Home

Gaat de nieuwe Rachel Cusk nou echt over actrice Natalie Portman? En is het een goed boek?

Al voor verschijnen gaf de nieuwe roman van Rachel Cusk een schandaal. Leven van M geeft een kil portret van een actrice die wel erg veel wegheeft van Natalie Portman. Of toch niet? Het lijkt allemaal deel van Cusks literaire spel.

is schrijver en redacteur van katern Zondag

Een nieuwe roman van Rachel Cusk, fijn! Als je er tenminste enig genot aan beleeft om heen en weer gesleept te worden over de met scherven bezaaide bodem van de werkelijkheid.

Rachel Cusk maakt mensen boos. Meest notoir met haar autobiografische A Life’s Work (2001) waarin de Britse schrijver het waagde om haar ervaring van het moederschap ongewoon eerlijk te beschrijven als – onder veel meer – isolerend, vaak saai, eindeloos veeleisend, uitputtend en verstikkend.

Dat klinkt nu voor de hand liggend, omdat zich in Cusks kielzog inmiddels een heel genre heeft gevormd van ‘eerlijke’ moederboeken. Maar vijfentwintig jaar geleden kwam het de auteur op de meest virulente, misogyne en ongepaste kritiek te staan (die haar verhaal slechts onderstreepte). Ze zou niet geschikt zijn voor het moederschap, niet van haar kinderen houden, een kinderhater zijn.

Cusk liet zich er niet van weerhouden om verder te werken aan een oeuvre dat steeds weer de aandacht vestigt op wat oncomfortabel waar is, voor een vrouw, een moeder, een (ex-)echtgenote. Maar het traditionele eerstepersoonsperspectief, dat haar een aantal keer zo kwetsbaar maakte voor de vernietigende letterlijkheid van de publieke opinie, maakte plaats voor experimentelere vertelvormen die de contouren van identiteit en het onderscheid tussen zelf en ander onderzoeken.

Zo ook in haar nieuwste roman Leven van M, die al voor verschijnen werd omringd door een nieuwe controverse – of beter: literaire juice.

De actrice M, die een hoofdrol speelt in het boek, zou gebaseerd zijn op de Amerikaanse filmster Natalie Portman, met wie Cusk contact kreeg toen Portman haar roman Parade (2024) selecteerde voor haar boekenclub.

De roddel gaat dat Portman niet blij zou zijn met hoe Cusk haar afschildert, maar zowel Cusk als Portman en haar management hebben zich onthouden van commentaar. Wat amateurdetectives suggereren op literaire blogs komt ironisch genoeg uit de roman zelf, waarin de beroemde actrice M inderdaad niet blij is met het werk dat de verteller, een schrijver, over haar schrijft.

‘Een tijd geleden’, zo opent het boek, ‘zei ik tegen tegen de actrice M dat ik overwoog haar autobiografie te gaan schrijven. Dat idee stond haar wel aan. Ze doet niet moeilijk. Zou je het gewoon verzinnen? vroeg ze.’

De actrice M heeft met Natalie Portman gemeen dat ze van boeken houdt, het gezicht is van een bekend modemerk, is ontdekt door Hollywood toen ze nog maar een kind was en op een hoogtepunt in haar carrière een ballerina speelde in een film die hier, in dit boek, niet Black Swan wordt genoemd, maar dat duidelijk is.

M woont in een stad die niet Parijs wordt genoemd, maar dat waarschijnlijk wel is – zowel Portman als Cusk woont er. Net als Portman heeft de actrice M een paar kinderen en een paar honden.

En wist je trouwens dat de échte Natalie Portman momenteel, op 45-jarige leeftijd, hoogzwanger is van haar derde kind?

Deel van het spel

Het is niet sjiek voor een criticus om zich te laten verleiden door platte details uit de werkelijkheid. Zulke details doen doorgaans ook niet ter zake; we hebben het hier over fictie. Maar dat de lezer (deze lezer) er nauwelijks aan ontkomt om dit boek te lezen met de beeltenis van Natalie Portman op haar netvlies, lijkt deel van het spel dat hier wordt gespeeld. Die beeltenis, dat mysterieus poppige gezicht van de Dior-reclame, is zozeer publiek goed, zo vertrouwd dat je er onwillekeurig mee aan de haal gaat en het denkbeeldig in close-up aan het werk ziet.

Wat het betekent om zo beroemd te zijn dat je van iedereen bent, maar tegelijkertijd door niemand wordt gekend, misschien zelfs niet door jezelf – dat lijkt aan de oppervlakte het thema van Leven van M. Wie ben je als je steeds weer iemand anders speelt?

Maar er is altijd meer aan de hand bij Cusk.

Glibberige verteller

Om maar eens te beginnen met die glibberige verteller, van wie we biografisch niet veel meer weten dan dat het een schrijver is, met een zieke partner, wonend in die niet nader genoemde grote stad. Naam, leeftijd en geslacht blijven impliciet, maar ik durf te zeggen dat het aannemelijk is dat we hier te maken hebben met het bewustzijn van een vrouw van middelbare leeftijd.

Voor iemand die de autobiografie (!?) van M zegt te willen schrijven weet deze verteller verbazend weinig over M. Ze ontmoeten elkaar in een boekwinkel, maar terwijl M waar ze ook gaat wordt herkend, heeft de verteller aanvankelijk geen idee. ‘Iedereen kent haar, behalve ik.’ De verteller, lezen we, heeft dan ook een ambivalente relatie met het medium film.

Al gauw ontstaat de indruk dat deze ‘autobiografie’ zich zal vormen naar wat de aanwezigheid van de superster M doet met de mensen om haar heen en wat die mensen zoal op haar projecteren. Zo’n procedé is typisch voor Cusk, die in haar beroemde Outline-trilogie de verteller laat verdwijnen in de verhalen van de personages die ze tegenkomt.

‘Het viel niet mee je naast M niet lelijk te voelen’, merkt deze verteller op over de ontmoetingen met M. ‘Ten dele was dat de lelijkheid van de ervaring. Ik had nooit geleerd hoe ik het hebben van allerlei ervaringen voor mezelf makkelijker kon maken. Voor M gold het tegenovergestelde. Haar probleem was dat de arbitraire gewelddadigheid van de onbeduidendheid ver van haar af lag. Terwijl ik mij van die gewelddadigheid doordrenkt voelde. Mijn leven lang was me duidelijk gemaakt hoe onbelangrijk ik was. M en ik hadden allebei heimelijk het gevoel dat het de verschillende manieren waren waarop we waren beschadigd die ons onze macht hadden gegeven.’

Deze spiegeling, of liever dit fotonegatief blijft de hele roman lang effectief. De roem van M weerkaatst de onbeduidendheid van de verteller; M’s zichtbaarheid haar eigen onzichtbaarheid.

Zo onbeduidend voelt de verteller zich naast M, dat de ‘ik’ van het begin al snel opgaat in een collectief, een ‘we’: ‘We wonen in dezelfde stad, maar daar wonen ook miljoenen anderen.’ Aanvankelijk denkt de lezer dat dit ‘M en ik’ zijn, maar gaandeweg zou die ‘wij’ ook kunnen slaan op: expats in een stad als Parijs, leden van de hogere middenklasse, strevende creatievelingen, een ongedefinieerd publiek.

Nu en dan wordt het specifieker en herkennen we er een ik in, met eigen wederwaardigheden, maar vaak ook lijkt de ‘we’ te staan voor wij, wij stervelingen, de algemene massa, tegenover M, een en al persoonlijkheid, uitverkorenheid, uniciteit. Schijnbaar.

Geen flatteus portret

Uit die tegenstelling – de massa aan de ene kant, M aan de andere – komen observaties voort over M en haar roem, die je inderdaad als nogal beledigend zou kunnen opvatten. Haar veronderstelde uitzonderingspositie maakt van haar een soort alien, een bezoeker en nabootser van de menselijke ervaring, die nooit helemaal benaderbaar voor haar wordt.

‘Zelfs liefde heeft nooit echt vat op haar [M] kunnen krijgen’, schrijft Cusk, ‘omdat het juist op dat punt is dat ze altijd het duidelijkst de onmogelijkheid van totale oprechtheid voelt.’

