Shaul Magid | hoogleraar Joodse studies De Israëlische minister Itamar Ben-Gvir noemde Palestijnen „geen mensen”. Zijn extremisme is sterk beïnvloed door de ideeën van rabbijn Meir Kahane. Diens invloed op de Israëlische politiek groeit, constateert hoogleraar Shaul Magid, die een boek over hem schreef.
Toespraak van Meir Kahane tijdens een demonstratie in Jeruzalem op 1 augustus 1988.
Toen de extreemrechtse Amerikaans-Israëlische rabbijn Meir Kahane in 1990 werd doodgeschoten in New York was hij behoorlijk gemarginaliseerd. Zijn politieke partij, waarmee hij in 1984 één zetel in het Israëlische parlement had veroverd, was verboden wegens haar racistische en ondemocratische ideologie en betrokkenheid bij geweld.
Hoe anders is dat vandaag de dag. Het kahanisme is sinds eind 2022 onderdeel van de regeringscoalitie. De extreemrechtse minister en kolonist Itamar Ben-Gvir (Nationale Veiligheid) beschouwt Kahane expliciet als zijn voorbeeld.
Volgens Kahane was er geen compromis mogelijk tussen Israëliërs en de Palestijnen: óf de ene groep zou alles krijgen, óf de andere. Israël moest er volgens hem alles aan doen om het Palestijnse volk te verdrijven.
Ben-Gvir van de partij Otzma Yehudit („Joodse Kracht”) roept op tot geweld tegen Palestijnen, deelde na 7 oktober 2023 wapens en wapenlicenties uit aan kolonisten, en is de drijvende kracht achter de recent ingestelde doodstraf voor Palestijnen die door Israël gevangen zijn gezet. Onlangs zei hij in een podcast dat Palestijnen „geen mensen” zijn, omdat dit te complimenteus zou zijn.
Maar de invloed van Kahane is niet alleen op uiterst rechts terug te zien in Israël, zegt Shaul Magid, hoogleraar moderne Joodse studies (Harvard University) en rabbijn, per videoverbinding vanuit Boston.
Hij ziet breder in Israël „een zekere normalisering van wraak. Dat was wat de oorlog in Gaza werd: een wraakoorlog om Gaza te vernietigen. Dat is iets waar kahanisten heel erg achter staan. Het vertegenwoordigt ook onverschilligheid over wat de rest van de wereld van Israël vindt. Veel Israëliërs zijn er inmiddels, zoals Kahane altijd heeft gepropageerd, van overtuigd dat alle niet-Joden antisemieten zijn.”
Shaul Magid schreef in 2021 het boek Meir Kahane: The Public Life and Political Thought of an American Jewish Radical. Het kahanisme wordt nu vooral met de Israëlische politiek en de kolonistenbeweging geassocieerd. Maar Kahane was volgens Magid in de eerste plaats een Amerikaanse denker.
Martin – zijn voornaam zou hij later hebraïseren tot Meir – Kahane werd in 1932 geboren in Brooklyn. De familie van Kahane was grotendeels aan de Holocaust ontsnapt, maar in zijn jeugd was hij omringd met Holocaustoverlevenden. De Holocaust, zegt Magid, was voor hem overal.
Eind jaren zestig trad hij voor het eerst op de voorgrond. Die tijd werd in de VS gekenmerkt door de opkomst van tegencultuur en de strijd tegen rassenongelijkheid. Amerikaanse Joden, zegt Magid, waren steeds nerveuzer en achterdochtiger geworden over hun positie in de VS, gezien het anti-Joods geweld in sommige steden.
„Kahane gaf daar een nogal simplistisch antwoord op, namelijk dat antisemitisme eeuwig is. Niet-Joden zullen zich altijd tegen Joden keren als ze de kans krijgen. En de enige manier om hiermee om te gaan, is door zichzelf te verdedigen.” In 1968 richtte hij daarom de Jewish Defense League op, een organisatie die Joden met geweld tegen antisemitisme wilde beschermen.
Amerikaanse Joden stemden in de jaren zestig bijna uitsluitend Democratisch. „Het idee om geweld als afschrikmiddel te gebruiken was hun een gruwel. Er was echter een jongere generatie Joden, geboren in de VS, kinderen van immigranten en Holocaustoverlevenden, die zich begon af te vragen of die berustende reactie wel voldeed.”
Het gebruik van geweld door groeperingen als de militante Afro-Amerikaanse Black Panthers en de uiterst linkse Young Lords, begon die generatie Joden te beïnvloeden. „Zo werd Kahane aantrekkelijker. Wat ik interessant vind, is dat hij de tactieken van extreem-links gebruikte voor een reactionaire rechtse ideologie.”
Wat Kahane van links overnam, was het idee van radicalisme, van revolutionaire in plaats van geleidelijke verandering. En net als Joods radicaal-links zag hij het liberalisme als de vijand. Publiciteit was alles voor Kahane, zegt Magid. Daarom zocht hij de provocatie op. „Er zat een heel theatraal element in hem. Hij was een straatartiest. Het was eenzelfde soort guerrillatheater dat zich destijds afspeelde onder een aantal extreem-linkse groeperingen.”
Toen Kahane in 1971 naar Israël vertrok, namen Joden in de VS zijn boodschap nog niet al te serieus. Maar ook in de VS is hij postuum aan een opmars bezig, constateert Magid. Zo vond Kahane dat Joden wapens moesten kopen om zichzelf te beschermen. „Dat was toen een buitenissig idee. Maar sinds 7 oktober 2023 zie je een ongelooflijke toename van Joden die wapens kopen.”
„Veel Amerikaanse Joden voelden zich extreem ongemakkelijk bij de campusprotesten tegen de wreedheden in Gaza en het gebruik van de term ‘genocide’. Zij zien dit als antisemitisme. Steeds meer Amerikaanse Joden zijn gaan denken dat Kahanes voorspelling, dat antisemitisme uiteindelijk de veiligheid van Joden in de VS zou ondermijnen, waar zou kunnen zijn.”
In Israël was Kahane in 1971 nog een onbekende. Hij begon er meteen een politieke carrière op te bouwen, en zijn ideologie evolueerde. Zijn aanhang bestond voornamelijk uit Amerikanen die naar Israël waren geëmigreerd en, in toenemende mate, Joodse immigranten uit Arabische landen.
In die tijd kwam ook de kolonistenbeweging op. In 1974 werd Gush Emunim (‘Blok van de Getrouwen’) opgericht, de politieke tak van de messiaanse religieus-zionistische beweging. En zo, zegt Magid, kreeg Kahane een basis, al verschilde zijn denken van die beweging.
„Kahane had niet die romantische messiaanse geestdrift. Hij was eigenlijk een fascist. Het ging hem alleen om macht. God gaf ons dit land, dat was de religieuze component in zijn fascisme. En hij was ervan overtuigd dat de enige manier om in dat land te heersen, de ijzeren vuist was.”
„Kahane was een revolutionair die de staat omver wilde werpen en wilde vervangen door een soort monarchie. Zijn apocalyptische gedachtegoed vertaalde hij in politiek radicalisme, waarbij hij goed naar Lenin had geluisterd: hoe erger het wordt, hoe beter het wordt.”
Kahanes fundamentele standpunt was dat de Arabieren – hij sprak niet over Palestijnen – net zo nationalistisch waren als de Joden. „Kahane vond dat het wij of zij was, dat de Joden alleen konden overleven door de Palestijnen te verplaatsen of door hen te domineren en ervoor te zorgen dat ze tweederangsburgers bleven.”
Zijn ideeën over Palestijnen gaan terug op Ze’ev Jabotinsky, de grondlegger van de revisionistische factie in het zionisme. Kahanes vader was een aanhanger van hem. Als Jabotinsky in de jaren dertig in de VS was, logeerde hij bij de familie Kahane
Het idee van de verplaatsing van Palestijnen – een eufemisme voor verdrijving – was niet voorbehouden aan Kahane. „Het zionisme wilde een Joodse staat vestigen in een land waar andere mensen woonden, dus had het altijd al een demografisch probleem. De daadwerkelijke verplaatsing van Palestijnen gebeurde in 1948, toen honderdduizenden van hen uit hun dorpen werden verdreven. In de jaren tachtig bepleitte alleen radicaal-rechts nog expliciet de verplaatsing van Palestijnen.”
In 1984 haalde Kahane met zijn Kach-partij één van de 120 zetels in de Knesset, het Israëlische parlement. Dat was „een grote schok voor het Israëlische systeem”, aldus Magid.
„De algemene opvatting was dat Israël een Joods en democratisch land was. Links vond dat wringen, want een democratie voor iedereen botst met een exclusief Joodse staat. Kahane vond echter dat Israël een Joodse staat moest zijn, zonder democratie voor iedereen. Dat Joods en democratisch samen zouden gaan, vond hij een liberale illusie.”
De moord op Kahane door Elsayyed Nosair in 1990, betekende niet het einde van zijn gedachtegoed. Het kahanisme, zegt Magid, stond in de coulissen. „Telkens wanneer de Joodse wereld de komst van een dreiging voelt, staat Kahane klaar om op het podium te verschijnen.”
„Mensen vragen mij vaak: hoe zou Kahane op 7 oktober 2023 hebben gereageerd? Mijn antwoord is dat hij zou hebben gezegd: I told you so. Hij zou er niet verrast door zijn, het moest gebeuren, net als de Holocaust, omdat iedereen volgens hem de Joden haat.”
Hoewel Ben-Gvir Kahane zijn „mentor” noemt, is de minister volgens Magid beter als ‘neo-kahanist’ te omschrijven. „Het verschil is: Ben-Gvir is geen revolutionair. Hij gelooft dat hij de regering van binnenuit kan hervormen. Ik denk daarom dat het neo-kahanisme een gevaarlijker fenomeen is dan Kahane zelf was. Hij is toch altijd een buitenbeentje gebleven.”
In de komende verkiezingen eind oktober doet een nieuwe kahanistische partij mee. De extreemrechtse kolonist Baruch Marzel mag deelnemen met een partij die nog extremer is dan die van Ben-Gvir.
Ook dat is wat Magid betreft een duidelijk teken van de normalisatie van Kahanes gedachtegoed. „Vandaag de dag zijn er steeds meer Israëliërs die in navolging van Kahane zeggen: als de keus is tussen een Joodse en een democratische staat, doe mij dan maar een Joodse staat. Alleen een slinkend clubje liberalen en progressieven verzet zich daar nog tegen.”