Home

Waarom zijn patrijspoorten op schepen altijd rond en waarom heten ze zo?

De wetenschapsredactie beantwoordt kleine en grote vragen die lezers bezighouden. Deze week: waarom heet een patrijspoort een patrijspoort (en is die rond)?

Hoe teken je een schip? Boeg, brug, schoorsteen en drie patrijspoorten in de romp. Maar waarom zijn die patrijspoorten altijd rond, vraag lezer Sijmen Tol zich af. En nu we toch bezig zijn: wat een gek woord eigenlijk. Waar komt dat vandaan?

Het antwoord op de eerste vraag is makkelijk, vertelt Jeroen Pruijn, universitair hoofddocent maritieme techniek aan de TU Delft. Een rond venster is sterker. Door de ronde vorm verspreidt druk van stormwind en golven zich gelijkmatig langs de randen van het raam. Bij een rechthoekig of vierkant venster wordt de kracht ongelijk verdeeld omdat de afstand tussen het middelpunt en de randen varieert. De drukverschillen leiden tot spanning in het glas en als die spanning hoog genoeg wordt, breekt de ruit.

Pruijn wijst er nog op dat scheepsbouwers omwille van de stevigheid ook op andere plaatsen rechte hoeken vermijden. Buitendeuren en deuropeningen in waterdichte schotten hebben bijvoorbeeld altijd afgeronde hoeken.

Alleen in het Nederlands

Maar hoe zit het met die vreemde naam? De oorsprong van het woord ‘patrijspoort’ is niet helemaal helder. Opvallend is dat het woord alleen voorkomt in het Nederlands en als leenwoord in het Sranan (patrèisport) en het Afrikaans (patryspoort). In het Engels is het een porthole, de Fransen noemen het een hublot en de Spanjaarden, Duitsers en Denen hebben het over respectievelijk ojo de buey (ossenoog), Bullauge (stierenoog) en koøje (koeienoog). In Tsjechië heet de patrijspoort overigens gewoon lodní okénko of kulaté okénko wat respectievelijk ‘scheepsraam’ of ‘rond raam’ betekent.

De beschikbare etymologische woordenboeken suggereren een verband met het ‘patrijsgat’ of ‘hennegat’, waar op een schip de zogeheten kolderstok doorheen gaat. In normaal Nederlands: de opening aan de achterzijde van een schip tussen dek en onderkant waarin de roerpen steekt. Het Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden (1997) suggereert dat die naam op zijn beurt afkomstig is van de uiterlijke gelijkenis met de cloaca van een kip of patrijs.

Een verklaring over wanneer en waarom het woord ‘overstapte’ naar de huidige betekenis van scheepsvenstertje ontbreekt.

Batterijspoorten

Er is nog een andere mogelijke oorsprong. Dichter, taalkundige en jurist Jacob van Lennep (1802-1868) omschreef in zijn Zeemans-woordenboek uit 1856 de patrijspoort als ‘kleine poort in de batterijspoorten aangebracht, zoowel om licht tusschendeks te brengen; als om, by het laden van het geschut, wanneer de batterijspoorten dicht zijn, den touwen wisser en aanzetter te bezigen’. De ‘batterijspoorten’ die Van Lennep noemt, waren de met luiken afgesloten geschutsopeningen in de wand van houten (oorlogs)schepen.

Het kan natuurlijk dat Van Lennep het vanachter zijn schrijftafel bij het rechte eind had, en dat ‘patrijspoort’ en ‘batterijspoort’ afzonderlijke woorden waren voor het luik én het openingetje in dat luik. Tegelijkertijd klinken de twee woorden wel erg vergelijkbaar. Zeg – als het kan bij zeegang en forse wind – drie keer snel achter elkaar ‘batterijspoort’. Wat hoor je dan? Inderdaad.

Zelf een vraag voor deze rubriek? Mail naar willenweten@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next