De vraag of activisme daadwerkelijk iets oplevert, komt geregeld terug. Maar om dat goed te kunnen duiden, moeten we ook kijken naar een tweede soort impact die we bijna nooit meten. En die is minstens zo belangrijk als de eerste.
Als de linkse beweging het zo goed doet, waarom is er dan zo weinig bereikt? Deze vraag van opiniemaker Bob Scholte in BOOS Grote Gesprekken leidde onlangs tot felle discussies in progressieve kringen. Scholte stelt onder meer dat Black Lives Matter (BLM) werkende mensen van kleur niet in grote getale heeft overtuigd en dus weinig heeft opgeleverd.
Het is een eerlijke vraag. Maar ik denk dat we de vraag met de verkeerde meetlat stellen.
Daarom wil ik, los van waar je politiek of moreel staat, een onderscheid voorstellen tussen twee soorten impact: netto-impact en draagvlakimpact. Dat onderscheid geeft een preciezere meetlat om te bepalen wat impact betekent, niet alleen voor bewegingen als BLM, maar voor iedereen die zich afvraagt of zijn keuzes ertoe doen.
Over de auteur
Melodi Tamarzians werkt als sociaal ondernemer. Zij helpt organisaties en bewegingen impactvollere interventies te ontwikkelen door gedragsverandering, organisatieverandering en systeemverandering te combineren.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Netto-impact is de feitelijke verandering, zoals minder discriminatie, ander beleid en minder uitstoot. Draagvlakimpact is iets anders. Het is de normverschuiving in wat we steeds meer normaal gaan vinden en bespreekbaar maken, en hoe we taal geven aan onderwerpen.
Scholte vraagt enkel naar de netto-impact. Die vraag is onvolledig, want dit type impact ligt zelden in de macht van één individu of één beweging. Iemand die stopt met vlees eten, verandert niets aan de totale hoeveelheid vlees die wordt verkocht. De verantwoordelijkheid ligt bij industrieën en overheden die helaas alleen bewegen bij politiek of commercieel gewin. Interessanter is het om ook naar draagvlakimpact te kijken.
BLM is hiervan een goed voorbeeld. Sinds de oprichting van BLM hebben we meer taal gekregen om over raciale ongelijkheid te spreken, is het bewustzijn toegenomen en zijn er meer medestanders gekomen. Er is nog geen veranderd beleid of aangetoonde afname van discriminatie, maar het is naïef om te ontkennen dat de beweging veel in beweging heeft gezet.
Hoe zo’n normverschuiving tot stand komt, is meetbaarder dan je zou denken. Socioloog Mark Granovetter ontdekte in 1978 dat de snelheid waarmee mensen normdoorbrekend gedrag uit hun omgeving overnemen, varieert. Sommigen gaan al mee als 5 procent van de mensen in hun omgeving is overgestapt, anderen bij 20 procent. Het gaat dus niet om de vraag of jouw gedrag de wereld verandert, maar of het de drempel van iemand anders verlaagt.
Latere experimenten van Damon Centola bevestigden dat. Zodra ongeveer een kwart van een groep een nieuwe norm compromisloos aanhangt, kantelt de rest vaak binnen korte tijd, zelfs als mensen beloond worden om bij de oude norm te blijven. Naarmate meer mensen de drempel overgaan, groeit het draagvlak voor verandering. En draagvlak is precies wat industrieën en overheden nodig hebben om in beweging te komen. Draagvlak-impact is dus niet het eindpunt, maar de voorwaarde voor netto-impact.
Dat patroon herken ik. Ik koop al jaren geen fast fashion. Door mij is geen enkele winkel gesloten of kledingstapel gekrompen, maar mensen om mij heen vragen vaker waar ze een fairtrade-variant kunnen vinden, en lachen ongemakkelijk als ze toch bij de H&M staan. Dat ongemak is de winst. Het verandert niet wat mensen dóen, maar wel wat ze denken dat gewenst is in hun eigen kring.
Datzelfde mechanisme is ook bij BLM aangetoond. Een studie van onderzoekers verbonden aan onder meer King’s College London wees uit dat Amerikaanse county’s waar in 2020 werd geprotesteerd een meetbare verschuiving lieten zien in stemgedrag, namelijk een toename van 1,2 tot 1,8 procentpunt in Democratische stemmen. Vergelijkbare effecten zijn gevonden bij heel andere bewegingen, van de jaren-zestig burgerrechtenprotesten tot de rechtse Tea Party in 2009. Het mechanisme werkt kennelijk hetzelfde bij links als rechts.
Ik vind dat we de verantwoordelijkheid voor elk type impact moeten leggen bij wie die daadwerkelijk kan maken: netto-impact bij industrieën en overheden, draagvlakimpact bij bewegingen en individuen. Om dat onderscheid te kunnen toepassen, moeten we serieuzer onderzoek doen naar draagvlakimpact. Zo kunnen we bewegingen bijsturen op wat wél werkt en inzichtelijk maken waar we ons in het proces van verandering bevinden. Bovendien geeft dit houvast aan mensen die zich moedeloos afvragen of hun aandeel er wel toe doet.
Tot die tijd houd ik vast aan de gedachte dat de eerste vegetariër de vleesindustrie niet hoeft te veranderen. Hij hoeft alleen de drempel van de volgende persoon te verlagen. Dat is geen troostprijs. Dat is, historisch gezien, hoe verandering altijd begint.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant