Home

‘De Witte Man mag natuurlijk wel naar het programma kijken’

Documentaire Nipkowschijfwinnaar Qian van Binsbergen neemt in een nieuwe serie de witte man onder de loep en bracht een panel van Jannen bijeen. „Je zag de kwartjes bij ze vallen.”

Qian van Binsbergen

Twee witte mannen en één zwarte zagen bij Nieuws van de Dag (SBS6) de trailer van De witte man – een driedelige serie die vanaf vrijdag 28 augustus te zien is bij omroep Zwart –en ze verwachtten er weinig goeds van. „Dit gaat niet over mij”, concludeerde Max-omroepbaas Jan Slagter, naar eigen zeggen ook nog een oude witte man. „Beetje discriminerend”, vond hij ook. En antropoloog Shashi Roopram – schertsend aangeduid als een „beetje” witte man – vroeg zich retorisch af of „we ook zo’n documentaire zouden maken over de zwarte man”.

Online was er ook al consternatie over een snippet uit de serie waarin Tim Hofman zegt dat de witte man als voetbalsupporter ongereguleerd hyper-emotioneel gedrag vertoont. En hoe beschimp je een witte man die witte mannen afvalt? Zeggen dat hij een „wijf” is. In de commentaren regende het varianten daarop.

Qian van Binsbergen (+/- 33) is de maker van De witte man en zij zegt dat dit programma het moeilijkste is dat ze tot nu toe maakte. Ze maakte De Afhaalchinees (2023) over wat er misgaat bij adoptie van kinderen. Voor het tweede deel ervan, Thuisbezorgd, kreeg ze de Zilveren Nipkowschijf en de Tegel. Over seksueel racisme maakte ze Sexotisch (2024).

Thuis, op de bank met haar uit China geadopteerde hondje Frommel, bezweert ze grappend de te voorbarige kritiek. „De witte man mag gewoon blijven, hè.”

In eerdere series nam je jezelf, Qian, de geadopteerde, Aziatische vrouw als voorbeeld om een groter maatschappelijk probleem te duiden.

„Ja, en dit keer wilde ik het eens helemaal anders doen. Niet wéér over mezelf, niet over adoptie, seksisme, niks met Aziatische vrouwen. Ik dacht: wat staat er nou het verst van me af? En dat is toch de witte man. Gaandeweg het draaien kwam ik erachter dat het tóch weer over mezelf ging. Ik gebruik mijn perspectief om het fenomeen ‘witte man’ te ontrafelen – het is niet neutraal.”

Je benadrukt in de serie dat het je niet om ‘de witte man als mens’ gaat.

„Het gaat over de man als machtsvorm. De norm is man, wit, hetero. Al eeuwenlang is dat vanzelfsprekend, voor hemzelf én voor alle anderen, ook voor mij. Het is heel lastig om te onderzoeken wat voor iedereen volstrekt normaal voelt. Eigenlijk vraag je: waarom is de lucht blauw? De man is als een vis in het water, wat ik doe is er een aquarium omheen bouwen om van buitenaf de vis te bestuderen.”

In de serie lijkt de man een inheemse diersoort.

„Dat is een knipoog naar de natuurvorsers van vroeger, de koloniaal die onderzoek doet naar de Inuit of Masai. De man is een gewoontedier, hij deelde altijd de ander in categorieën op. Hij is niet gewend zelf gecategoriseerd te worden. Ik kopieer die blik van buitenstaander. Net als Ruben Terlou die naar China reist om een programma te maken over de Chinezen daar. Hij maakt het voor de Nederlander. De Chinees mag meekijken, maar het is niet voor hem gemaakt. Zo maak ik een programma voor iedereen die niet-man en niet-wit is en wil begrijpen hoe een patriarchaal systeem werkt. De witte man mag er natuurlijk wel naar kijken.”

Je hebt een panel verzameld van witte mannen die allemaal Jan heten om te praten over witte-man-zijn.

„Ik ben geïnteresseerd in het stille midden, niet in de extremen. Soms lijkt het of er twee smaken man zijn. De man die zich intersectioneel feminist noemt, zeg maar de Tim Hofmannen van deze wereld. En aan de andere kant de manosphere-man, de Tibor Wouda’s die vinden dat de man de superieursoort is. Door mannen te selecteren op hun naam krijg je meer de grijstinten. Er zit een advocaat-Jan in het panel, een student-Jan, een zorgboer-Jan en een barbier-Jan.”

Qian van Binsbergen

De Jannen leken zo deemoedig, zo schuldbewust. Ze dragen zichzelf letterlijk ten grave in de serie.

„Dit is natuurlijk de gefilmde versie van de werkelijkheid, de Jannen wisten dat mijn camera draaide. Maar toch zie je kwartjes bij ze vallen. Hé, het is geen incident als een vrouw ’s nachts wordt lastiggevallen op straat, het overkomt elke vrouw. Barbier-Jan beweerde eerst dat hij het krankzinnig vindt om zwarte mensen voor te trekken bij sollicitaties. Tot toneel-Jan hem uitlegt hoe belangrijk het is voor jonge mensen om meer acteurs van kleur te zien. Interessant wat sociaalpsycholoog Elena Bacchini daarover in de serie zegt: mannen kunnen zeggen dat ze voorstander zijn van inclusie en gendergelijkheid, maar hun hartslag en spierspanning stijgt, hun lichaam zegt wat anders.”

De extreme man krijgt ook het woord.

„In de zomer van 2025, voor we gingen draaien, werd Lisa van 17 vermoord. De anti-migratieprotesten die daarop volgden liepen uit de hand. Het Malieveld stond die zomer ook vol woedende mannen die brulden dat ze geen huis konden krijgen en dat hun vriendin niet veilig meer over straat kon door de buitenlanders. Ik snap hun frustratie, ik kom zelf uit zo’n gezin, mijn adoptievader dacht er hetzelfde over. Ik vond dat ik er niet onderuit ook de extreme man en zijn gedachtegoed te onderzoeken.”

Manosphere-influencer Tibor Wouda en anti-azc-demonstrant en badkamermonteur Richard van der Elst lijken ook al zo redelijk.

„Crazy toch? Tibor Wouda is gemeenteraadslid van Forum voor Democratie, op zijn kanaal deelt hij content van Andrew Tate, maar hij doet zich voor als een doodnormale guy. Azc-Richard zegt heel vriendelijk dat ‘de’ Nederlander voor hem wit is. Gewoon in m’n gezicht. Vroeger leken mensen zich nog te schamen als ze iets overduidelijk racistisch zeiden. De witte man met extreemrechts gedachtegoed noemt zich nu ‘bezorgde burger’. Extreme ideeën zijn genormaliseerd. Dat is pas echt doodeng.”

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next