Het leven van jonggestorven dichter Ingrid Jonker is bijna too much om na te vertellen. Een dubbeluitgave – deels biografie, deels brieven en foto’s – brengt haar dichterbij.
schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.
In de nacht van 18 op 19 juli 1965 liep een jonge vrouw bij Drieankerbaai, Kaapstad, de zee in. Zij werd gevonden, zoals ze zelf in dichtregels had voorspeld: ‘My lyk lê uitgespoel in wier en gras/ op al die plekke waar ons eenmaal was.’
Ingrid Jonker, 31, liet een 7-jarig dochtertje achter, aan wie verteld moest worden dat het een ongeluk was. Haar vrienden, kunstenaars met wie zij aan de kust bij Clifton een bohemienachtig leven leidde, waren geschokt maar niet verbaasd. Ingrid sprak en dichtte vaak over de dood. Ze liet drie dichtbundels na.
Toen Jonker stierf, was ze niet beroemd. Ze had talent, maar er waren altijd uitgevers en critici die haar werk te onrijp, technisch onvolmaakt of te kinderlijk vonden. Pas acht jaar na haar debuut wilde iemand haar tweede bundel uitgeven. Bovendien gold zij als een rebel, behorend tot een groep schrijvers, de ‘Sestigers’, die zich fel uitte tegen apartheid.
Beroemder was haar vader, Abraham Jonker, schrijver, journalist en later politicus onder de architect van de apartheid, Hendrik Verwoerd. Hij zat in een commissie die censuur uitoefende op poëzie als die van Ingrid. Toen hij hoorde dat zij zichzelf had verdronken, was zijn commentaar: ‘Wat mij betreft gooien jullie haar terug in de zee.’
Niet hij, maar zijn geminachte dochter werd een icoon in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis én letterkunde. Dat gebeurde in 1994, toen Nelson Mandela bij zijn eerste toespraak in het parlement de Engelse vertaling van haar gedicht Die kind wat doodgeskiet is deur soldate in Nyanga voorlas. Ze schreef het in 1960, nadat een kind was doodgeschoten bij een demonstratie tegen de pasjeswetten: ‘Die kind is nie dood nie/ die kind lig sy vuiste/ teen sy moeder/ wat Afrika skreeu; skreeu die geur/ van vryheid en heide/ in die lokasies van die omsingelde hart’.
Mandela koos het om te laten zien dat niet alle witte Afrikaners racisten en voorstanders van apartheid waren; dat verzoening mogelijk was.
Er volgde een enorme belangstelling voor haar leven en werk, tot op de dag van vandaag. Jonkers poëzie werd heruitgegeven en in vele talen vertaald. In Nederland verscheen in 2000 Ik herhaal je, een keuze uit haar werk door Gerrit Komrij, die de gedichten goed vertaalde, met als nawoord een biografische schets door Henk van Woerden. Een jaar later konden we de schitterende documentaire van Saskia van Schaik zien, Korreltjie niks is my dood. In 2011 draaide de speelfilm Black Butterflies, een romantische tragedie, geregisseerd door Paula van der Oest, met Carice van Houten als Ingrid. En het hield niet op: vorig jaar publiceerde Janneke Siebelink de roman Een verdwaalde zomerdag, geïnspireerd op Jonkers leven.
Er werd ook een biografie geschreven door Petrovna Metelerkamp; in 2018 verscheen Ingrid Jonker – ’n biografie, in het Afrikaans. In 2003 had de biograaf Ingrid Jonker – Beeld van ’n digtersleven samengesteld, een verzameling brieven, foto’s, artikelen en getuigenissen, die in 2012 werd aangevuld met nieuw materiaal. Nu zijn beide boeken gebundeld in een Nederlandse uitgave. Het tweede boek werd integraal vertaald door Gerard Scharn: beslist een aanwinst. De documenten vertellen samen een genuanceerd verhaal uit vele invalshoeken, wat een goed tegenwicht geeft tegen mythevorming.
Van de omvangrijke biografie maakte Scharn een ‘samenvattende vertaling’. Daarbij werd de biografie teruggebracht tot een kwart van de oorspronkelijke tekst. Waarom Scharn hiervoor koos en niet voor een vertaling van de gehele biografie, vertelt hij niet. De beknotte biografie is beslist interessant, en helder geschreven. Maar vervelend is dat we niet weten wanneer Scharn aan het woord is en wanneer Metelerkamp (die hij ook in de derde persoon opvoert). Daarmee wordt geen recht gedaan aan het verhaal dat de biograaf heeft geschreven.
Dat Ingrid Jonker zestig jaar na haar dood nog tot de verbeelding spreekt, is niet verwonderlijk. Zij werd een soort literair bidprentje. Dat overkwam ook Virginia Woolf en Sylvia Plath: geniale, mooie, doodongelukkige vrouwen die uit het leven stapten. Zulke tragische kunstenaarslevens zijn al prefab films of romans.
Jonkers levensverhaal heeft zoveel pasklare romantische elementen en zoveel smartelijke parallellen dat een realistische weergave too much zou zijn, te ongeloofwaardig voor fictie. Haar vader verliet het gezin omdat hij dacht dat zijn tweede dochter Ingrid, van wie zijn vrouw zwanger was, niet zijn kind was (zoals Ingrid ook zou overkomen toen ze voor de tweede keer zwanger was). Ze verloor jong haar geliefde moeder (net als Ingrids dochtertje Simone zou overkomen), die aan depressies leed – net als later Ingrid. Ze groeide op in armoede bij haar oma, in een schilderachtig huisje aan zee, midden in de natuur, maar werd daar wreed weggehaald door haar vader. Die verwaarloosde haar, hoewel Ingrid hunkerde naar zijn goedkeuring. Haar stiefmoeder haatte haar. De slimme Ingrid mocht niet studeren, haar halfbroer wel.
Na haar echtscheiding werd Ingrid door haar ex en haar vader financieel aan haar lot overgelaten. Ze hield zichzelf met moeite overeind met baantjes. Toch leek ze een heerlijk strandleven te leiden met haar vrienden. Ze zag er prachtig uit. Ze had een paar grote liefdes – de schrijvers Jack Cope en André Brink – maar toen het slecht met haar ging, kozen zij niet voor haar. Ze vonden haar lastig, en een concurrent in de literaire aandacht.
Hoewel het jammer is dat we niet de hele biografie van Metelerkamp in het Nederlands kunnen lezen, brengt deze merkwaardige uitgave Ingrid Jonker toch dichtbij. Ze was geen depressieve treurwilg en evenmin een politiek activist. Ze was een meisje dat leefde met al haar zintuigen op scherp, dat net zo ontvankelijk was voor schoonheid, liefde en geluk als voor uitsluiting en onrecht. Gevoeliger dan goed voor haar was. Dat alles zit in haar wondermooie poëzie, die de tijd doorstaat.
Petrovna Metelerkamp: Ingrid Jonker, een dichtersleven – Biografie. Uit het Afrikaans vertaald door Gerard Scharn. Ezo Wolf; 502 pagina’s; € 35.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant