Whataboutisme wordt vaak gebruikt om een discussie af te kappen. Maar niet elke vraag als ‘en hoe zit het dan met...?’ is terecht. Wie het publieke debat wil verarmen, moet vooral doen alsof dat wel zo is.
In een opiniebijdrage in de Volkskrant van 13 augustus stelde Ralf Bodelier aan de hand van een eerdere column van opiniemaker Gert-Jan Segers dat whataboutisme vaak een terechte vraag oplevert. Hoewel Bodelier lijkt te zoeken naar een redelijk midden en verdere polarisatie probeert tegen te gaan, denk ik dat het tegenovergestelde het gevolg kan zijn.
Whataboutisme is een veelgebruikte en soms vermakelijke drogreden. Neem die ene linkse collega die tijdens de koffiepauze over het milieu begint, maar in de zomer wel naar Peru is gevlogen. ‘Maar jij was toch...?’ is leuk om haar retorisch even in een hoek te duwen, maar dodelijk voor een serieus gesprek. De aandacht wordt van de inhoud naar de persoon verplaatst en vooral naar diens consequentheid.
Over de auteur
Paras Dadra is docent Frans en Nederlands in Den Haag.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het probleem is echter dat niemand volledig consequent is of kan zijn. Mag je nooit meer iets kritisch over AI zeggen, omdat je weleens Gemini gebruikt voor een snelle zoekopdracht naar de juiste shampoo? Mag je nooit meer voor groen beleid stemmen, omdat je ooit een retourvlucht van Parijs naar Nice hebt genomen? Of moet je aan het begin van een discussie eerst zeggen welke vluchten je allemaal hebt genomen, daar afstand van nemen en mag je dan pas een mening hebben over het klimaat?
Doen alsof dit kinderachtige debattrucje serieus genomen moet worden, kan leiden tot verdere verstarring van het publieke debat. Het standpunt dat er een genocide wordt gepleegd in Palestina en dat het daarom goed kan zijn Israël te boycotten, wordt niet meer of minder waard wanneer iemand dat uitdraagt zonder aandacht te besteden aan andere schendingen van de mensenrechten of daar kennis van te hebben.
Iemand daarop aanspreken blaast noch lucht in de discussie, noch leidt het tot een redelijk midden. Het verplaatst louter het gespreksonderwerp naar de consequentheid van de persoon. Wie whataboutisme toepast in een serieus gesprek, leidt af van de inhoud.
Uit gesprekken met leerlingen over bijvoorbeeld Palestina kan ik bevestigen dat jongeren (volwassenen overigens ook) erg zwart-wit kunnen denken over zulke thema’s. Dat neemt echter niet weg dat ze een terecht punt kunnen maken. Mensen moeten gestimuleerd worden om standpunten in te nemen. Dat gebeurt als ze serieus worden genomen. Een 15-jarige die besluit niet meer bij McDonald’s te eten vanwege banden die het bedrijf heeft met Israël, wordt heus geen betere burger wanneer die beslissing niet serieus wordt genomen door te vragen waarom hij wel oordopjes bij AliExpress heeft besteld.
Dat verwijt van hypocrisie door middel van whataboutisme is een probleem in het publieke debat. Rechtse politici gebruiken het op televisie en het sijpelt door naar de gesprekken bij het koffiezetapparaat. Die gesprekken vallen dood, aangezien de eerdergenoemde linkse collega niet meer het gevoel heeft dat ze een mening kan uiten over het klimaat, omdat Jeroen en de andere blauwe veters van accounting al klaar staan met het verwijt dat ze naar Peru is gevlogen.
Ook online zie je dit terugkomen. Serieuze standpunten over bepaalde thema’s krijgen op X, maar ook op LinkedIn, reacties met de strekking ‘ja, maar jij...’. Zo’n reactie wordt regelmatig gesteund door allerlei types die zich veel liever richten op de vermeende hypocrisie die wordt blootgelegd dan op de inhoud. De plaatsers van zulke berichten denken misschien dat het debat of de discussie ‘gewonnen’ is.
Het enige waarin zij zijn geslaagd, is het publieke debat armer te maken. Door progressieve of linkse standpunten constant aan te vallen, wordt het debat niet alleen eenzijdig, maar wordt het alleen maar makkelijker om mensen met dergelijke standpunten weg te zetten.
Polarisatie wordt niet tegengegaan door mensen die deelnemen aan het publieke debat te testen op andere onderwerpen en hen als inconsequent of hypocriet neer te zetten, maar door hun standpunten te waarderen als bijdrage aan het publieke debat.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant