Home

Ron Jans, fremdkörper in de voetbalwereld: ‘Voor mij gaan principes boven geld. In landen waar in mijn ogen veel onrecht is, ga ik niet trainen’

Na vijfentwintig jaar is Ron Jans voetbaltrainer af. Hij gold als een buitenbeentje in het trainersgilde, een aimabel figuur die altijd hamerde op de menselijke maat, iemand die uitstraalde dat er meer is in het leven dan voetbal. ‘Je moet ook de luxe hebben om je principes te kunnen veroorloven.’

Hij is aan het ‘doorselecteren’, zegt Ron Jans. Tot voor kort had die zin betrekking gehad op het komen en gaan van profvoetballers, ter voorbereiding op het nieuwe seizoen. Nu doelt Jans op een stapel kratten op de eettafel, stampvol cd’s. Na vijfentwintig jaar langs de lijn is hij voetbaltrainer af. En dus heeft hij eindelijk tijd voor de monsterklus waar hij al jaren tegenaan hikt: het afslanken van de muziekcollectie die hij sinds zijn tienerjaren bij elkaar heeft verzameld.

Van de zevenduizend cd’s moeten er vijfduizend weg; van de tweeduizend lp’s iets minder dan de helft. Hij is inmiddels bij de letter H en kwam net nog een zeldzaam en tamelijk obscuur verzamelalbum van Hitchcock and the Egyptians tegen, dat online zomaar 180 euro kan opbrengen.

‘Het is monnikenwerk’, zegt Jans (67). ‘Maar ik vind het fijn om die monnik te zijn. Het zal de gemiddelde kwaliteit enorm omhoog stuwen. Wat overblijft, zijn alleen maar geweldige platen tot meesterwerken. En straks heb ik ook weer ruimte. Mijn vrouw en ik gaan binnenkort naar Dublin, München en Wenen. Tijdens dat soort reisjes ga ik altijd op zoek naar goede platenzaken.’ Lachend: ‘Waarschijnlijk stuit ik daar op platen die ik net heb verkocht, waarvan ik dan denk: die wil ik eigenlijk toch weer hebben. Dan koop ik ze gewoon opnieuw.’

Je stapt niet over op Spotify?

‘Nee, zeg. Ik ben een romanticus, een verzamelaar. Het gaat mij om de zoektocht. Spotify is me veel te makkelijk, alles komt vanzelf naar je toe. Voor mij staat het een beetje symbool voor hoe de wereld zich ontwikkelt. Die digitalisering, daar ben ik niet zo’n liefhebber van. De individualisering ook niet. Dat je in de kleedkamer komt, en dat driekwart van de spelers op zijn telefoon zit. Dat is deze tijd, ik weet het, maar toch heb ik dan weleens een beetje cynisch opgemerkt: Goh, wat zijn jullie leuk met elkaar in gesprek!’

Het is een zonnige ochtend in het Noord-Drentse dorp Tynaarlo waar Jans en zijn vrouw Marjo onlangs opnieuw zijn neergestreken in hun oude huis, nadat ze drie jaar – Jans’ tijd als trainer van FC Utrecht – in Soest hebben gewoond. Marjo zet een schaal koekjes van de lokale banketbakker op de tuintafel. Daarna schiet ze kleinzoon Guus te hulp, die een knikkerbaan aan het bouwen is. Op de achtergrond sijpelt de bromstem van J.J. Cale uit de speakers.

Ron Jans ziet eruit als Hollands welvaren. Blakend en blozend, met ogen die altijd lijken te lachen. Met zijn afscheid van de voetbalwereld heeft dat niets te maken, zegt hij. ‘Dat is nog helemaal niet ingedaald. Ik heb het veel te druk gehad met afronden, verhuizen, de bruiloft van onze jongste zoon. En dan is er ook nog de hele tijd voetbal op tv.’

We treffen Jans midden in het WK, kort na de uitschakeling van Oranje, die alweer is overschaduwd door de grote rel rond het terugdraaien van de rode kaart voor de Amerikaanse speler Folarin Balogun, na persoonlijke inmenging van Donald Trump. Met een zucht: ‘De politiek komt zo wel heel openlijk de sport binnen wandelen. Het wordt steeds minder eerlijk en transparant. Ik wil gewoon een romanticus blijven, genieten van mooie aannames, passes en goals, maar er gebeuren nu te veel dingen die niet goed zijn voor het voetbal.’

Zijn pensioen kreeg veel aandacht, ook buiten de voetbalwereld. Zo mocht hij aanschuiven bij de talkshow van Eva Jinek. Best opmerkelijk, als je puur kijkt naar zijn palmares. Als trainer heeft Jans nooit bij een absolute topclub gewerkt. Dat hij in 2014 met het bescheiden PEC Zwolle de Nederlandse beker en supercup won, blijft een uitzonderlijk knappe prestatie. Maar het zijn ook zijn enige prijzen.

Kennelijk speelt er iets anders mee. Jans geldt als een fremdkörper binnen het trainersgilde, een aimabel figuur die altijd hamerde op de menselijke maat, iemand die ondanks zijn gedrevenheid uitstraalde dat er meer is in het leven dan voetbal. ‘Jans was de bereikbare, aanraakbare liefhebber met de gebeitelde lach op dat olijke hoofd met rode konen’, schreef Volkskrant-journalist Willem Vissers in een speciale afscheidscolumn. Diens oud-collega Paul Onkenhout stelde eerder in een column dat het voetbal ‘een chronisch gebrek heeft aan mannen zoals hij’.

Wat denk je als je dat hoort?

‘Nou, dat zijn natuurlijk mooie complimenten. Zo wil ik graag worden herinnerd. Dan moeten mijn ouders wel iets goed hebben gedaan, denk ik dan meteen. En mijn directe omgeving ook. Tegelijkertijd ben ik ook een beetje huiverig voor een stempel. Ik word vaak getypeerd als mensgericht; eerlijkheid, duidelijke communicatie. Dat staat inderdaad voorop, maar ik heb natuurlijk ook heel wat geleerd over tactiek, conditie en zo. En daarbij vind ik mezelf nou ook weer niet zo’n uitzondering. In al die jaren als trainer heb ik gewerkt met veel fantastische mensen, die ook niet afstandelijk en onbereikbaar waren.’

Wat ongetwijfeld ook bijdraagt aan de waardering die hij krijgt, is dat hij zo’n vertrouwd Eredivisie-gezicht is. Jans staat tweede op de lijst van trainers met de meeste wedstrijden in de competitie (achter Bert Jacobs, die overleed in 1999) en eerste als het om overwinningen gaat. Vóór hij trainer werd was hij vijftien jaar lang speler, onder meer bij PEC Zwolle, FC Groningen, Roda JC en het Japanse Mazda Sport.

Het was een carrière met een vrij hoog jongensboekgehalte; als jochie viel hij op bij SV Zwolle, dat destijds nog getraind werd door een frater. Op zijn 11de werd hij gevraagd door PEC. Of nou ja, gevraagd: ‘Ik kwam thuis en het hoofd van de jeugdopleiding zat op de bank. Mijn vader zei: je gaat naar PEC. Daar had ik verder geen stem in.’ Hoefde ook niet. PEC was de grote club uit zijn geboortestad. Zijn vader Dries had er elf jaar in het eerste gespeeld. Als linksbuiten, net als hijzelf.

Op zijn 17de kwam hij bij het eerste. ‘Met mijn eerste contractje verdiende ik zo’n 5.000 gulden per jaar. Ik dacht: wow, ik ben gewoon rijk! Ik ben meteen twee elpees gaan kopen. Mijn vader was trots, natuurlijk. Maar ik had ook het atheneum soepel afgerond, en dat vonden mijn ouders misschien nog wel belangrijker. Zij hechtten veel waarde aan zekerheid, hadden zelf alleen de lagere school gedaan. Mijn vader heeft nog bij Philips aan de lopende band gestaan. Het idee dat je van voetbal je beroep kon maken was sowieso nog niet zo normaal, veel spelers waren semi-prof en werkten ernaast.’

Dus besloot hij naast het voetbal een opleiding tot docent Duits en geschiedenis te volgen. ‘Vijf dagen per week pakte ik om kwart over zes de eerste trein van Zwolle naar Leeuwarden. Daar stond op het station een fiets waarmee ik naar school reed. Om kwart over twee nam ik de trein terug. Thuis had mijn moeder dan mijn voetbaltas al ingepakt. Op de fiets naar de training, ’s avonds eten en meteen naar bed. Dat heb ik zo’n vier jaar volgehouden.’

Zo schipperde Jans tussen twee werelden. ‘Op mijn opleiding werd ik gezien als voetballertje, bij PEC zagen ze mij als een studentje’, zegt hij. Vooral ‘IJzeren’ Rinus Israël, Europacup 1-winnaar met Feyenoord en destijds de grote vedette bij PEC, herinnerde hem daar graag aan. ‘Hij noemde me ‘schoolmeestertje’, en dat was geen compliment. Rinus was het opperhoofd. Een fantastische speler, maar ook keihard en ontzettend cynisch. Je werd echt door hem ontgroend, in het begin vond ik dat verschrikkelijk.’

Lachend wijst hij op zijn gebit. ‘Op maandagmorgen speelden we altijd jong tegen oud. Eén keer – het was winter, er lag sneeuw – speelde ik de bal tussen Rinus’ benen door en ging er op snelheid langs. En toen kwam die elleboog. Mijn tand lag eruit, de sneeuw kleurde rood van het bloed. Ik moest meteen weg van de training, naar de tandarts. Daar kreeg ik een stifttand. Toen was ik kwaad, maar nu zie ik het als een mooie herinnering, als een geschenk. Misschien had ik het ook wel nodig om gehard te worden. Gaandeweg verdiende ik Rinus’ respect, ook doordat hij zag dat ik er regelmatig een bal inschoot. Toen durfde ik, als hij me weer eens ‘schoolmeestertje’ noemde, wel terug te zeggen: ‘Wat is er, stratenmakertje?’ Maar dat heeft een tijdje geduurd.’

Was je als student ook echt een vreemde eend in de bijt bij PEC?

‘Ik was wel de enige die studeerde. Maar mijn teamgenoten hebben mij er nooit op kunnen betrappen dat ik met mijn neus in de boeken zat. Ik vond voetballen ook veel leuker, ben altijd meer voetballer dan student geweest. Dus nee, ik was in het team eigenlijk meer standaard dan uitzondering.’

Was dat buiten het voetbal ook zo?

‘Ja, ik ben niet iemand van de extremen. Niet in kleding, luxe, gedrag. Alleen qua muziek zit het blijkbaar in me dat ik iets aparts wil hebben. Ik heb nooit veel gehad met de top 40. Een klasgenoot in de brugklas liet me kennismaken met Alice Cooper, dat werd een van mijn eerste helden. Zijn plaat Billion Dollar Babies staat nog steeds in mijn top 100. En de zoektocht naar nieuwe muziek is eigenlijk nooit gestopt.’

Je begintijd als speler was ook de tijd van de punk en de new wave. Ging je daarin mee?

‘Ik had inderdaad wel wat dingetjes die pasten bij die alternatieve cultuur. Ik heb een tijdje soldatenkistjes gedragen die ik bij zo’n dumpzaak had gekocht. Op mijn studentenkamer hing zo’n anti-kernbommenposter, en ik heb ook nog rondgelopen met zo’n kettinkje met een gebroken geweertje. Als pacifist, zeg maar. Inmiddels weet ik van mezelf dat ik niet écht een pacifist ben. Soms worden mensen gedwongen tot vechten. Maar ik heb wel een enorme weerstand tegen oorlog. Al vind ik dat eigenlijk ook heel normaal.’

Toch is politieke betrokkenheid niet vanzelfsprekend in de voetbalwereld.

‘Ik heb dat in de voetballerij ook nooit zo uitgedragen. Ik kwam niet aan op de club in mijn soldatenkistjes, hoor. Ik had wel door dat je dan veel aandacht trekt, en dat probeerde ik dus eerder te vermijden. Maar goed, ik heb tijdens mijn carrière wel vaak gezegd dat ik het belangrijk vind om dingen te delen, om te zorgen voor mensen die het minder hebben. Mijn ouders kwamen uit de socialistische hoek, dus dat heb ik van huis uit meegekregen. Ik ben ook weleens geïnterviewd voor het partijblad van de SP. Maar zelf heb ik mijn hele leven PvdA of D66 gestemd.’

Op het voetbalveld was Jans een scorende linksbuiten, met een hard schot en, zo geeft hij grif toe, ook weleens een ‘rottig kantje’. Zijn zoon Koen benadrukte een paar dagen voor het interview al dat ‘verliezen niet bepaald het ding is’ van de familie Jans. Vader Dries had niet voor niets de bijnaam ‘Dolle Dries’. ‘Hij was vurig, impulsief’, legt Jans uit. ‘Als hij een schop kreeg, kon hij zomaar een klap uitdelen. Dat heb ik ook wel, maar dan minder extreem.

