wat de Amerikaanse dichter, essayist en boer Wendell Berry de „alternatieve traditie” noemde: lokale, zelfvoorzienende en soms gemarginaliseerde gemeenschappen – ver weg van stad en staat, moeilijk te plaatsen binnen reguliere politieke kaders.
Uitgesproken artiesten, zoals de trumpistische zanger Jason Aldean en de progressieve Kacey Musgraves, zijn in de minderheid; de meeste artiesten volgen de lijn van Parton. Luke Combs, de grootste countryartiest van het moment, noemde haar eerder dit jaar als inspiratie voor zijn politieke afzijdigheid. „Waarom kun je niet gewoon een goed mens zijn en geliefd worden? Het vergt wat finesse om dat allemaal op een manier te doen die niet bedrieglijk of clichématig overkomt. Het is een delicate balans, maar zij deed dat meesterlijk.”
Luke Combs treedt op tijdens de 59ste jaarlijkse Country Music Association Awards in de Bridgestone Arena op 19 november 2025 in Nashville, Tennessee.
Ik ben, zei Combs eerder, „niet liberal genoeg voor liberals en niet conservatief genoeg voor conservatieven”. Waarom, vroeg hij zich af, „maakt het ons uit wat iemand is? Wat zegt het precies? Ik heb vrienden die liberal zijn. Ik heb vrienden die conservatief zijn. Ik heb vrienden uit alle lagen van de bevolking.”
Tegelijkertijd is die keuze voor veel artiesten ook pragmatisch. Door wél de countrytraditie te vertegenwoordigen maar er géén politiek label aan te hangen, weten ze een breed publiek aan te trekken. Het schrikbeeld is wat er met de Dixie Chicks gebeurde. In 2003, kort na de Amerikaanse invasie in Irak, zei zangeres Natalie Maines zich te schamen dat president George W. Bush ook uit Texas kwam. Vrijwel direct verdween de muziek van de ‘Chicks’ van de radio. Zo populair als daarvoor zouden ze nooit meer worden.
Die balans is delicaat, zoals Combs opmerkte. Toen Zach Bryan, een zanger wiens oeuvre vooral een simpel maar gelaagd, door God omgeven plattelandsleven beschrijft, in een zin ICE bekritiseerde, leverde hem dat kritiek op van een Amerikaanse minister én een deel van zijn achterban. Nadat Nate Smith werd bekritiseerd om het dragen van een MAGA-pet, kondigde hij aan voortaan naar verbinding streven – een thema dat de laatste jaren vaker opduikt in populaire countrynummers. En onder politieke posts van de Trump-gezinde zanger Jason Aldean reageert een deel van zijn fans steevast of hij politiek en muziek alsjeblieft gescheiden wil houden; ze willen van hem houden om zijn muziek, in plaats van hem haten om zijn politiek.