Wie de groepsstrategie weet te verbinden met de sterke punten van lokale merken, maakt promotie bij Ahold Delhaize. Voor de oprichter van het door Unilever en Magnum overgenomen Ben & Jerry’s verloopt die verbinding minder florissant.
is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.
Het waren 52 fantastische weken voor Margaret Versteden-Van Duijn. Een jaar nadat ze werd binnengehaald als CEO van Albert Heijn, Etos en Gall & Gall vertrekt ze alweer om het een trede hoger te zoeken: ze wordt bij moederbedrijf Ahold Delhaize verantwoordelijk voor de enigszins merkwaardige regio Europa & Indonesië. In die korte tijd heeft ze zichzelf bewezen, blijkt uit een persbericht van Albert Heijn, door onder meer de ‘ultieme omnichannel klantervaring’ verder aan te scherpen.
Vorig jaar noemde de Australisch-Nederlandse het ‘een eer om straks onderdeel te mogen zijn’ van de ‘iconische bedrijven’ Albert Heijn, Etos en Gall & Gall. Nu, bij haar afscheid, noemt ze het ‘een eer om daar onderdeel van te mogen zijn geweest’.
In deze rubriek beoordeelt de economieredactie personen uit het bedrijfsleven die de afgelopen week een succes boekten of tegenslag te verduren kregen.
Versteden-Van Duijn (50) groeide als kleindochter van Nederlandse immigranten op op een boerderij in Australië. Op haar 15de vertrok ze naar het buitenland, voor een uitwisselingsproject in Duitsland, om daarna via een MBA en de consultancy manager te worden. ‘Die droom, de zoektocht naar een beter bestaan, zit diep in mijn familie’, zei ze tegen het werkgeversblad Forum.
‘Ze heeft consequent laten zien dat ze de groepsstrategie kan verbinden met de sterke punten van lokale merken’, zo wordt ze geprezen door Wiebe Draijer, voorzitter van de raad van commissarissen van Ahold Delhaize. ‘We zijn ervan overtuigd dat ze de voortzetting van onze Growing Together-strategie zal ondersteunen.’ Zulke woorden – dan ben je een winnaar.
Minder florissant verloopt de verbinding van de groepsstrategie met de sterke punten van het lokale merk Ben & Jerry’s. Sinds de overname door Unilever beklagen oprichters Ben Cohen (75) en Jerry Greenfield zich steeds luidruchtiger over de koers van hun geesteskind. De laatste jaren is dat uitgemond in rechtszaken, onder meer over de ijsverkoop in Israël. Deze week verwierp een Amerikaanse rechter de meeste van hun klachten over de manier waarop Ben & Jerry’s wordt bestuurd.
Het ijsmerk, in 1978 in de Amerikaanse vrijbuitersstaat Vermont opgericht met een expliciet sociale en groene missie, mocht ook na de overname in 2000 een eigen onafhankelijke raad van toezicht houden. Maar de rol van die raad is steeds verder uitgehold, vinden de oprichters. Nadat Unilevers ijsdivisie vorig jaar werd afgesplitst en verder ging als Magnum, inclusief Ben & Jerry’s, zag Greenfield er geen heil meer in en gaf hij er de brui aan. Cohen bleef wel betrokken, maar lijkt steeds machtelozer.
Deze week benoemde Magnum drie nieuwe leden in de onafhankelijke raad van toezicht van Ben & Jerry’s. De drie zijn bona fide activisten, maar toch is Cohen woedend omdat de vacatures waren ontstaan nadat Magnum enkele zittende leden had ontslagen en anderen daarna waren opgestapt. ‘Onder normale omstandigheden zou ik zeer verheugd zijn met deze mensen, maar dit zijn geen normale omstandigheden’, schrijft Cohen op LinkedIn. ‘Dit is een illegale benoeming.’
Het is een dapper gevecht. Maar ooit, 26 jaar geleden, verkocht hij zijn bedrijf met de bijbehorende idealen voor 326 miljoen euro aan een multinational met andere doelen. Dan verlies je hoe dan ook.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant