Na jaren van procederen in de VS staan drie Iraakse slachtoffers van de beruchte Abu Ghraib-gevangenis met lege handen. Een rechtbank oordeelde vrijdag in hoger beroep dat de drie geen recht hebben op smartengeld.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
In 2024 had een jury-rechtbank nog geoordeeld dat de eisers ieder omgerekend 12 miljoen euro zouden ontvangen vanwege brute folteringen door Amerikaanse soldaten. Dat vonnis wordt hiermee geschrapt.
De drie mannen, Salah el-Ejaili, Suhail al-Shimari en Asa’ad al-Zubae, werden opgepakt in de periode 2003-2004, kort na het begin van de Amerikaanse invasie van Irak. Ze werden meegenomen naar het stadje Abu Ghraib, nabij de hoofdstad Bagdad, waar zich een beruchte gevangenis bevond. Ze werden gedwongen naakt te zijn en ondergingen huiveringwekkende vormen van foltering, waaronder elektrocutie en klappen op hun genitaliën.
Het leidde in de lente van 2004 tot een wereldwijd schandaal toen CBS News en tijdschrift The New Yorker foto’s en getuigenissen publiceerden uit de gevangenis. Op één van de foto’s was te zien hoe naakte Irakezen bovenop elkaar waren gestapeld als een levende piramide, terwijl twee bewakers breed lachend in de camera keken. Susan Sontag, een bekende essayist, trok in de krant The New York Times de vergelijking met wandaden van de Belgische kolonisator in Congo en die van de Fransen in Algerije.
Het Amerikaanse leger geniet immuniteit van rechtsvervolging, maar dat geldt niet voor CACI International, een private partij die ondervragers leverde aan het Amerikaanse ministerie van Defensie. Met hulp van de Amerikaanse non-profitorganisatie Center for Constitutional Rights (CCR) dienden de drie mannen daarom in 2008 een aanklacht in tegen CACI. Het leidde tot een van de langst lopende rechtszaken in de recente Amerikaanse geschiedenis.
In 2024 werden de drie mannen uitgebreid gehoord door een rechtbank in de Amerikaanse staat Virginia. Als gevolg van de folteringen, zo zeiden ze, hadden ze tot de dag van vandaag psychische klachten. Een jury kwam tot de slotsom dat CACI inderdaad aansprakelijk moest worden gesteld voor marteling en andere ‘onmenselijke en vernederende behandelingen’. Het bedrijf werd veroordeeld tot de betaling van 36 miljoen euro aan schadevergoeding, oftewel 12 miljoen per eiser.
CACI ging daarop in beroep. Het hof van beroep bekrachtigde eerder dit jaar nog het oordeel van de jury, maar kwam daar vrijdag op terug. In het licht van een nieuw vonnis van het Amerikaanse Hooggerechtshof in een andere zaak moet de uitspraak van de jury worden verworpen, zo redeneerde het hof.
Het hof verwees daarbij naar een recente wijziging van de zogeheten Alien Tort Statute, een wet uit 1789 die niet-Amerikaanse burgers het recht geeft om in een federale rechtbank te procederen voor schendingen van het internationaal recht. In juni bepaalde het Hooggerechtshof dat die wet voortaan alleen geldt voor Amerikaanse paspoorthouders, en voor rechtszaken omtrent ambassades of piraterij.
Salah el-Ejaili was ten tijde van zijn arrestatie werkzaam als journalist voor tv-zender Al Jazeera, en zat twee maanden vast zonder duidelijke aanklacht. ‘Ze geloofden ons en kozen onze kant’, zei hij in een verklaring op de website van CCR, verwijzend naar het oorspronkelijke oordeel van de jury. ‘De geschiedenis zal uitwijzen dat het Hooggerechtshof ons rechtvaardigheid heeft ontzegd.’ Katherine Gallagher, als advocaat verbonden aan CCR, zegt dat men zich beraadt op verdere juridische stappen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant