Male gaze Hoe gaan musea en publiek om met werk dat in een andere tijd werd gemaakt, in een maatschappij waarin andere normen en waarden golden en waarin de machtsverhoudingen anders lagen? Het werk dat fotograaf Ed van der Elsken een halve eeuw geleden maakte, leidt op sociale media tot veel reacties.
Poster van de expositie van Ed van der Elsken in het Rijksmuseum, aldaar te zien van 19 juni t/m 13 september 2026.
„Ik ben net thuis van deze tentoonstelling. En ook ik kreeg een ongemakkelijk gevoel bij de foto’s en filmpjes. Mijn nichtje en ik kregen steeds meer het gevoel dat Ed van der Elsken een stalker was en vrouwen lastig viel.”
„Dat hij dan ook nog tegen meisjes zegt ‘lach eens’, zegt eigenlijk alles. Totaal niet oké.”
Niet vaak kreeg een Instagram-post van NRC zoveel reacties (ruim 500) als die over het opiniestuk dat Maren Laterveer vorige week schreef, naar aanleiding van de huidige tentoonstelling Up Close van fotograaf Ed van der Elsken (1925-1990) in het Rijksmuseum. Daar zijn nog tot en met 13 september ruim 300 van zijn foto’s, filmfragmenten, dummy’s en dagboeken te zien, uit de periode tussen circa 1960 en 1990.
Laterveer stoort zich eraan dat Van der Elsken soms vrouwen ongevraagd op de foto zette, ook als ze aangaven dat ze daar niet van gediend waren. Soms bleef hij achter ze aan lopen, en soms riep hij ze na: „Lach eens”, of „Kijk niet zo lelijk, chagrijn”. Je zou kunnen zeggen, betoogt Laterveer, „dat Van der Elsken in een andere tijd fotografeerde, toen er nog geen vocabulaire was voor wat we nu de ‘male gaze’ noemen; de culturele blik waarmee vrouwen allereerst als een object worden bezien om te beoordelen, begeren en bezitten.” En die mannelijke blik, zo schrijft ze, werkt door in het zelfbeeld en welzijn van vrouwen.
De vele reacties – ook op LinkedIn en op Reddit – op Laterveers kritiek waren overwegend instemmend: „Objectificatie van vrouwen verdient terecht aandacht.” Ook delen vrouwen wat ze zelf meemaakten: „Het is helaas een vrij universele ervaring om als vrouw al vanaf jonge leeftijd te merken hoe men plotseling naar je kijkt en hoe je je niet meer onbevangen door de openbare ruimte kan bewegen.” Lezers brachten ook nuances aan: „De ‘objectificatie’ van het lichaam is inmiddels voor zowel man als vrouw een gegeven in dit tijdperk.”
Hoe moeten musea en publiek omgaan met werk dat in een andere tijd werd gemaakt, in een maatschappij waarin andere normen en waarden golden en waarin de machtsverhoudingen anders lagen? Hoe presenteer je het werk van een hondsbrutale en anarchistische fotograaf als Van der Elsken, die werkte in de tijd van de seksuele revolutie, wiens oeuvre zo veel verschillende kanten had, die vrouwen én mannen lastigviel op straat (hij sommeerde ze hun shirt uit te trekken om hun tattoos te kunnen filmen, zo lezen we in de catalogus van Up Close) en die ook foto’s maakte van de strijd voor vrouwenemancipatie?
Zippora Elders, directeur van het Nederlands Fotomuseum, dat onder meer het archief van Van der Elsken beheert en ontsluit, en waar ook het auteursrecht van zijn werk ligt, laat desgevraagd weten: „Binnen onze omvangrijke collectie is Van der Elsken een van Nederlands bekendste fotografen. Veranderende maatschappelijke inzichten kunnen vanzelfsprekend aanleiding zijn om bestaand werk van geactualiseerde context te voorzien. We zien dit niet als een afgerond proces, maar als een voortdurend onderdeel van de museale praktijk, waar we ook de komende jaren stappen in zullen zetten. De male gaze is een onderwerp waar in de fotografie en musea al langer over gesproken wordt. Maar de ongelijkheid en onveiligheid van vrouwen is helaas nog steeds aan de orde van de dag. Dat alleen al geeft aan dat dit een actueel en heel noodzakelijk gespreksonderwerp is.”
Wat Laterveer betreft is het een gemiste kans voor het Rijksmuseum, schreef ze in haar opiniestuk: „Als maatschappelijk instituut hadden ze beter kunnen benoemen wat Van der Elsken deed en hoe dat paste in de tijd, maar ook stond voor een genderhiërarchie die we niet moeten willen.”
De woordvoerder van het Rijksmuseum geeft desgevraagd alleen een korte reactie: „Het is goed dat deze tentoonstelling aanleiding geeft tot maatschappelijk debat. Het onderwerp dat Maren Laterveer aansnijdt is relevant en belangrijk en we nemen het ter harte.”