Home

Fiets naar een boer om de verduurzaming een handje te helpen

In de rubriek De broeikas schrijft klimaatverslaggever Jeroen Kraan iedere zondag over wat hem opvalt. Deze week: kijk in de supermarkt eens naar de ingrediënten, in plaats van naar het prijskaartje. Een duurzamere landbouw begint ook bij onszelf.

Ik heb deze zomer veel geleerd over zout. Nou goed, niet over alle soorten zout, maar wel over het Sel des Alpes, het bergzout uit de Zwitserse Alpen. De mensen die dit zout winnen, schijnen de laatste mijnwerkers van Zwitserland te zijn.

Ik weet dit omdat ik tijdens mijn vakantie de verpakking van de paprikachips van het merk Zweifel heb zitten lezen (het was een enerverende vakantie). Op de verpakking wordt verwezen naar webpagina's die uitgebreid verhandelen over de gebruikte aardappels (uit Zwitserland) en raapzaadolie (uit Zwitserland), en dus over het zout. Op elke zak wordt zelfs de naam afgedrukt van de boerderij die de aardappels in jouw specifieke zak heeft geleverd.

Vooruit, als je gewoon even wat knapperigs wil wegwerken terwijl je B&B Voll Liebe kijkt, is het misschien een beetje too much information. Maar deze verder vrij gewone chips zijn wel een teken van een cultuur die goede, lokale ingrediënten op prijs stelt. Dat houdt niet op bij chips: in de Zwitserse supermarkten wemelt het van de producten die pronken met hun lokale afkomst.

Wanneer heb jij je voor het laatst afgevraagd waar de aardappels in jouw chips vandaan kwamen? Of in welke stal je kiloknallers hebben gestaan? Ik wil niet generaliseren, maar volgens mij heeft de gemiddelde Nederlander toch aanzienlijk meer interesse in het prijskaartje van voedsel dan in de ingrediënten.

Ik moest weer aan deze Zwitserse chips denken toen ik deze week schreef over onze sterk geslonken grondwatervoorraad. Door de droogte staan de grondwaterstanden zeer laag, en er worden in Nederland nog maar weinig maatregelen getroffen om het gebruik van grondwater in droge tijden te beperken, of om het water in natte periodes juist vast te houden.

Het lullige is dat zulke maatregelen vooral boeren hard zouden treffen; zij zouden bijvoorbeeld minder makkelijk met zware machines het land op kunnen, of in sommige delen van het land misschien wel moeten overstappen op andere teelten.

Het is maar een van de vele manieren waarop de verduurzaming vraagt om andere vormen van landbouw. Uiteraard geldt dat ook voor de aanpak van de stikstofcrisis, de klimaatcrisis en onze slechte waterkwaliteit. Uiteindelijk zullen we toe moeten naar een landbouw die minder vervuilende stoffen uitstoot, minder beslag legt op schaarse watervoorraden en beter in balans is met de natuur.

Het zijn allemaal dingen die we de afgelopen decennia niet van boeren hebben gevraagd. Sterker nog, het landbouwbeleid duwde hen actief de andere kant op: meer koeien in de wei, meer kunstmest, meer bestrijdingsmiddelen. Logisch dat deze transitie dan niet vanzelf gaat.

Om het probleem op te lossen, kijken we nu vaak naar de overheid. Moet die boeren uitkopen, schuiven met subsidies om verduurzaming aan te jagen, normen vastleggen om de uitstoot te beperken?

Dat is natuurlijk een belangrijk onderdeel van de oplossing, maar nu kom ik toch weer bij die Zwitserse chips (sorry dat het even duurde). Wij als consumenten hebben namelijk ook een belangrijke rol te spelen.

Wíj moeten wel die mooie producten willen kopen die al die duurzame(re) boeren straks produceren - en ja, we moeten er ook wat meer voor willen betalen. Want met minder koeien op een hectare, minder bestrijdingsmiddelen op de akker en meer ruimte voor de natuur, zal het onvermijdelijk duurder worden om jouw biefstuk of chips te maken.

Daar krijgen we dan wel wat voor terug: lekkerder eten, betere omstandigheden voor boerderijdieren en levendige ecosystemen. Met een beetje geluk zorgen we ook nog voor wat meer verbinding tussen de supermarktklant en de boer die zijn voedsel heeft geproduceerd.

Het betekent wel dat we kwaliteits- en streekproducten moeten zien als iets wat je dagelijks in je boodschappenkar legt, in plaats van iets wat je alleen koopt als je in Frankrijk op vakantie bent. Dat we leren te begrijpen waarom die biologische komkommer meer kost, en waarom de broccoli in sommige jaren wat kleiner is uitgevallen.

Ik hoor je al denken: dit ook nog, boven op al dat andere gedreun in mijn portemonnee. Als je de huur al nauwelijks kan betalen, mag je dit advies ook gerust negeren. Maar persoonlijk ken ik nog genoeg mensen die hun geld wel steken in een dikkere auto en die zich ondertussen in de supermarkt gedragen alsof ze geen cent te makken hebben.

Tegen die mensen zou ik zeggen: fiets eens naar een boer die rechtstreeks vanaf zijn akker verkoopt, of zoek een winkel die wel aandacht heeft voor kwaliteit en herkomst van producten. Je hoeft niet te wachten op de overheid of de supermarkten, je kunt het vandaag al doen.

Wat is jouw favoriete (Nederlandse) streekproduct? Laat het me weten via jeroen@nu.nl of in de reacties op NUjij, dan verzamel ik in De broeikas van volgende week wat tips.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next