Bij de WK roeien heeft de vrouwendubbelvier goud veroverd. Aan boord was ook Marieke Keijser, die aan een tweede roeileven is begonnen waarin haar gewicht geen rol meer speelt. ‘Dit is veel gaver.’
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
De gouden medaille die Marieke Keijser zaterdagmiddag aan de Bosbaan omgehangen heeft gekregen, markeert niet alleen dat zij met haar ploeggenoten in de dubbelvier de beste van de wereld is. Het is ook de bevestiging dat een tweede, veel fijnere roeicarrière niet alleen mogelijk is, maar ook succes oplevert.
‘Het is heel bijzonder dat ik de kans heb gekregen en voor mezelf heb gecreëerd om het roeien nog een keer anders te ervaren’, zegt ze nadat ze zich door de toejuichingen van het thuispubliek heeft laten overspoelen. Keijser kijkt even omlaag, naar de gouden plak die ergens in de plooien van haar afgestroopte roeipak verstopt is geraakt. ‘Het roeien geeft zoveel meer plezier als er niet zoveel stress op zit om altijd maar bezig te zijn met je gewicht.’
De 29-jarige Keijser is een herintreder in het roeien. Na drie jaar afwezigheid keerde ze afgelopen winter terug in de nationale selectie. In 2022 was ze, vrij abrupt, gestopt met topsport. Helemaal klaar met het roeileven dat ze geleid had in de jaren ervoor. Een periode waarin ze tot de wereldtop behoorde in het ‘lichte roeien’, de bootklassen waar een maximaal gewicht geldt. Voor vrouwen ligt het maximum bij 57 kilogram.
Negen internationale titels in de lichte skiff en lichte dubbeltwee prijken op haar palmares; het indrukwekkendst was de olympische bronzen medaille die Keijser met Ilse Paulis in 2021 in Tokio veroverde. Maar die successen kwamen met een prijs, inherent aan die gewichtsgrens. Als tiener was de grens van 57 kilogram nog niet zo’n probleem, maar in de jaren erna nam door haar trainingen haar spieromvang en gewicht onverbiddelijk toe en veranderde haar focus.
‘Ik was geobsedeerd om met zo min mogelijk zo maximaal mogelijk te presteren’, zei ze er in 2022 over. Ze probeerde in haar vorige roeibestaan zo min mogelijk te eten en tegelijkertijd zo hard mogelijk te roeien. Ze noemt het nu een ‘wedstrijd in een wedstrijd’, die de aandacht opeiste van waar het in sport om hoort te gaan: het beste uit jezelf halen.
Aan dezelfde Bosbaan waar ze nu net met Tessa Dullemans, Lisa Bruijnincx en Margot Leeuwenburgh haar eerste mondiale titel veroverd heeft, was Keijser vier jaar geleden vernietigend over het lichte roeien, dat op de Spelen van 1996 voor het eerst een olympische status kreeg, maar in Parijs voor het laatst op het programma stond. De gewichtsklasse moest de sport bereikbaar maken voor diegenen die niet van nature lang en gespierd zijn, maar was wat Keijser betreft vooral ongezond. ‘Ik ben geen type om een eetstoornis te krijgen, maar ik was wel voortdurend bezig met een weegschaal om mijn eten af te wegen’, zei ze toen.
In de jaren na haar afscheid ging het toch weer kriebelen. Ze nam de riemen weer ter hand, wist zich afgelopen winter weer in de nationale trainingsselectie te roeien, maar moest vervolgens nog wel opgenomen worden in een boot met sterke ploeggenoten. Eenvoudig was de terugkeer niet altijd, vertelt ze. ‘Er zijn wel wat tegenslagen geweest.’ Maar bovenal heeft ze ervaren hoe heerlijk het is om in de ‘open klasse’ te roeien, waar gewicht geen enkel probleem is. Sterker: een paar kilo extra helpt alleen maar om de snelheid in de boot te houden. ‘Het is mentaal en fysiek veel beter’, zegt ze.
Haar ploeggenoten loven Keijser om het plezier dat ze in de boot brengt. Met de liedjes die ze zingt en de sfeer die ze maakt. De lol die ze hebben is een van de redenen dat het viertal in korte tijd zo’n hechte en goed ingespeelde boot is geworden. Keijser ervaart dat als een groot compliment. ‘Omdat ik het anders heb ervaren, hiervoor. En op die manier wil ik het niet meer.’
Het leven van een roeier bestaat uit relatief weinig wedstrijden en heel veel dagen training. Zo'n kampioensrace als deze op zaterdagmiddag is ongekend. Dat zal ze nooit vergeten. Maar het is een uitschieter in het jaar, misschien wel in een carrière. ‘Uiteindelijk zijn het de dagen die je traint, al die momenten met de ploeg, waar het om gaat. Dat gaat om wel 300 dagen in het jaar. Als het dan ongezellig is, dan zijn dat wel heel veel dagen.’
Keijser constateert dat ze niet de enige is die met succes het lichte roeien vaarwel heeft gezegd en de strijd met de weegschaal niet meer hoeft te voeren. Neem Imogen Grant, regerend olympisch kampioen in de lichte dubbeltwee. Zij voer in de finale op de Bosbaan mee met de Britse boot en pakte het zilver. Of de Ierse Margaret Cremen, die op vrijdag goud veroverde in de dubbeltwee. Ook zij begon haar loopbaan als lichte roeier.
‘Je ziet gewoon dat het kan. Dat wij ook heel hard kunnen roeien. En dat we er alles aan kunnen doen om zo goed mogelijk te zijn. En dat deed ik vroeger niet, ik deed dat altijd met een bepaald kader’, zegt Keijser. ‘Maar dit is veel gaver.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant