Epidemie Voor de vaccinatiecampagne gebruikt de Congolese overheid een vaccin voor een andere vorm van het ebolavirus. Er wordt onderzocht of dat vaccin ook werkt tegen de Bundibugyo-variant, die de huidige epidemie veroorzaakt.
De Congolese minister van Volksgezondheid Roger Kamba (in spijkerjas) dient een ebolavaccin toe aan een zorgmedewerker in Kisangani.
In de Democratische Republiek Congo is donderdag de vaccinatiecampagne begonnen tegen de ebola-uitbraak die al zeker aan 2.744 mensen het leven heeft gekost. Gezondheidsmedewerkers en andere hulpverleners krijgen het vaccin als eerste toegediend, melden de Congolese autoriteiten aan persbureau AP.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft 70.000 vaccins van het Ervebo-vaccin vrijgegeven voor gebruik in Congo. Volgens het Congolese staatspersbureau heeft het Centraal-Afrikaanse land al 50.000 vaccins ontvangen van een coördinatiegroep van de Verenigde Naties. De minister van Volksgezondheid, Roger Kamba, roept alle gezondheidsmedewerkers op zich te laten vaccineren.
Het is niet duidelijk of, en zo ja in welke mate, het Ervebo-vaccin werkt voor de Bundibugyo-variant, die de huidige uitbraak heeft veroorzaakt. Het vaccin is ontwikkeld voor een andere variant van het ebolavirus, de zogenaamde Zaïre-stam. De resterende 20.000 verstrekte vaccins worden gebruikt om de effectiviteit van het vaccin tegen de Bundibugyo-variant te onderzoeken. Voor die variant bestaat nog geen goedgekeurd vaccin.
Het Ervebo-vaccin kan worden gebruikt via een zogenoemd compassionate-use-programma. Een medicijn kan daarbij worden ingezet bij een ernstige ziekte, ook al is het daarvoor niet specifiek goedgekeurd. De gezondheidsautoriteiten zien aanwijzingen dat het Ervebo-vaccin dat nu toegediend wordt enige bescherming kan bieden tegen het Bundibugyo-virus, omdat de varianten verwant zijn.
„We hebben besloten om het Ervebo-vaccin te gebruiken om in de eerste plaats degenen te beschermen die in de frontlinie staan”, zei minister van Volksgezondheid Roger Kamba bij de lancering van de vaccinatiecampagne in Kisangani, de hoofdstad van Tshopo, een van de zes provincies die getroffen zijn door ebola.
Op dezelfde dag dat in Congo de vaccinatiecampagne begon, is de ebola-uitbraak in buurland Oeganda voorbij verklaard. Africa CDC, het gezondheidsagentschap van de Afrikaanse Unie, en de WHO riepen het eind van de ebola-uitbraak in Oeganda uit.
De uitbraak was er veel kleiner dan in Congo en de laatste patiënt in het land werd op 16 juli uit het ziekenhuis ontslagen. Dat er 42 dagen lang geen nieuwe ebolabesmettingen zijn vastgesteld – tweemaal de incubatietijd van het virus – is een belangrijke voorwaarde om een virusuitbraak beëindigd te verklaren.
„Oeganda heeft aangetoond dat ebola-uitbraken met daadkrachtig optreden snel onder controle kunnen worden gebracht”, zegt Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur van de WHO in een persbericht.
Tedros prijst de aanpak van de Oegandese regering die bestond uit het actief opsporen van besmettingen en daaropvolgend contactonderzoek, isolatie en klinische zorg. Ook werd veel informatie verstrekt over infectiepreventie en -bestrijding en zorgde de overheid voor extra controle in ziekenhuizen, klinieken en bij grensovergangen.
Met deze aanpak konden personen- en goederenverkeer grotendeels doorgaan, en konden mensen „veilig blijven of zorg krijgen als ze ziek zijn”, aldus Tedros. In totaal werden in Oeganda twintig gevallen van ebola vastgesteld, van wie er twee overleden. Vijftien van de twintig kwamen uit Congo, waarmee Oeganda een landsgrens van ruim 800 kilometer deelt.
In Congo zijn tot nu toe 5.794 gevallen van ebola geregistreerd. Het virus waart vooral rond in het oosten van het land, waar door oorlogsgeweld de toegang tot gezondheidszorg zeer beperkt is.