is de ombudsvrouw van de Volkskrant.
Wie de wereldpolitiek volgt, in professionele zin of gewoon gedeprimeerd met de telefoon in de hand, krijgt vaak het gevoel aan een fruitautomaat vastgeketend te zitten. Wel een deal, géén deal, bijna een deal, oh nee, toch geen deal.
Begin juni becijferde CNN dat president Donald Trump al zeker 38 keer had aangekondigd dat er bijna een overeenkomst was met Iran. De Amerikaanse zender is helaas gestopt met turven, maar sindsdien zijn er nog meerdere akkoorden in het vooruitzicht gesteld, evenals de allesvernietigende aanvallen en de ‘economische D-day’, deze week nog in hoofdletters aangekondigd. En dan is de handelsoorlog tegen buurland Canada, ook deze week, nog buiten beschouwing gelaten.
Aan verslaggevers, correspondenten en commentatoren de taak al het nieuws op de zeef te leggen en het echt relevante eruit te halen. Dat is hun werk, u hoeft geen medelijden te hebben. Deze week wil ik wel stilstaan bij een uitdaging die erbij komt: dealen met het woord deal.
Lezers ergeren zich eraan, bleek uit een brief die dinsdag in de krant werd gepubliceerd. ‘Met Donald Trump als president wordt door de regering van de VS het woord ‘deal’ gebruikt voor afspraken met andere landen. Typisch voor een regeringsleider die alles beziet vanuit commercieel zakendoen’, schreef een vrouw uit Nijmegen. Nu stond het woord ‘deal’ zelfs in de kop van een commentaar over de Nederlandse politiek, merkte ze op. ‘Laten we niet meegaan in de blik op politiek als zakendoen, maar teruggaan naar ‘akkoord’.’
Eerder al schreef een man uit Leiden: ‘Kan het nu eens uit zijn met het benoemen van bereikte overeenkomsten als ‘deal’? Misschien een kleine daad van verzet tegen het trumpisme, maar toch.’
De lezers bevinden zich in het goede gezelschap van de stijlgroep van de Volkskrant, redacteuren die zich intern en in rubrieken met taalkwesties bezighouden. Bij een handelsakkoord kan de term deal nog wel toepasselijk zijn, schreef een eindredacteur een half jaar geleden in de taalrubriek Why, over de verdringing van Nederlandse woorden door Engelse. Maar: ‘Een weldenkend mens gebruikt voor oorlog en vrede niet het woord ‘deal’.’
De Volkskrant is, logischerwijs, niet het enige medium waar dit een punt van discussie is. Ook NPR, de Amerikaanse publieke radio, worstelt ermee. Een leidinggevende die waakt over journalistieke ethiek riep begin augustus de NPR-redactie op om de term zoveel mogelijk te vermijden. Hij noemde het woord vaag, in de onderhandelingen met Iran kon het van alles betekenen. ‘Hoe preciezer onze taal is bij het beschrijven van gebeurtenissen, hoe beter’, schreef hij.
Daar is weinig op af te dingen. Toch leidde zijn oproep tot weerstand op de redactie, schreef de NPR-ombudsvrouw onlangs in haar nieuwsbrief. Want ‘deal’ is ook lekker kort, informeel en toegankelijk: ideaal voor koppen, eerste zinnen en posts op sociale media.
Dat klopt zeker. Toch ben ik het in beginsel eens met de kritiek van de lezers: de Volkskrant zou terughoudend moeten zijn met de term. Vanwege de vaagheid, maar ook omdat Trump zichzelf graag ziet en presenteert als de grote dealmaker, al sinds hij op het omslag van zijn boek The Art of the Deal stond te glimmen in 1987. Journalisten moeten ervoor waken in dat frame mee te gaan. Het doet, getuige de geopolitieke puinzooi, ook weinig recht aan de werkelijkheid.
Nieuw is het woord natuurlijk niet, het werd ook al gebruikt in het pre-Trump-tijdperk. Toen president Barack Obama in 2015 een nucleair akkoord sloot met Iran, was in de kolommen van de Volkskrant ‘deal’ ook als synoniem te vinden. Maar wel minder vaak dan nu.
Deze week maakte ik een rondgang langs mensen die het woord in de afgelopen maanden gebruikten, veelal omdat zij over de VS, het Midden-Oosten en geopolitiek schrijven. Ook zij zien goede redenen om de term te vermijden, alleen al omdat het weer een volgende stap in de verengelsing van het Nederlands is (al staat ‘deal’ wel in de Van Dale).
Soms gebruiken ze het simpelweg als synoniem, ter afwisseling van woorden als akkoord (nog het meest voorkomend), overeenkomst of afspraak. Begrijpelijk. Maar, en hier wordt het interessant, een aantal collega’s gaf juist aan het woord bewust te gebruiken, om inhoudelijke redenen.
‘In het kader van Trump is de term deal wel adequaat’, reageert een buitenlandcommentator. ‘Hij streeft naar deals in de smalste zin des woords, zonder zich te bekommeren om het internationaal recht of zelfs de langetermijnbelangen van de VS. Het gaat om de deal die op korte termijn, en vooral in de beeldvorming, goed is voor de VS en hemzelf.’
‘Ik neig naar deze informele term als nog onduidelijk is welke vorm een afspraak heeft’, zegt een correspondent. ‘Als Trump zegt dat hij ‘een deal sluit’, gaat het lang niet altijd om een formeel akkoord. Een ‘deal’ blijkt achteraf vaak een mondelinge of vage afspraak te zijn waarvan de details lang niet altijd duidelijk worden.’
‘Bij een akkoord denk ik aan iets wat door respectabele partijen rustig in een zaaltje is overeengekomen, waarna er een persverklaring uitgaat’, zegt een andere correspondent. ‘Een deal is doorgaans minder zorgvuldig uitgedacht.’
Zou Trump, de man die zichzelf op de borst klopt als dealmaker der dealmakers, beseffen dat het woord dankzij zijn rol op het wereldtoneel misschien wel aan inflatie onderhevig is? Dat de connotatie niet zozeer zakelijk of politiek succes is, maar juist iets van weinig waarde of betekenis? Daarmee zou de term dan weer best een accurate omschrijving zijn van de internationale betrekkingen anno nu.
Hoe dan ook: uit het bovenstaande blijkt dat ‘deal’ verschillende connotaties heeft. Wie het woord alsnog wil gebruiken, zou daarom meteen duidelijk moeten maken wat het in dit specifieke geval betekent (en veelal: hoe weinig). Dat gebeurt gelukkig vaak ook al.
Opvallend is, zoals de lezer uit Nijmegen al opmerkte, dat het woord ook aan een opmars bezig lijkt in de Nederlandse politiek. Helemaal nieuw is het hier ook niet: toen Rutte en Samsom in 2013 een herfstbegroting maakten, sprak de Volkskrant van ‘een snelle deal’.
De afgelopen twee weken dook ‘deal’ in de context van de Nederlandse politiek al twee keer op in de krant, in een nieuwsbericht en in een commentaar. Bij de NOS en het Algemeen Dagblad waren er koppen met ‘deal’. Een minderheidskabinet moet steeds weer op zoek naar coalities, dat zou een verklaring kunnen zijn.
Een afspraak of akkoord lijkt me alsnog beter: Nederlands, en wat minder aan inflatie onderhevig.
Ombudsvrouw Loes Reijmer behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de journalistiek van de Volkskrant. U kunt haar per mail bereiken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant