Aanslagen 9/11 De bekentenissen van Khalid Sheikh Mohammed golden als het belangrijkste bewijsstuk voor zijn schuld, maar zijn verkregen door marteling in Guantánamo Bay. Ze kunnen daarom niet als bewijs dienen in het proces dat in juni 2028 van start moet gaan.
Rook uit de getroffen Twin Towers in New York, New York, 11 september 2001.
De bekentenissen van Khalid Sheikh Mohammed, het vermeende brein achter de aanslagen van 11 september 2001, zijn vrijdag door een militaire rechtbank ongeldig verklaard. Dat melden Amerikaanse media. Zijn bekentenissen zijn verkregen door marteling in Guantánamo Bay en kunnen dus niet als bewijs dienen in het proces tegen Mohammed dat in juni 2028 van start zal gaan.
De vermeende terrorist staat dan bijna 27 jaar na dato samen met drie anderen terecht voor de aanslagen met gekaapte vliegtuigen op de Twin Towers in New York en het Pentagon, waarbij bijna 3.000 mensen werden gedood. Mohammed zou het plan voor de aanslagen hebben bedacht en gepitcht bij toenmalig Al Qaida-leider Osama bin Laden en de vliegtuigkapers hebben geselecteerd en getraind.
Mohammed werd in 2003 gearresteerd en later overgebracht naar Guantánamo Bay. Hij legde daar in 2007 aan de FBI bekentenissen af over de aanslagen, maar deed dat niet uit vrije wil, oordeelt de rechter.
De bekentenissen waren volgens de aanklagers het belangrijkste bewijsstuk om Sheikh Mohammed ter dood veroordeeld te krijgen, schrijft The New York Times. Zonder dat bewijs rust de zaak op documenten, onderschepte telefoongesprekken en transcripten van gesprekken van de vermeende terroristen.
Als de aanklagers tegen het besluit van de militaire rechtbank in bezwaar gaan, zal de zaak mogelijk nog langer duren. Daarover nemen zij binnenkort een beslissing. Nabestaanden en overlevenden vrezen dat er door de jarenlange juridische procedures nooit een definitieve uitspraak komt, schrijft de Amerikaanse krant.
De aanklagers hadden eerder al besloten verklaringen uit 2006 niet in de aanklacht op te nemen, omdat die onder meer waren verkregen door 183 gevallen van ‘waterboarden’. Bij die marteltechniek krijgt een vastgebonden persoon een natte doek over het gezicht, waar water over wordt gegoten, waardoor de persoon het gevoel krijgt te verdrinken.
Volgens de rechter zijn ook de verklaringen uit 2007 ontoelaatbaar als bewijs omdat de aanklagers niet aannemelijk hebben kunnen maken dat die verklaringen wel uit vrije wil zijn gegeven. De verdachte is daarnaast nooit op zijn rechten gewezen en werd middels een regime van marteling en jarenlange isolatie geconditioneerd om te zeggen wat de CIA van hem wilde horen. De advocaat van de vermeende terrorist sprak volgens The New York Times van „een les maatschappijleer over waarom de overheid zich niet zo schandelijk zou moeten gedragen”.