Home

Hoe troost je iemand die ooit zijn zoontje op straat vond, gorgelend in ‘een rivier van bloed’?

werkt sinds 2012 voor de Volkskrant als journalist en columnist.

Op de dag dat Ratko Mladic levenslang kreeg vanwege genocide, schending van het oorlogsrecht en misdaden tegen de menselijkheid, was ik in Sarajevo en keek ik samen met een groep nabestaanden naar een kleine flatscreentelevisie. We zaten in een kringetje en alle aanwezigen hadden speelgoed bij zich: oude knikkers, knuffelbeertjes en zakdoekjes die ooit hadden toebehoord aan hun kinderen, totdat diezelfde Mladic oprukte naar hun stad en al die kinderen aan flarden liet schieten.

Ik zat die dag naast Ramiz Holjan, een knoest van een vent met eeltige handen en borstelige wenkbrauwen – zo’n man die je eigenlijk alleen op de Balkan tegenkomt – en nooit zal ik vergeten hoe hij in een werkelijk onbedaarlijke huilbui uitbarstte nadat een stem op de Bosnische televisie de woorden ‘life imprisonment’ vertaalde in ‘doživotna robija’.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het leek alsof die twee woorden een gat in zijn pantser hadden geslagen, want hij snotterde en hij schokte, minuten achter elkaar, terwijl hij onafgebroken de foto streelde van zijn zoon Admir, een jongen van 13 jaar die op 16 december 1992, om iets na 1 uur ’s middags, tijdens het buitenspelen aan stukken werd gereten door een mortiergranaat afkomstig van de troepen van Mladic.

Ik had nog nooit een man zo zien huilen en ik had dan ook geen idee wat ik tegen hem moest zeggen, want hoe troost je iemand die ooit zijn zoontje op straat vond, volledig doormidden en ondertussen gorgelend in ‘een rivier van bloed’? Dat gaat niet.

Holjan zei dat hij nooit zou herstellen, maar dat hij wel wat troost haalde uit het idee dat de moordenaar van zijn zoon in ieder geval zou sterven in een gevangeniscel, hetgeen gisteren inderdaad gebeurde in Den Haag. Daar overleed donderdagavond namelijk ‘de beul van Bosnië’ en ‘de slager van Srebrenica’, de man die verantwoordelijk was voor de ergste massamoord in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. Nog altijd geldt het vonnis van Ratko Mladic uit 2017 als zo ongeveer de belangrijkste veroordeling van een oorlogsmisdadiger sinds het Proces van Neurenberg.

Als correspondent ben ik de jaren voor en na die veroordeling van Mladic vaak in Bosnië-Herzegovina geweest en altijd viel het mij op dat elk gesprek na verloop van tijd uitkwam bij de oorlog. Serieuze gesprekken over politiek, vrolijke gesprekken in de kroeg: allemaal eindigden ze vroeg of laat bij een verhaal over vermoorde familieleden, een buurman die aan de verkeerde kant van de geschiedenis had gestaan of een pas verkozen politicus die vond dat Mladic juist een standbeeld verdiende in plaats van een Haagse cel.

Blijkbaar is een kwarteeuw niet genoeg voor het verwerken van al die slachtoffers en al die schade, al die vluchtelingen en al die trauma’s van al die kinderen die voortijdig volwassen moesten worden. Hetzelfde geldt overigens voor de trauma’s van al die Dutchbatsoldaten die op die noodlottige 11 juli ook maar gewoon de orders opvolgden van overste Karremans.

Ruim dertig jaar na het Verdrag van Dayton is Bosnië-Herzegovina nog altijd een diep verdeeld land, net zoals Oekraïne, Palestina, Soedan en Iran nog vele decennia nodig zullen hebben om weer te herstellen van hun oorlogen, mochten die ooit ten einde komen.

En zelfs daarna lukt het de meeste mensen niet om een oorlog echt te verwerken, zoals Ramiz Holjan, al hoop ik dat hij na donderdag toch een klein beetje rust heeft gevonden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next