En wel vaker wordt M getypeerd als te verheven om echt iets te voelen, gedissocieerd, of leeg. ‘Het is haar afwezigheid die boeiend, ja, fascinerend is (…) – een afwezigheid die haar bijna lijkt te karakteriseren, als een schim.’

Nee, hier wordt niet bepaald een warm of flatteus portret geschetst van M. Tegelijkertijd wordt steeds benadrukt hoe fundamenteel onkenbaar ze is, waardoor de vraag oprijst over wie dit alles nu eigenlijk gaat. De verteller mag in de menigte zijn opgegaan, maar is allerminst verdwenen.

De ervaringen van roem enerzijds en onbeduidendheid anderzijds worden voorgesteld als twee kanten van dezelfde medaille, en die medaille is het zelf – het werkelijke onderwerp van dit boek.

Extreem analytisch

Ik ben eraan voorbijgegaan dat de passage die ik hierboven citeer, over die onbeduidendheid, een hele eigen tekstverklaring zou legitimeren. (Wat is er precies gewelddadig aan onbeduidendheid? En wat is er arbitrair aan die gewelddadigheid? Over welke macht wordt hier, respectievelijk, gesproken?)

Dat is bij Cusk wel vaker het geval, waarmee ik wil zeggen dat je af en toe denkt: wat stáát hier in hemelsnaam!? Wat wordt er bedoeld als over M wordt gezegd: ‘Haar objectiviteit met betrekking tot haar verlangen is het filosofische product van haar roem’?

Ik noem dit niet om flauw te doen. Ik twijfel er niet aan dat de schrijver de lezer voor is. Maar Cusk is een extreem analytische schrijver, bij wie het denkproces zelf, de perceptie, vaak de plaats inneemt van een klassiek verhaal. Dat is niet voor iedereen; er lijkt op het eerste gezicht een soort kille distantie mee gepaard te gaan, alsof dit niet meer over mensen, maar slechts over ideeën gaat.

In een essay over de grote invloed van Rachel Cusk die hij onder zijn schrijfstudenten bespeurt, hekelt de Amerikaanse schrijver en criticus Brandon Taylor de weerzin die uit Cusks werk lijkt te spreken om ‘gewoon’ een verhaal te vertellen, good old storytelling, ‘alsof er iets diep gênant is aan verhalen vertellen’. De Outline-trilogie noemt hij ‘in wezen kritiek over het schrijven van fictie, maar dan in romanvorm’.

Taylors bezwaar is de afstandelijkheid die voor hem inherent is aan deze blik. Eenzelfde soort verwijdering, opmerkelijk genoeg, die het personage M typeert in de blik van de verteller, waardoor de actrice zich beledigd voelt – alsof ze geen echt mens zou zijn, geen echte vrouw. Een vrouw, tenslotte, moet wel voelen.

Los van de verontwaardiging die Leven van M opnieuw losmaakt bij het grote publiek (want arme Natalie Portman – verraad!) betonen deze keer ook goede lezers zich afgeschrikt door hoever Cusk, in een poging de leegte van de celebritycultuur weer te geven, de romanvorm oprekt naar regionen waar van persoonlijkheid nauwelijks nog sprake is.

Critici krijgen het er koud van. En dat is misschien wel precies de bedoeling.

Wat Rachel Cusk tot een van de radicaalste levende schrijvers maakt, is dat vorm en inhoud daadwerkelijk samenvallen (dit is echt heel zeldzaam geworden in de literatuur) in een project waarvan je het levensbelang met de juiste welwillendheid wel degelijk kan voelen.

Dat project is een oeuvre dat in al zijn verschijningsvormen uitdrukking probeert te geven aan harde waarheden over wat een zelf is, een identiteit, hoe dat een eindeloze bron kan zijn van leed, hoezeer je erin gevangen kunt zijn (door roem, moederschap, het zijn van een vrouw). Maar ook, daar zit de lichtheid, hoe je het kunt relativeren, hoe veranderlijk het kan zijn, en hoe je er soms wel degelijk aan kunt ontsnappen door experiment, verplaatsing in een ander, een nieuwe blik.

Cusk neemt je mee naar de kerker, maar laat je ook de geheime uitgang zien.

Rachel Cusk: Leven van M. Uit het Engels vertaald door Auke Leistra. De Bezige Bij; 160 pagina’s; € 22,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next