WK hockey Nog één finale, en dan stopt Xan de Waard, na ruim 250 interlands. Op haar zeventiende debuteerde ze al bij Oranje. Ze werd een van de meest bepalende spelers van haar generatie. Wat maakt haar zo goed?
Xan de Waard geniet meer van een vechtwedstrijd tegen België (1-0) dan van de veegpartij tegen Japan (9-0)
Ze had advies van Kim Lammers gekregen, twaalf jaar geleden. Xan de Waard was achttien, een middelbare scholier nog, en ze barstte van de zenuwen voor aanvang van haar eerste halve finale. Een kraker tegen Argentinië, bij het WK hockey in Den Haag. „Je moet het gewoon zien als Laren tegen Kampong,” had Lammers, met haar 33 jaar de routinier van de ploeg, gezegd. „Laat alles gaan.”
De Waard vertelde het glunderend, na afloop van die wedstrijd in 2014. Daar had ze de openingstreffer gemaakt, een hard schot met haar backhand. Nederland won met 4-0 en werd later wereldkampioen.
Een droomscenario. Maar je kunt het aan De Waard overlaten om dat moment, twaalf jaar na dato, te relativeren. Tuurlijk, ze had een belangrijk doelpunt gemaakt. „Maar ik denk dat het mijn eerste balcontact van de wedstrijd was”, zei ze kort geleden. Als groentje van de groep en ook nog eens in de spits, niet haar vaste positie, had ze het gevoel dat ze „meer in de weg liep” dan iets toevoegde.
Donderdag hockeyde De Waard (30) – nu zelf met afstand de meest ervaren kracht van Oranje – haar vierde halve finale op een WK. Die werd als vanouds gewonnen (1-0), maar vanzelf ging het zeker niet. De hockeyvrouwen hadden het zwaar tegen een taai België, en kwamen goed weg toen net voor tijd de Belgische gelijkmaker werd afgekeurd door de videoscheidsrechter.
Xan de Waard (Renkum, 1995) debuteerde op zeventienjarige leeftijd in Oranje. Ze is tweevoudig olympisch kampioen (Tokio, Parijs), drievoudig wereldkampioen en viervoudig Europees kampioen. In zowel 2023 als 2025 werd ze uitgeroepen tot wereldspeelster van het jaar.
Sinds 2015 speelt ze voor SCHC, de club waarvan ze in mei afscheid nam. De Waard heeft een relatie met hockeyer Terrance Pieters.
De Waard vond dat de ploeg „heel tam” was begonnen. „Ik denk ook wel vanwege de zenuwen.” Ze probeerde de boel zichtbaar aan te jagen: ze vroeg om ballen, zwierf bij de Belgische cirkel, stak haar stick ertussen waar het kon en jutte haar teamgenoten op. „Kom op, een beetje energie erin en gewoon gaan”, zei ze na afloop. Het was „sleuren” geweest, en toch had ze er ook van genoten: „Uiteindelijk vind ik dit soort wedstrijden wel leuker dan tegen Japan [9-0 in de groepsfase].”
En daarmee was het donderdagavond zeker: de finale van zaterdag tegen Argentinië wordt De Waards laatste wedstrijd. Ze stopt, zowel bij haar eigen Stichtsche Cricket en Hockey Club (SCHC) als het Nederlands team, zo kondigde ze in mei al aan, in het staartje van de Nederlandse competitie.
Bij De Waard begonnen de eerste twijfels een hele tijd terug: kort na de gewonnen finale in Parijs (2024). „Voor ik het wist, stond ik weer op het veld bij Stichtsche”, zegt ze half augustus terugkijkend. Het „vlammetje” brandde minder hevig, merkte ze. Ze had al zoveel gezien en gedaan in het hockey. Daarbij: ze wilde ook weleens naar een verjaardag. En ze wilde stappen zetten in haar carrière, destijds bij een onderzoeksbureau in de sportsector.
Maar het lukte De Waard niet goed om hockey en werk te combineren, zegt ze. Na kantoor, met een maaltijdreep of banaan achter de kiezen, sjeesde ze naar de club. „Het voelde alsof ik de kantjes er vanaf liep.” Ze besloot: ik ga nog één seizoen alles geven in het hockey, en dan is het ook helemaal klaar. De Waard kent, in haar eigen woorden, „geen half”. Ze is iemand die ook op de training elk potje wil winnen. Daarom is De Waard ook niet van plan om straks een beetje voor de lol op een lager niveau te gaan hockeyen. Dat zou, weet ze zelf, voor niemand leuk zijn.
Met De Waard vertrekt een van de meest bepalende spelers van deze generatie. Al sinds haar zeventiende hockeyt ze voor Oranje: tijdens een toets Frans in 5 vwo had ze een gemiste oproep van toenmalig bondscoach Max Caldas, die haar voor het eerst uitnodigde.
Halverwege dit WK speelde ze haar 250ste interland – slechts vier Nederlandse vrouwen hebben er meer op hun naam staan. En bij het grote publiek is ze misschien minder bekend dan een medevedette als Fatima Moreira de Melo (265 interlands), maar dat komt omdat De Waard de spotlights weinig opzoekt, zegt Paul van Ass, haar bondscoach tijdens de Olympische Spelen van Parijs. „Daar houdt ze niet van. Ze staat liever in de schaduw. Die bescheidenheid heeft ze ook in het team.”
Xan de Waard (rechts) in actie tegen India
Dat De Waard stopt is „heel jammer voor ons”, zegt Yibbi Jansen, haar ploeggenoot bij SCHC en Oranje, vlak voor aanvang van het WK. „Als je naar haar kijkt weet je: ze kan nog jaren mee. Ze kiest er bewust voor om nu afscheid te nemen. Ik vind dat heel knap.”
Want De Waards hockeycarrière is bepaald nog niet aan het uitdoven. Met de Nederlandse hockeyvrouwen is ze heersend olympisch kampioen. Met SCHC bleef ze het hele jaar ongeslagen in de hoofdklasse, op de play-offs na. Daarbij werd De Waard in november, ze had inmiddels in stilte al besloten te stoppen, ook nog voor de tweede keer gekozen als wereldspeelster van het jaar door wereldhockeybond FIH. En tot slot kan ze zaterdag een vierde wereldtitel toevoegen, een unicum in de sport.
De Waard, die op de as van het veld speelt, heeft dan ook wat te bieden. Haar veel geroemde fitheid valt dit toernooi weer op. Bijna jubelend benoemt de strength & conditioning-coach van Oranje, Thierry Bettonviel, de topsnelheid en de sprints van De Waard na de toch al fysieke groepswedstrijd tegen Australië (4-2). „Dat was niet normaal.” Op achterstand liep ze er een Australische uit in een lange sprint. En het is niet dat ze dat één keer kan, zegt hij: „Als het spel erom vraagt doet ze het vier, vijf, zes keer achter elkaar.”
Dan is er nog haar techniek en spelinzicht. „Ze heeft een heel mooie aanname”, begint Raoul Ehren, de huidige bondscoach van de Oranjevrouwen, aan een opsomming. „Ze is tactisch slim, kan ruimtes goed lezen. Is echt heel goed in ballen afpakken. Kan mooi door de as versnellen. Ze geeft niet vaak een simpele bal verkeerd.” Dat laatste punt klinkt misschien weinig opwindend, maar het is volgens Ehren wel degelijk essentieel. „Simpele dingen heel goed doen is vaak een kernkwaliteit van een goede speler.”
Nog zoiets simpels en evengoed belangrijks: „Dom balverlies zie je bijna nooit bij haar”, zegt Van Ass. „Krijgt ze de bal, dan is-ie veilig.” Ook aangespeeld met twee of drie man om zich heen weet ze zich er vaak toch uit te draaien, iets dat ze ook in de halve finale tegen België meermaals liet zien. Van Ass: „Een surplus aan techniek, een beetje zoals Frenkie de Jong, hè. Als Xan hem heeft, kun je beginnen met opbouwen.”
Maar het is haar verdedigend inzicht waar De Waard hem nog het meest mee kon verrassen, zegt Van Ass. „Xan ziet snel dat er mogelijkerwijs iets aanbrandt achterin. En boem, in één keer staat ze in de dekking. Een kwaliteit die weinig mensen zullen benoemen.”
Van Ass vroeg De Waard als aanvoerder richting ‘Parijs’, omdat hij vond dat ze elkaar wat betreft persoonlijkheid goed aanvulden. „Xan is beredenerend, rationeel, veel bezig met spelpatronen. Waar ik meer kijk vanuit de sportbeleving, emotie, niet te veel kapot analyseren.” En rationeel als ze is, wilde ze er eerst even over nadenken. Ze vroeg zich af of ze wel geschikt was, zei ze eerder tegen NRC, omdat ze op het veld zo fanatiek is. De ploeg was kwetsbaar in die tijd, door de nasleep van de periode onder Alyson Annan, de voormalige bondscoach die enkele maanden na de Spelen van Tokio werd ontslagen na meerdere getuigenissen over een angstcultuur.
Xan de Waard, met haar neefje op de arm, speelde tegen China haar 250ste interland.
Uitgerekend tegen diezelfde Annan, die al snel na haar ontslag was aangesteld als bondscoach van China, werd in Parijs een zeer moeizame olympische finale uitgevochten. De ploeg stond snel op achterstand, tot in het vierde kwart. Die wedstrijd ziet Yibbi Jansen als exemplarisch voor de manier waarop De Waard het verschil kan maken. Jansen: „Daar zag je dat Xan voorop ging in de strijd. Iedere bal wilde ze hebben. Uiteindelijk zette zij de aanval op waar we die corner uithaalden.” Met die strafcorner maakte Jansen gelijk, Nederland won op shoot-outs. „Terwijl alle ogen op haar gericht waren, maakte ze het volledig waar.”
De Waard kijkt met trots terug op die Spelen, zegt ze half augustus. „Dat we het ondanks alles gewoon hebben geflikt.” Maar het heeft wel veel van haar gevraagd, misschien wel te veel, merkte ze toen ze vlak na het toernooi in huilen uitbarstte bij de fysiotherapeut. Niet lang daarna nam ze tijdelijk pauze bij Oranje. Als aanvoerder, ze stopte na ‘Parijs’, voelde ze zich „heel verantwoordelijk”, op én naast het veld. „Omdat je iedereen echt een fijne Spelen gunt.”
Om meer van haar laatste seizoen te kunnen genieten, stopte De Waard vorig jaar ook als aanvoerder bij SCHC. Robbert van de Peppel was daar het afgelopen jaar haar coach. Het heeft „flink geknetterd” tussen hen, zegt hij. De Waard bemoeit zich, ook zonder aanvoerdersband, graag met de speelwijze van het team. Niet dat hij dat erg vond, overigens. „Ze zegt waar het op staat. Daar hou ik wel van.”
SCHC strandde dit seizoen in de halve finale van de play-offs. Die tweede halve finale-wedstrijd vindt Van de Peppel misschien wel haar beste ooit. Sowieso noemt hij De Waard „al tien jaar exceptioneel”. „Ze is zo compleet, zowel aanvallend als verdedigend. Het enige wat ze niet goed kan is scoren.”
Na haar laatste wedstrijd in Bilthoven stond De Waard, normaal vrij gereserveerd, te snikken op het veld. Van de Peppel had eerder in het seizoen ook al een ‘zachtere’ kant van haar gezien: nadat SCHC het Europese clubhockeytoernooi EHL won. Van origine is De Waard „superkritisch en fanatiek”, zegt hij. „Ze kan zich uiten op een manier die voor anderen soms schrikken is.” Maar nu zag hij bij haar „echt heel veel trots. Ze was heel complimenteus voor het team.”
Iets losser worden, iets minder serieus: het is een thema voor De Waard. Ook Van Ass weet dat. Dat is wel gelukt, denkt hij. „Ze heeft gemerkt dat het met meer plezier kan, op en buiten het veld. Dat dat niet ten nadele hoeft te gaan van prestaties.”
De Waard probeert dit WK ook actief te genieten. Zoals bij de openingswedstrijd tegen Chili (2-0), toen ze voor het eerst dit toernooi het veld op kwam lopen. Ze liet het bewust meer op zich inwerken. „Normaal kan het voorbij gaan voordat je het weet,” zei ze na afloop, terwijl op de tribune hoopvolle fans haar naam riepen. „Nu had ik wel een kriebel: het is een mooie tijd geweest.”