Home

Troost en Mariaverering in Kevelaer, maar in de bus onderweg is het net een schoolreisje

Ga een klein stukje het land uit en het voelt meteen als een uitstapje. Deze zomer bezoeken we plekken waar Nederlanders graag komen, op of net over de grens. Vandaag: op bedevaart naar Kevelaer, Duitsland.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

De tweehonderd Gelderse bedevaarders passen maar net in de Kaarsenkapel, waar de pelgrimstocht formeel wordt afgetrapt. De jongste pelgrim, de 4-jarige Tess, mag de bedevaartskaars aansteken en steelt de show, met haar zonnebril nog op en het haar in vlechtjes. Ze doet het vlekkeloos, knikt netjes naar de pastoor en huppelt dan weer tussen de harmonie door, terug naar haar kleurplaten. ‘Ik deed het goed, hè?’, vraagt ze na afloop aan de pastoor.

Erop en erover is een zomerrubriek van Volkskrant Magazine waarin onze verslaggevers rondkijken bij (toeristische) bestemmingen op of net over de grens met België of Duitsland.

We bevinden ons deze augustuswoensdag in Kevelaer, het Lourdes van de grensstreek. Het stadje ligt op fietsafstand van de Nederlandse grens bij Venlo. Rond kerst 1641, toen deze plaats nog tot de Zuidelijke Nederlanden behoorde, zou de armetierige marskramer Hendrick Busman tot driemaal toe van de Maagd Maria de opdracht hebben gekregen om een kapel te bouwen. De afbeelding van de eeuwige Maagd Maria in de Genadekapel werd direct gezien als een wonderbaarlijk oord voor troost, en dat is nog steeds zo.

De jaarlijkse bedevaart van de parochies van Zevenaar en het nabijgelegen Didam is ’s ochtends om 7.42 uur begonnen met het vertrek van de witte tourbus. De bedevaart is direct begonnen: op voorspraak van broedermeester Henk wordt in de bus overtuigd gebeden en gezongen.

‘Ik ben als tiener met m’n moeder en m’n nichtje geweest, maar toen had ik minder met het geloof’, zegt Truda Eeuwes (60). Het werd naar haar zin te veel vanuit huis opgedrongen, maar zoals velen in de bus vond ze de kerk op latere leeftijd terug. ‘Nu ga ik vrijwillig en beleef ik het veel meer’, zegt ze, waarna de bus Te Lourd op de bergen inzet. ‘Dit ken ik niet hoor’, zegt Eeuwes. ‘Wat een lang lied!’

Een tourbus tovert ieder gezelschap om in een schoolreisje, ook een groep pelgrims. De seniorendames achterin geinen het hardst, de buschauffeur grapt (‘De ruiten zijn geblindeerd, dus doe wat je niet laten kan’), kleffe boterhammen met worst en zakjes drop gaan rond. Eenmaal aangekomen trekt een grote processie door de winkelstraat. De lange stoet met pastoor, misdienaars en de spelende harmonie trekt langs het Japans-Vietnamese restaurant Xin Chào en een eettentje dat zich louter in curryworsten heeft gespecialiseerd. De vroegste terrasgangers bij het Kaffeehaus op de hoek zijn drukker met hun kaiserbrötchen met kaas dan met de stoet.

Men is het hier gewend: in een goed jaar komen er een miljoen pelgrims naar Kevelaer, een kwart daarvan uit Nederland. Na het Beierse Altötting is Kevelaer het grootste katholieke pelgrimsoord van Duitsland en bovendien een van de belangrijkste pelgrimsoorden voor Nederlandse katholieken.

De bedevaart is volgepland: een plechtige hoogmis in de basiliek, een religieuze wandeltocht door de stad en afgesloten met een Marialof met zegeningen. Gelukkig voor de pelgrims is er tussendoor genoeg tijd voor een schnitzel of apfelstrudel op de vele terrassen, of om goedkope sigaretten in te slaan. De hedendaagse marskramers hebben de etalage vol staan met rozenkransen, Maria-sleutelhangers en andere heilige prullaria.

Marc Oortman, pastoor in Zevenaar en Didam, merkt dat de bedevaarten weer in trek zijn. ‘Het was jaren veel minder, maar in de huidige maatschappij is het leven best een zoektocht. Opeens zijn oude katholieke tradities weer in schwung.’

Voor BobbyLee Hollander (20) is het al de vijfde keer dat hij aan deze bedevaart deelneemt, maar het blijft bijzonder. Zeven jaar geleden kreeg zijn moeder een ernstig ongeluk en zijn vader een hartinfarct. Aan de kerk had hij als kind een hekel, maar na alle rampspoed vond hij er hoop. ‘Daar kan ik heen als ik het op aarde niet meer weet te vinden.’

Hollander overwoog zelfs even priester te worden. ‘Toen kwam ik op een leeftijd waarin je ook andere dingen ontdekt.’ Hij werd verliefd. ‘Maar zodra ze in Rome zeggen dat priesters ook mogen trouwen, ben ik de eerste.’ Nu is hij als koster nauw betrokken bij de ceremonies van vandaag, mag hij in de processie het vaandel van zijn parochie dragen, en de kruik met water dragen bij het afsluitende deel, de Marialof.

Op deze hete zomerdag gaat pastoor Oortman royaal om met het wijwater. Aan het einde van de beladen dag leidt dat tot de nodige hilariteit onder de pelgrims. De pastoor heeft er schik in. ‘Als er in de kerk niet meer gelachen wordt, dan weet ik het ook niet meer.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next