Home

Van gebedsgroepen tot bijbelapps: hoe profvoetballers houvast vinden in geloof

God is terug in de kleedkamer. Niet als stille toeschouwer, maar als vertrouwenspersoon, motivator en richtingaanwijzer. Profvoetballers praten openlijk over hun geloof, van Wout Weghorst tot Gjivai Zechiël.

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Wout Weghorst wilde donderdagavond in Baku na zijn doorslaggevende rol tegen Qarabag maar één iemand bedanken. God. ‘Hij heeft me veel energie en kracht gegeven. Dat wil ik even zeggen’, aldus de spits van FC Twente.

Gjivai Zechiël, jonge middenvelder van Feyenoorder met plots de voetbalwereld aan zijn voeten, zei eerder weinig wensen te hebben. ‘Als ik maar op het veld kan staan en God groot kan maken, dan ben ik blij.’

Zechiël prijst de Heer wanneer hij kan en spreekt over ‘Gods plan’. Dat omvat niet alleen de drie doelpunten die hij dit seizoen al voor Feyenoord maakte, de warme belangstelling van andere clubs en verhalen dat hij voor Oranje geselecteerd zal worden, maar ook blessures, verhuurperiodes, wedstrijden waarin hij niet van de reservebank kwam en privé-malheur. Alles is voor Zechiël een virtuele piketpaal. ‘Iedere dag stuurt God me een kant op waar ik heen moet gaan.’

Populariteit neemt toe

Weghorst en Zechiël zijn geen uitzonderingen. Gods leger groeit op de profvoetbalvelden. Spelers tonen in woord en gebaar dat ze zich gedragen voelen door het christendom of de islam.

Bij onder meer het Nederlands elftal, met Cody Gakpo als voorganger, en Feyenoord zijn er groeiende groepen die samen bidden. ‘De kracht van God stroomt door mij via de Heilige Geest, daardoor mag ik telkens op het veld staan’, zei Quinten Timber, international en oud-Feyenoorder, anderhalf jaar geleden in de Volkskrant.

En over de groei van de bidgroepen in kleedkamers (bij Feyenoord ging het van drie naar zeven spelers): ‘God doet zijn werk.’

Sommige spelers krijgen het geloof van huis uit mee, maar vaak worden ze pas tijdens hun carrière actief praktiserend. Timber en zijn tweelingbroer Jurriën, Arsenal-speler en eveneens international, lieten zich een paar jaar geleden dopen. Tot grote vreugde van hun moeder, die hier nooit openlijk op aandrong, maar er in stilte voor bad en vastte.

Timber kijkt geregeld online naar preken uit binnen- en buitenland. Broer Jurriën post voor wedstrijden vaak iets uit de Bijbel op sociale media, zoals ook andere internationals dat doen.

Het valt Bert Konterman, prof van 1989 tot 2004, op hoe openhartig profvoetballers tegenwoordig zijn over hun geloof. Weghorst zat eens voor Ajax-PSV aan de rand van het veld in een boekje met Bijbelse teksten te lezen. Op zijn lichaam tal van religieuze symbolen en teksten, in zijn oor hangt een kruisje. Memphis Depay juicht met vingers in zijn oren en zijn ogen dicht; hij beeldt uit alleen naar God te luisteren en doof en blind te zijn voor de rest.

Oud-Ajacied Noussair Mazraoui, nu spelend bij Manchester United, zou graag imam worden. Terence Kongolo, net gestopt, organiseert en spreekt op christelijke bijeenkomsten. Tegenstanders Mees de Wit en Mika Godts troffen elkaar vorig seizoen vlak voor AZ-Ajax in een moskee.

Op het WK baden na afloop van de wedstrijd Curaçao-Duitsland zeven spelers gearmd in de middencirkel: twee van Duitsland, vijf van Curaçao, dat net met 7-1 had verloren. Jérémy Doku, speler van België en Manchester City, maakt mini-documentaires op YouTube over zijn leven en geloof. Zo was te zien dat hij bij een hotel in Dubai bij de receptie verzocht om twee aparte bedden. Doku en zijn vriendin waren immers nog niet getrouwd.

Zonder gêne

Konterman was in zijn voetbaltijd een van de weinigen die er in interviews voor uitkwamen gelovig te zijn. Het paste niet in de machovoetbalwereld. Maar praten over gevoelens, teleurstellingen en verdriet is onder profvoetballers normaler geworden, ziet Konterman, tot voor kort trainer van Jong FC Twente. ‘Ik vind het een mooie ontwikkeling.’

Al decennia daalt het aantal bezoekers van traditionele christelijke kerken, al is de laatste twee jaar volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) sprake van stagnatie. Migrantenkerken en online kerkdiensten trekken juist meer bezoek. Konterman: ‘Je ziet vooral voetballers van kleur zeggen dat ze gelovig zijn. Ze lijken anderen te willen inspireren om ook te geloven. Daar zijn ze een stuk vrijer in.’

Konterman was een vreemde eend in de bijt, net als vóór hem Jehova’s getuige Joop Koorevaar, en de honkvaste Spakenburger Jaan de Graaf en tukker Folkert Velten, die nooit op zondag voetbalden. Konterman: ‘Ik droomde er nooit van profvoetballer te worden, laat staan international. In interviews gaf ik aan dat er een bedoeling van God achter zat, want zo voelde ik dat. Ploeggenoten werden na zo’n interview wel nieuwsgierig. Dat leidde soms tot mooie gesprekken. Maar ik was een eenling, voelde me een eenling. Het was fijn geweest ploeggenoten te hebben met wie ik hierover kon praten.’

