We staan er weer gekleurd op. De consument, lazen we deze week in de krant, heeft in 2025 van de 100 statiegeldflessen er maar 78 ingeleverd, een toename van 1 procentpunt ten opzichte van 2024. Bij blikjes was het inzamelpercentage 86, tegen 83 in 2024. De Stichting Verpact, de gebeten hond als het om deze prestaties gaat, heeft zo, net als in voorgaande jaren, de wettelijke doelstellingen gemist.
Omdat de wet nu eenmaal de wet is, en de doelstellingen nobel zijn, dringen toezichthouders en politiek er bij de uitvoerende stichting op aan betere prestatie te leveren. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft de stichting meerdere lasten onder dwangsom opgelegd. Dat zal ze leren. Méér inzamelpunten moeten er komen. Misschien wel hoger statiegeld. Alles is geoorloofd om de inzamelpercentages omhoog te krijgen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Frank Kalshoven is econoom en publicist. Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl
Maar is dat eigenlijk wel zo verstandig? Is (hoger) statiegeld echt het beste middel?
De introductie van statiegeld op kleine plastic flesjes (2021) en blikjes (2023) heeft, vooral in de grote steden, een nieuwe economie in het leven geroepen. Rijke(re) mensen gooien flesjes en blikjes in openbare vuilnisbakken, ondanks het statiegeld; arme(re) mensen vissen ze eruit en leveren ze in. Het voordeel: de kleine afvalondernemers verdienen met eigen arbeid een beetje (extra) inkomen. Het nadeel: de resterende inhoud van de openbare vuilnisbakken, alles waar geen statiegeld op zit, belandt veelal op straat.
Er is alle aanleiding, kortom, om, eens opnieuw naar het systeem te kijken. Is dit nou echt het beste wat we kunnen verzinnen?
Vooropgesteld: de doelstellingen zijn prima. Hergebruik van grondstoffen en verpakkingen. Recycling. Toewerken naar een circulaire economie. Verminderen van zwerfafval. Allemaal mooi en prachtig.
Eerst het zwerfvuil. Er bestaat zoiets als de Landelijke Zwerfafvalmonitor, en deze tellingen van Rijkswaterstaat Leefomgeving geven aan dat de hoeveelheid blikjes en flesjes in het zwerfafval sinds 2021 weliswaar is afgenomen, maar dat de totale hoeveelheid zwerfafval grofweg gelijk gebleven is. Dat valt me nog mee, eerlijk gezegd, al is de situatie in de grote steden, naar eigen zeggen, beroerder.
Dan het hergebruik en de recycling. Wat me opvalt in de cijfers van Verpact is dat bijvoorbeeld 99 procent van het aluminium in Nederland gerecycled wordt. Hoe kan dat nou als maar 86 procent van de blikjes wordt ingeleverd? Nou, omdat er meerdere wegen leiden naar recyling natuurlijk. Er zijn gemeenten die plastic, metaal en drankkartons apart inzamelen, en er zijn er waar dit soort spullen in het restafval meegaan. Maar in alle gevallen (behoudens die ene procent dus) wordt het aluminium teruggewonnen en verkocht aan recyclers. Ook voor het plastic geldt (huidig hergebruik-en recyclepercentage 82 procent) dat als het niet via statiegeld binnenkomt dat dan wel gebeurt via al dan niet gescheiden ingezameld afval van huishoudens.
Waarom, is dus de vraag, vallen we consumenten eigenlijk lastig met dat statiegeld op flesjes en blikjes? En belasten we burgers met hun ergernis over opengebroken vuilnisbakken? En dwingen we gemeenten tot het maken van extra kosten voor het opruimen van zwerfvuil, én tot investeringen in nieuwe vuilnisbakken?
Wat we wel zouden kwijtraken, mocht het huidige systeem verdwijnen, is de (bij)verdienste van de kleine statiegeldondernemers. Dat zou echt zonde zijn. Kunnen we daar dan iets op verzinnen?
Source: Volkskrant