Home

De bries in het Amsterdamse Bos kan de WK maken of breken

De Bosbaan is volgens sommigen de oneerlijkste roeibaan ter wereld, zeker als de wind verkeerd staat. Maar als de wind uit de juiste hoek waait, dan kunnen records sneuvelen.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Een beetje teleurgesteld staat Ymkje Clevering donderdagmiddag aan de Bosbaan. Ze heeft zich net met haar ploeggenoten in de vier-zonder – Nika Vos, Linn van Aanholt en Tinka Offereins – voor de finale van zaterdag gekwalificeerd. Dat is goed, maar het steekt dat de Nederlandse boot in de halve finale de Australiërs voor zich moest dulden. ‘Je wil heel graag iedere ronde als eerste finishen zodat je in de volgende race in de beste baan komt te liggen. Dat is nu niet gelukt.’

De teleurstelling van Clevering is te begrijpen voor wie het weerbericht voor zaterdag erbij pakt en weet wat de consequenties daarvan kunnen zijn voor de WK in eigen land. Windkracht 4 uit het zuidwesten: zo’n bries kan in de strijd op de Bosbaan van grote invloed zijn. ‘Ik zal het maar gewoon zeggen: het is de oneerlijkste baan ter wereld’, zei bondscoach Titus Weijschedé eerder dit jaar over de thuisbaan van de Nederlandse roeiers.

Sporterfgoed

De roeibaan in het Amsterdamse Bos is sporterfgoed: mondiaal de eerste kunstmatig aangelegde roeibaan, in 1934 als werkverschaffingsproject gegraven en sinds 1937 in gebruik. Toen een staaltje moderniteit, maar inmiddels al lang geen modelbaan meer. De Bosbaan kampt, ondanks verbredingen in 1963 en 2001 en verschillende renovaties, met problemen die onuitroeibaar zijn.

Moderne banen zijn over het algemeen veel langer of hebben aan het eind een kanaal waar het water weg kan om stroming en geklots als in een badkuip te voorkomen. Bij de Bosbaan is dat beperkt tot twee kleine sloten die in het kleine gebied achter de finish terugkrullen in de baan, en twee vergelijkbare sloten aan de kop van de baan.

Volgens bondscoach Weijschedé ontstaat sowieso door het oproeien van de boten op weg naar de start en de richting waarin de wedstrijd wordt gevaren een ronddraaiende stroming. ‘Omdat er geen goede in- en uitstroomopening is, is deze baan extreem gevoelig voor dergelijke circulatie.’ Maar erger wordt het als de wind meespeelt. ‘Dan werkt het dubbelop. Dan kan de stroming enorm zijn. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar op een slechte dag kan het verschil tussen baan zeven of baan één 25 seconden zijn.’

Dat is heel boud gesteld van de bondscoach, vindt Henk-Jan Zwolle. ‘Zulke verschillen ontstaan alleen bij zo’n harde wind, dat je sowieso al bijna niet zou kunnen roeien en wedstrijden zullen worden uitgesteld.’ De meervoudig olympisch roeier, lid van de gouden acht van Atlanta, is tegenwoordig voorzitter van de wedstrijdcommissie van World Rowing en vanuit die functie voor de WK in Amsterdam ook lid van het ‘fairness committee’.

Ingrijpen

Dat eerlijkheidscomité kan ingrijpen als de omstandigheden op de baan te verstorend worden. En de voornaamste factor is de wind. ‘Als er wind schuin over de baan staat, dan kan het water een beetje draaien’, legt Zwolle uit. Dan ontstaat er aan één zijde van de roeibaan stroom met de roeiers mee en aan de andere kant juist tegen.

Dat effect wordt aan de Bosbaan versterkt door de hoge bomen van het Amsterdamse Bos, die vrij dicht op de baan staan en waar de wind zich als het ware tussen kan laten vallen. Met een voorspelde zuidwestenwind is het afwachten hoe die precies uitvalt, of de wind schuin over de baan zal blazen of, als het iets meer uit het noorden blaast, er net recht invalt.

Rik Rienks, die zich in de vier-zonder samen met Lennart van Lierop, Eli Brouwer en Gert-Jan van Doorn wel als snelste boot voor de finale plaatste, houdt online voortdurend de voorspellingen in de gaten. ‘Ik kijk in het hotel steeds alle windsites wel even na. En we trainen hier natuurlijk heel veel. Dus ik weet precies welke wind gunstig is en welke wind niet. En waar je met je boot wil liggen.’

Het verschil in stroming dat bij ongunstige wind ontstaat, is niet iets wat de roeiers voelen als ze tijdens hun trainingen of wedstrijden aan de riemen trekken. Het is niet als wind op de fiets. Maar het is onmiskenbaar als Rienks tussen zijn voeten op de snelheidsmeter blikt waarmee de boten uitgerust zijn en de getallen daarop tegenvallen.

‘Ik denk dat wij als Nederlanders hier misschien wel meer mee bezig zijn dan de buitenlanders, omdat wij weten hoe het hier kan zijn. Wij roeien hier iedere dag.’ Hij is daarom blij dat hij met zijn boot wel aanspraak maakt op de beste baan in de finale van zaterdag.

De beste baan is in het roeien doorgaans een van de twee stroken in het midden van het deelnemersveld, omdat de roeiers vanaf die positie overzicht op de concurrenten hebben. Winnaars van de halve finale krijgen daarom normaal gesproken een van die banen toegewezen. En als gevolg vormt het deelnemersveld bij roeiwedstrijden onderweg naar de finish vaak als vanzelf een V-vorm, met de snelste boten in het midden, de traagste in de buitenste banen.

Waaieren

Maar bij een schuin over de Bosbaan blazende wind kan er een andere vorm ontstaan, als Zwolle en zijn comité besluiten om te ‘waaieren’, zoals dat vrijdag ook al gebeurde. Dan varen de snelste boten niet in het midden van de baan, maar juist aan de zijkant en wordt er onderweg naar de eindstreep geen V zichtbaar, maar een waaier zoals die in het wielrennen ontstaat bij zijwind.

Het waaieren is een van de vier ingrepen die het eerlijkheidscomité tot zijn beschikking heeft. Het kan daarnaast besluiten races te vervroegen of uit te stellen naar tijdstippen met gunstigere weersomstandigheden, maar dat is bij een WK waarbij live televisie-uitzendingen tot op de minuut zijn ingepland, niet eenvoudig. De wedstrijden kunnen ook worden omgekat tot ‘time trials’, races tegen de klok. Dan starten de boten telkens alleen en allemaal in dezelfde baan en wordt er op basis van de tijden een uitslag opgemaakt.

In het meest extreme geval, als er niet meer geroeid kan worden, kunnen de medailles op basis van de tijden in de halve finales worden verdeeld. ‘Maar dat is op een WK nog nooit voorgekomen’, benadrukt Zwolle.

Waaieren is een voor de hand liggende aanpak en werd ook toegepast tijdens de vorige wereldkampioenschappen op de Bosbaan, in 2014. De winnaars van de halve finales worden in de twee wedstrijdbanen ingedeeld die het best liggen ten opzichte van de windrichting en eventuele stroming die er ontstaat. Dat moet garanderen dat de beste roeiers de titel pakken.

Geen spanning

Maar een nadeel is er volgens Weijschedé ook als de favorieten de snelste banen toegewezen krijgen: de spanning verdwijnt volledig uit de finale. ‘Er is niets aan. Je weet van tevoren wat er gebeurt. Heel wat boten doen dan voor spek en bonen mee.’

Alle mitsen en maren over de Bosbaan ten spijt is er ook een reden om je bij harde zuidwestenwind juist te verheugen. Want als de wind net wat meer naar het noorden draait en kaarsrecht van start naar finish over de Bosbaan blaast, dan is het niet langer de oneerlijkste, maar misschien wel de allersnelste baan ter wereld. Op vier olympische onderdelen werden de snelste tijden op de Amsterdamse baan geroeid, met wind mee. Rienks begint te glimmen als hij over dat scenario spreekt. ‘Dat is echt heel vet.’

Maar wat het dit weekend wordt? Zoeken naar manieren om oneerlijke omstandigheden te verzachten of de Bosbaan die in een racebaan verandert? Zwolle, die in voortdurend contact staat met meteorologen, durft het nog niet te zeggen. ‘Dat is afhankelijk van de details.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next