Home

Jorja Smith klinkt op ‘What Are The Odds’ losser dan ooit; gloedvol eerbetoon van María Dueñas aan vioolheld Heifetz 

Nieuwe muziek Op ‘What Are The Odds’ kiest Jorja Smith voor het eerst een heel album lang voor de dansvloer, maar onder de opzwepende productie schuilt nog altijd dezelfde kwetsbaarheid waarmee ze ooit doorbrak. Het spel van de jonge Spaanse violist María Dueñas ademt eenzelfde intensiteit als dat van haar grote vioolheld Heifetz, maar het is ontegenzeggelijk warmer van klank.

Dance/Pop

Jorja Smith

What Are The Odds

Een heel album voor de dansvloer

Een comebackplaat kun je What Are The Odds moeilijk noemen. Na haar vorige album Falling or Flying (2023) trok Jorja Smith zich weliswaar terug uit de schijnwerpers, maar ondertussen bleef ze toeren en muziek uitbrengen. Toch klinkt haar derde album als een nieuw begin. Dance sijpelde altijd al door haar werk – denk aan de 2-step van ‘On My Mind‘ (2017) en de clubhit ‘Little Things’ (2023) – maar de Britse zangeres stond vooral bekend om haar introspectieve, soulvolle r&b. Nu kiest ze voor het eerst een heel album lang voor de dansvloer.

Voor dit derde album dook Smith de studio in met de Britse producer P2J (Richard Isong), die eerder werkte met Beyoncé, Burna Boy en Tems. Samen putten ze uit allerlei hoeken van de Britse clubmuziek: UK garage, funky house en 2-step, aangevuld met Afrobeats. Eigenlijk was het plan om slechts een korte dance-ep te maken. Maar P2J had een stapel beats klaarliggen en in twee dagen namen ze het gros van het album op. Die snelheid doet de muziek goed. Smiths zang beweegt soepel tussen de beats en de nummers klinken spontaan, soms bijna achteloos. Nergens klinkt het alsof er eindeloos aan de plaat is gesleuteld.

Op ‘What’s Done Is Done’ werkt dat uitstekend. Stuiterende 2-stepdrums en nerveuze strijkers jagen Smith vooruit terwijl ze een geliefde resoluut de deur wijst. ‘The Way It Was’ geeft haar karakteristieke, nonchalante zang meer ruimte en behoort juist daardoor tot de sterkste nummers. Op ‘Young Heart’, een brief aan haar jongere zelf, wordt duidelijk dat de dansvloer haar melancholie niet volledig heeft verdreven: onder de opzwepende productie schuilt nog altijd dezelfde kwetsbaarheid waarmee ze ooit doorbrak.

Halverwege vloeien de producties ietwat in elkaar over en tekstueel blijft Smith soms aan de oppervlakte. Toch werkt de snelheid waarmee What Are The Odds is gemaakt vooral in haar voordeel. De plaat klinkt minder bedacht dan haar eerdere werk, maar ook losser en speelser. Smith wilde een album maken waarop ze zelf graag zou dansen. Daarin is ze ruimschoots geslaagd.

Robyn van Gorsel

De warme klanken van María Dueñas

Veel musici maken in hun spel verschillende perioden door. Meestal gaat het op jonge leeftijd om virtuositeit, het verlangen om technisch alles te kunnen. Is daaraan voldaan dan werpen ze zich op den duur – als het goed is – op de poëzie, de verdieping of de zeggingskracht van muziek.

Klassiek

María Dueñas (viool) & Simón Bolívar Symphony Orchestra of Venezuela o.l.v. Gustavo Dudamel

Homage to Heifetz – Lalo, Korngold, Debussy

Het één is onmisbaar voor het ander. In violistische kringen wordt dit onderscheid uitgedrukt in de namen van twee legenden: Jascha Heifetz belichaamt de beheersing van het instrument, Fritz Kreisler de warmte en dichterlijkheid ervan.

Het nieuwe album van de jonge Spaanse violist María Dueñas is een ode aan Heifetz. In haar kinderjaren, op de dagelijkse rit naar school, hoorde ze zijn spel op de cassettebandjes in de auto. En zo groeide hij al vroeg uit tot haar grote vioolheld. Haar spel ademt eenzelfde intensiteit als dat van Heifetz, maar het is ontegenzeggelijk warmer van klank. Dat is ook te danken aan de Latijns-Amerikaanse inbreng van het Simón Bolívar-orkest en dirigent Gustavo Dudamel.

Dueñas koos een mooie combinatie van vioolconcerten: de Symphonie espagnole van de Fransman Édouard Lalo en het Vioolconcert van Erich Wolfgang Korngold. Geen toonbeelden van virtuositeit maar verhalende stukken, die onder haar strijkstok liefdevol gloeien.

De Weense Jood Korngold verbleef in de jaren dertig in Hollywood, toen de donkere wolk van de Holocaust zich over Europa begon te verspreiden. In Los Angeles – ook het toevluchtsoord van de Russische balling Heifetz – groeide hij uit tot de godfather van de filmmuziek. Zolang Hitler aan de macht was, zei Korngold, zou hij niet meer voor het concertpodium schrijven. Zijn Vioolconcert beleefde de wereldpremière in 1947, door Heifetz. Een criticus schreef dat het meer „corn than gold” was. Kennelijk vond hij het werk – of de uitvoering – wat gewoontjes.

Inmiddels behoort het met filmmelodieën verrijkte stuk tot het klassieke kernrepertoire. En Dueñas laat Korngold – en Heifetz – baden in een gouden gloed.    

Joost Galema

Albumrecensies

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next