‘Ik weet nog: in een bekerwedstrijd tegen Feyenoord kreeg ik een tikkie van Ben Wijnstekers. Ik reageerde en kreeg rood. Twee wedstrijden schorsing. Dat vonden we bij PEC zó oneerlijk dat we met een advocaat naar Zeist gingen om het aan te vechten. Ik was overtuigd van mijn onschuld. Zagen we de beelden, en nou ja: ik trapte heel duidelijk na. Toen werd mijn straf door de tuchtcommissie ook nog eens verzwaard. Dat was een les. Je kunt heus een keer doorschieten. Maar dan moet je dat wel zelf doorhebben en ook het boetekleed aantrekken.’

‘Als kind kon ik ook al vervelend zijn, als ik verloor. Dan gooide ik de speelkaarten door de kamer. Het willen winnen heb ik geprobeerd te behouden. Maar ik heb wel geleerd om een betere verliezer te zijn. Ik heb trainers gehad, zoals Fritz Korbach, die na een nederlaag dagenlang chagrijnig bleven. Zo wilde ik niet zijn.’

Hoe leer je verliezen?

‘Door het vaak genoeg te ervaren. Maar ook door getrouwd te zijn. Zeker als je kinderen krijgt, heb je thuis ook een team. Het is voor hen niet eerlijk als ik de hele tijd kortaf doe.’

Dat ‘team’ bestond naast Koen uit zoons Daan en Luuk, en natuurlijk Marjo. Zij was 18, hij 21 toen ze elkaar leerden kennen in een discotheek in Raalte, een stuk buiten Zwolle, waar de voetballers van PEC onopgemerkt konden dansen, drinken en ‘soms ook wel een sigaretje roken’. Waar Jans gaat, gaat Marjo sindsdien ook. Toen hij in 1987 een aanbod kreeg om in Japan te voetballen, luisterden ze samen naar Should I stay or should I go van The Clash. Ze besloten het erop te wagen en vertrokken met de toen 1-jarige Daan naar Hiroshima.

Even leek er een einde te komen aan dat soort avonturen, toen Jans na een dubbele knieblessure op zijn 32ste stopte met voetballen. Hij ging aan de slag als leraar Duits op een middelbare school. Daarnaast trainde hij amateurteams, maar dat hij ooit weer fulltime in het voetbal zou werken, had hij nooit verwacht. Wel gehoopt, want hij was altijd meer voetbaltrainer dan docent, zegt hij. ‘Het lesgeven was leuk, maar van leerlingen die twee uur per week in je klas zitten, kan je veel minder eisen dan van voetballers. Hun hart en ziel zitten er niet in. En Duits vind ik een mooie taal, maar voetbal gaat voor mij verder dan iets wat ik interessant vind. Dat is passie.’

Hij besloot een trainerscursus te doen bij de KNVB. En natuurlijk zei hij ja, toen FC Emmen hem daarna, op zijn 41ste, vroeg om assistent-trainer te worden. ‘Mijn ouders zeiden nog: ga nou niet de voetballerij in. Je hebt nu een baan, een huis, een autootje, je hebt de verantwoordelijkheid voor drie kinderen. En in het voetbal word je alleen maar ontslagen. Het was goed dat ik daar niet naar heb geluisterd. Voetbal heeft ons als gezin zoveel gegeven, dat is echt abnormaal.’

Had Marjo vetorecht bij jouw carrièrekeuzes?

‘Euh, nee. Als ik iets doe, dan schat ik wel in wat zij daarvan vindt. En we overleggen ook. Maar Marjo heeft altijd gezegd dat ze mij niet gaat tegenhouden, als ik iets wil. Zo gaan wij met elkaar om.’

Dus het draaide in jullie leven wel vooral om jou?

‘Ja, dat is zo. Marjo heeft wel wat dingen voor mijn carrière moeten laten, inderdaad. Toen ik voor Groningen ging spelen, is ze bijvoorbeeld vanwege de verhuizing gestopt met ballet. Alleen, nou ja, ik heb haar eigenlijk nooit horen klagen.’

Kan je zeggen dat jullie een traditionele relatie hebben?

‘Zo zou ik het zeker niet willen noemen. Ik zie Marjo gewoon niet als een traditionele huisvrouw, omdat ze haar hele leven allerlei dingen heeft gedaan. Ze heeft veel als vrijwilliger op basisscholen gewerkt, daar gaf ze handvaardigheid. Maar ook in de teambuilding bij mijn voetbalclubs heeft ze hartstikke goed werk geleverd, op een zichzelf-niet-op-de-voorgrond-plaatsende manier. Ze probeerde altijd de spelersvrouwen bij elkaar te brengen. Bij FC Groningen heeft ze bijvoorbeeld samen met hen tassen gemaakt en verkocht, waarvan de opbrengst naar de stichting Spieren voor Spieren ging.’

Koen vertelde dat hij voor en na elke wedstrijd van jouw teams met je belde. Omdat hij zodanig betrokken was bij jouw carrière, zei hij dat hij nu zelf bang is voor een ‘zwart gat’. Vrees jij daarvoor?

‘Totaal niet. Als je die angst hebt, moet je niet stoppen. Integendeel, ik vermaak me uitstekend. Ik ga meer tijd hebben voor Marjo, de kinderen, de kleinkinderen, mijn hobby’s, vrienden. Laatst heb ik voor het eerst in tien jaar weer eens een hele dag geklaverjast met vijf oud-spelers van PEC. Aan dat soort dingen kwam ik nooit toe, en nu ben ik nog gezond. Dus ja, ik heb wel het gevoel dat dit het goede moment is om met pensioen te gaan.’

Speelde het ook mee in je besluit dat de voetbalwereld nogal is veranderd in de halve eeuw dat je erin rondliep? De rol van technologie is bijvoorbeeld enorm toegenomen.

‘Dat is geen reden geweest, nee. Maar de heatmaps en de data-analyses liet ik meestal over aan jongere stafleden. Als je alles zo verwetenschappelijkt, gaat de romantiek steeds meer naar de achtergrond. Dat is eigenlijk met het hele leven zo. Een van de leuke dingen van voetbal is juist dat er risicofactoren zijn: menselijke fouten, geniale momenten.’

Hoe kijk je naar het almaar grotere geld dat rondgaat in de sport?

‘Ik vind het niet normaal dat een jongen van 18 jaar voor 25 miljoen euro wordt verkocht. Of miljoenen per jaar verdient. Al geldt dat natuurlijk niet alleen voor voetballers. Ik had in mijn carrière misschien meer kunnen verdienen, maar ik heb genoeg. Clubs uit landen als Saoedi-Arabië hebben ook weleens naar mij geïnformeerd. Maar voor mij gaan principes boven geld. In landen waar in mijn ogen veel onrecht is, ga ik niet trainen.’

Vorig jaar leek het erop dat Souffian El Karouani, linksachter bij FC Utrecht, voor zes miljoen naar het Russische Spartak Moskou zou gaan. Uiteindelijk is dat niet doorgegaan. Had jij daar een rol in?

‘Toen Soef die aanbieding kreeg, heb ik wel even met hem gezeten. Dan zeg ik niet: ‘Dat moet je niet doen.’ Het woord ‘moeten’ gebruik ik sowieso niet. Ik zei wel: vraag je even af of je daar gelukkig wordt, in zo’n andere wereld. En bedenk ook dat mensen jou zullen zien als degene die daar in oorlogstijd naartoe is gegaan.’

Dat het überhaupt een optie was, zegt toch ook wel iets over de voetbalwereld?

‘Nou ja, de meeste beslissingen in het voetbal worden genomen op basis van geld, idealen komen er nauwelijks aan te pas. Zo werkt het in de huidige wereld overal, denk ik.’

Nu is El Karouani transfervrij naar Saoedi-Arabië vertrokken. Heb je tegen hem gezegd dat jij dat zelf niet zou doen?

‘Ik vind dat hij het recht heeft om zijn eigen beslissingen te nemen. Ik heb mijn principes, maar die ga ik anderen niet opleggen. Je moet ook de luxe hebben om je zulke principes te kunnen veroorloven. Dus als mensen een keuze maken voor geld, snap ik dat heel goed.’

Bij FC Utrecht heb je ook eigenaar en multimiljonair Frans van Seumeren van dichtbij meegemaakt, die tientallen miljoenen euro’s in de club heeft gestoken. Heb je daar wel begrip voor?

‘Ja, zeker. Ik heb Frans en zijn vrouw Gonny goed leren kennen. Ze slaan geen wedstrijd over, FC Utrecht is echt hun passie, het geeft hun leven invulling. En wat is the meaning of life? Ik denk dat dat het is: ergens voor leven, een bijdrage leveren.’

Je kunt ook denken: het heeft meer betekenis als je dat geld aan een goed doel schenkt.

‘Dat is toch onzin? FC Utrecht ís een goed doel. Het afgelopen seizoen zat het stadion helemaal vol, dat zijn gewoon 22 duizend mensen, die elke week weer iets hebben om naartoe te leven. Ik heb dat zelf ervaren met mijn vader. Toen ik trainer werd van PEC was mijn moeder net overleden. Mijn vader zag daarna het leven niet meer zo zitten, had ook problemen met zijn gezondheid. Toen heb ik hem meegenomen naar mijn eerste persconferentie. Hij in zijn rolstoel, Zwolle-sjaaltje om, Zwolle-petje op. Kreeg hij ook allemaal vragen: hoe is het voor u, als oud-speler, meneer Jans? Hij leefde echt helemaal op, was bij elke wedstrijd. En toen wonnen we de beker. Het was heel bijzonder om dat met hem te kunnen delen.’

Die bekerwinst in 2014, na een 5-1 overwinning tegen Ajax, blijft het hoogtepunt van zijn carrière. Tijdens de huldiging deed een uitzinnige Jans een dansje op het podium. Daardoor kreeg hij te maken met iets waar hij tijdens zijn beginjaren als trainer nog geen rekening mee hoefde te houden: het internet. Youtuber Matthyas Het Lam – inmiddels bekend van muziekgroep De Bankzitters – verwerkte de ‘Ron Jans-dans’ geregeld in zijn video’s, vaak goed voor miljoenen views. Ook een fragment waarin Jans het woord ‘keukenrol’ in de mond neemt – onderdeel van een oproep om producten te doneren aan de voedselbank – kwam regelmatig voorbij. Het maakte Jans een cultfiguur onder jongeren. Wie zijn naam googelt, krijgt ‘Ron Jans keukenrol’ als eerste suggestie.

Onlangs klaagde hij in een podcast dat dit zijn leven ‘een stuk minder leuk’ maakte. Johan Derksen stelde vervolgens in Vandaag Inside dat hij ‘nog nooit zo’n kinderachtige man’ als Jans had gezien. Ophef om weinig, zegt Jans nu. ‘Ik vond het gewoon zeer onprettig dat allerlei mensen zomaar ‘keukenrol!’ riepen, als ik ergens over straat liep. Over het algemeen vind ik dat je moet oppassen met mensen voor gek zetten op sociale media. Je ziet dat ook bij de jeugd, dat ze foto’s van elkaar verspreiden. Dit was mijn manier om dat te benadrukken. Maar dat moet je niet te zwaar nemen. Ik verwijt die Matthyas niets, dat heb ik ook in die podcast gezegd. Vandaag Inside heeft dat uit zijn verband gerukt, groter gemaakt. Dat is wat op tv nou eenmaal het beste werkt. Maar ik houd er helemaal niet van, dat afzeiken.’

Inmiddels kan Jans zulke mediastormpjes wel relativeren. Sowieso is hij zich nooit anders gaan gedragen door afzeikerige talkshows of online geplaag. ‘Ik heb weleens gezegd dat hij misschien iets te veel zichzelf is’, aldus zoon Koen. ‘Dan deed hij weer iets geks, stak hij zijn middelvinger op langs de lijn. Maar het is ook wel mooi: zoals hij voor de camera is, is hij thuis ook. Hij is gewoon wie hij is.’

Die houding kan soms nare bijeffecten hebben, erkent Jans zelf. Hij begint uit zichzelf over zijn veelbesproken tijd in Amerika, bij FC Cincinnati, waar hij in 2020 opstapte nadat hij in de kleedkamer het n-woord had meegezongen tijdens een rapnummer. Ook een praatje tegen de spelers over het slavernijverleden, nadat hij met Marjo het Underground Railroad Museum had bezocht, bleek gevoelig te liggen.

Er volgde een ‘verschrikkelijke week’, waarin de club hem verhoorde over zijn vermeende racisme en hem afzonderde van de spelersgroep. ‘Ik hoef mezelf er niet van te overtuigen dat ik geen racist ben. Ik weet: ik ben echt voor gelijkheid, voor iedereen behandelen zoals je jezelf wilt behandelen.’

Zou je nu meer op je hoede zijn?

‘Misschien had ik beter moeten weten, en was het een beetje naïef van me. Maar ik wil niet de hele wereld gaan wantrouwen, en ik laat me ook niet de mond snoeren. Natuurlijk vind ik dat je geen racistische dingen moet zeggen. Maar moet je dan ook niets zeggen waarvan mensen kunnen dénken dat het racistisch is? Dat blijf ik lastig vinden.’

Zie je dit als een dieptepunt in je carrière?

‘Helemaal niet. Het was vervelend, maar we hebben ook een prachtige tijd in Amerika gehad. En misschien moest dit ook gewoon gebeuren. Het gaf ook aan dat ik problemen heb met hoe sommige dingen in Amerika geregeld zijn. Na die week dacht ik echt: ik wil naar huis.’

Naar Nederland dus, ‘een heerlijk land om in te leven’, aldus Jans. Maar ook naar de Eredivisie, die hij onlangs in de Avondetappe nog beschreef als zijn ‘huis’. ‘Ik vind dat in onze competitie de romantiek nog wel overeind is gebleven. Over het algemeen hechten we aan mooi voetbal. Het publiek pikt het hier niet als je alleen maar voor de goal hangt.’

Hij heeft alle belangrijke wedstrijden van de competitie alvast in zijn agenda gezet. Met enige regelmaat kijkt hij die in de NOS-studio, als een van de vaste analisten. Maar Jans kijkt vooral uit naar lekker op de tribune zitten. De grote vraag is voor wie hij straks moet juichen. ‘Wat als PEC tegen FC Groningen speelt? De club van mijn jeugd tegen de club die mij voor het eerst een kans gaf als hoofdtrainer? Dat wordt heel lastig voor me. Misschien is een gelijkspel dan het beste. Maar wat ik wel weet, is dat ik niet meer elke dag vijftig, zestig beslissingen moet nemen. Druk is goed, druk helpt mij presteren. Maar ik had af en toe ook stress, en dat is echt killing.’

Hoe gaat het zijn om nu te leven zonder druk?

‘Die is er nog steeds. Ik ben nu veel meer thuis, hè? Dan wil je wel een goede echtgenoot en vader zijn. Dat geeft ook druk. En morgen kom ik in mijn gevarenzone, qua stress, want dan gaan we op vakantie. Dan moet ik zorgen dat ik alles in de koffer heb, dat ik op tijd op Schiphol ben, er niet te veel vloeistof in mijn toilettas zit en dat we de transfer naar het hotel halen. Als je met een voetbalclub naar het buitenland gaat, is alles voor je geregeld. Dus daar moet ik weer even aan wennen.’

CV Ron Jans

29 september 1958 Geboren in Zwolle.
1976 Debuteert in het eerste van PEC Zwolle.
1982 Trouwt met Marjo Schwartze.
1982-1984 Speler van FC Groningen.
1984-1987 Speler van Roda JC.
1984 Behaalt de bevoegdheid Duits en geschiedenis aan de lerarenopleiding Ubbo Emmius in Leeuwarden.
1987-1988 Speler van het Japanse Mazda Sport.
1988-1990 Speler van Veendam.
1990 Stopt als voetballer.
1990-2001 Docent Duits aan het Maartenscollege in Haren.
1991-2001 Traint verschillende amateurclubs.
2001 Wordt assistent-trainer bij FC Emmen.
2002-2010 Langstzittende trainer in de geschiedenis van FC Groningen.
2010-2012 Trainer van SC Heerenveen.
2012 Trainer van het Belgische Standard Luik.
2013-2017 Trainer van PEC Zwolle, waarmee hij in 2015 de KNVB-beker en de Johan Cruijff Schaal wint.
2020 Vertrekt bij FC Cincinnati na een onderzoek naar vermeende discriminerende uitlatingen.
2020-2023 Trainer van FC Twente; leidt de club tweemaal naar Europees voetbal.
2023 Wordt trainer van FC Utrecht, dat op dat moment laatste staat in de Eredivisie. Loodst de club naar de zevende plaats.
2026 Neemt afscheid als trainer na de verloren play-off finale om Europees voetbal tegen Ajax.

Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next