Toen Konterman van Willem II naar Feyenoord ging, kende hij een periode waarin hij ‘domme dingen’ deed. ‘Arrogant, schijnheilig gedrag tegenover mijn vriendin en omgeving, ik dacht dat ik heel wat was. Het is moeilijk om jezelf te blijven in die wereld, om je te blijven realiseren wat je basis is, waar je vandaan komt. Ik raakte de weg kwijt. Later las ik Bijbelteksten en dacht ik: Konterman, waar ben je mee bezig?’

Bemoedigen en behoeden

Religieuze profvoetballers van nu zeggen elkaar te bemoedigen en te behoeden voor gedrag dat niet strookt met hun geloof, bijvoorbeeld via het platform Ballers in God, dat onder meer is opgezet door oud-Ajacied Jeffrey Sarpong, die twee jaar geleden stopte als profvoetballer.

‘Het is prettig om met mensen te praten die in dezelfde wereld zitten en hetzelfde geloof hebben. We vergeten vaak dat je als profvoetballer ook gewoon een persoon bent met emoties, gevoelens, mentale kwesties en problemen’, aldus Sarpong. ‘Je wordt gezien als een ster, een held, je hebt veel volgers. Iedereen trekt aan je, heeft een mening over je. Dan is het verleidelijk om een masker op te zetten.’

De druk is ontegenzeggelijk toegenomen door de toename van (financiële) belangen en media. Sarpong: ‘Iedereen kan jou in de commentaren laten weten hoe goed of hoe slecht je wel niet bent. Daardoor weet je niet meer wie je bent. Het is logisch dat je dan zoekt naar houvast bij religies die zich al eeuwen hebben bewezen. Dicht bij jezelf en bij God blijven, helpt je in die wereld.’

Er zijn ook andere ankers denkbaar: familie, een levenspartner, kinderen, vrienden. Sarpong: ‘Maar de mens is vergankelijk, de Heer is dat niet. De mens kan je niet altijd het antwoord geven, de Heer is er altijd. Dat geeft vertrouwen en rust als het supergoed of juist superslecht gaat.’

Ballers in God begon met gesprekken over het geloof tussen Sarpong en de Britse oud-voetballer John Bostock. Kameroener en oud-Ajacied Eyong Enoh, nu gestopt, sloot aan. Sarpong: ‘Het bleef groeien, nu hebben we drie groepen van elk ongeveer tien spelers die in het Engels, Frans en Nederlands met elkaar praten over het geloof, voetbal, het leven. We houden elkaar een spiegel voor, troosten elkaar, delen complimenten uit, putten kracht uit Bijbelteksten. Met humor en een serieuze ondertoon. We houden jaarlijks een retraite. Daarna kun je er echt weer tegenaan.’

Veranderende houding

Theoloog, publicist, schrijver en Feyenoord-supporter Alain Verheij meent dat de houding van de jongere generatie ten aanzien van het geloof verandert. ‘Het geloof is niet meer iets saais en bekrompen van je oma, maar het is salonfähig geworden, hip zelfs. Je ziet niet alleen profvoetballers, maar ook Instagram-influencers en Tiktokkers die zich bekeren, die Bijbelteksten rondstrooien. Migratie speelt op de achtergrond een rol. Een groot deel van de migranten is religieus. Voetbalteams zijn bij uitstek multicultureel. De schaamte gaat ervan af om christen of moslim te zijn.’

Een van de pioniers is de Braziliaan Neymar. Ongekend technisch begaafd, modebewust, populair én religieus. Titels vierde hij met een haarband met ‘100% Jesus’ erop. Verheij: ‘Als iemand die jij cool vindt een T-shirt of haarband van Jezus draagt, wordt het laagdrempeliger voor jou om dat ook te doen. Er is onder deze generatie ook geen allergie voor de kerk, zoals bij vorige generaties waarvan een deel gedwongen werd door hun ouders om mee te gaan. En er zijn allerlei handige onlinetools om snel iets religieus van jezelf te tonen. Je hebt een bijbelapp met een tekst van de dag. Er zit vast een leuke deelknop bij om die te posten.’

Er is een verschil tussen voetbalprofs die echt religieus zijn en die zich zo voordoen omdat het trendy is, merken Konterman en Sarpong. Konterman: ‘Sommigen denken: het klinkt sexy, is goed voor mijn imago, mijn voorbeeld doet het ook. Maar ik zeg altijd: onderschat niet de consequenties. Als je te hard rijdt of vreemdgaat, kom je extra aan de beurt.’

Een volstrekt sober leven hoeft ook weer niet. Konterman: ‘Je mag als christen best genieten. Een wijntje drinken en een mooie auto rijden is prima, vind ik. Maar ken je grenzen. Elk weekend dronken in een nachtclub tussen tien vrouwen dansen past niet.’

Verheij: ‘Tijden veranderen. Jezus reed op een ezel, die gasten rijden in een Lambo (Lamborghini, red.). Je kunt denken bij Depay: het is wel veel uiterlijk vertoon allemaal. Maar ik wil daar niet al te oordelend over doen. Heb zelf ook hypocriete dingen gedaan.’

Sarpong: ‘Je mag jezelf best belonen als je daar hard voor gewerkt hebt, zolang je niet uit het oog verliest waar het om draait. En dat je een voorbeeld bent. Je vertegenwoordigt Jezus, niet alleen met doelpunten, ook met je lifestyle. Stel jezelf vragen: waar leidt dit toe? Helpt het me als voetballer, maar bovenal: helpt het me als mens, als dienaar van God?’

Juist in de geloofswereld betekent status niets, zegt Konterman. ‘Die realisatie is eigenlijk heel prettig.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next