Home

Opinie: Het einde van Zomergasten is een symptoom van een groter omroepprobleem

Het iconische tv-programma Zomergasten beleeft zondag zijn laatste uitzending. Aan de kijkcijfers ligt het niet, eerder aan Haagse bemoeienis en dalende Ster-inkomsten.

Niet alles wat meetbaar is, telt, en niet alles wat telt, is meetbaar. Desondanks maakte uitgerekend de VPRO eind vorig jaar bekend dat zij het iconische televisieprogramma Zomergasten na 37 jaar niet langer wil voortzetten. Het laatste seizoen loopt deze maand ten einde; komende zondag is de allerlaatste uitzending. De VPRO en de NPO maken een grote denkfout en nemen op volstrekt verkeerde gronden een verkeerde beslissing.

Dalende kijkcijfers en aanstaande bezuinigingen worden als reden genoemd. Deze argumentatie doet in de eerste plaats geen recht aan een hoog gewaardeerd programma, klopt feitelijk niet met de statistieken en gaat voorbij aan diepere oorzaken. De unieke opzet van Zomergasten, bekroond met de Ere Zilveren Nipkowschijf, is al jaren een herkenbaar en terugkerend ankerpunt in de nazomerprogrammering.

Zes afleveringen, één presentator, één gast, drie uur aaneengesloten televisie. Voor een bescheiden budget trekt het programma een stabiel publiek van circa 290 duizend kijkers, met zowel uitschieters naar boven als naar beneden. Youp van ’t Hek en Mies Bouwman trokken ruim een miljoen kijkers; Uğur Ümit Üngör en Sakir Khader rond de 150 duizend.

De discussie zou bij een programma in deze categorie niet over aantallen moeten gaan. Zomergasten gaat immers over inhoud en kwaliteit in een uniek format waaraan juist een groeiende behoefte bestaat. Zie de toenemende populariteit van silent reading, de toegenomen belangstelling voor zingeving en de groeiende afkeer van sociale media. Zomergasten is noch de oplossing, noch het probleem; het onderliggende euvel is het naderende, onafwendbare failliet van het Nederlandse omroepbestel zolang dat wordt gemanaged als volume proposition in plaats van een value proposition.

Over de auteur

Wim Pijbes is directeur van filantropisch fonds Droom en Daad en onder meer oud-directeur van het Rijksmuseum.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Kijkgedrag

Ons kijkgedrag en mediagebruik veranderen al jaren onomkeerbaar over de hele linie. Cijfers tonen dat onverbiddelijk aan. Her en der een programma offeren is niet de oplossing. Het aantal lineair televisiekijkende Nederlanders bijvoorbeeld bevindt zich al jaren in een duikvlucht. Keken we in 2020 gemiddeld nog 150 minuten per dag, inmiddels is dat gehalveerd en bovendien meer verspreid over zenders en streamingdiensten. Wie de 25 meest bekeken televisieprogramma's van augustus analyseert, ziet vooral nieuwsrubrieken en sportprogramma's, voornamelijk uitgezonden op NPO 1.

Slechts één NPO 2-programma haalt deze top 25, waaronder uitgerekend uitzendingen van Zomergasten. En wie de honderd best bekeken programma's in de voetbalmaand juli bekijkt, ziet ook hier de uitzending van Zomergasten van 23 juli op plaats 67 staan. Ruim hoger dan Gesprek met de minister-president (plaats 83) en een aflevering van Shownieuws. Aan de kijkcijfers ligt het dus niet. Het is eerder omgekeerd: het is fantastisch dat een drie uur durend programma zo’n hoge score behaalt.

Haagse subsidieverstrekker

In wat een pluriform medialandschap wordt genoemd, mag Zomergasten simpelweg niet ontbreken. Nota bene op zomerse zondagavonden, allesbehalve primetime. De politiek gaat evenmin vrijuit. Talloos zijn de nota’s, onderzoeken en hervormingsplannen die direct of indirect door de Haagse subsidieverstrekker zijn ingegeven. De publieke omroep ontvangt ruim een miljard euro aan publieke middelen om in onze mediabehoefte te voorzien.

De al jaren dalende opbrengsten uit de Ster vormen met 143 miljoen euro (2025) een bescheiden deel. Waar in Nederland ongeveer 6 miljard euro aan reclame wordt besteed, gaat inmiddels meer dan de helft naar digitale platforms als Google en Meta. Haagse rapporten waarin wordt gesuggereerd (nog) meer zendtijd toe te kennen aan televisiereclame lijken dan ook met de rug naar de toekomst geschreven.

Waar NPO 1 een brede zender is die ‘generaties bij elkaar brengt’, is NPO 2 bestemd ‘voor verdieping, verbeelding en cultuur’ en ‘mag meegroeien met de wat oudere doelgroep’, terwijl NPO 3 is gericht op jongeren tot 35 jaar. Een volstrekt achterhaald uitgangspunt. Inmiddels heeft 63 procent van de Nederlandse huishoudens een abonnement op Netflix en 41 procent zelfs meer dan twee streamingdiensten. Zouden die ook de indeling van de NPO hanteren?

Ondertussen stijgt de gemiddelde leeftijd in ons land verder en bedraagt die inmiddels 42,8 jaar. Het aantal 65-plussers groeit sneller dan het aantal jongeren en wordt bovendien actief ouder dan ooit: dubbele vergrijzing. Omroep MAX heeft met 430 duizend leden het grootste ledental. Allemaal cijfers, maar vooral een onomkeerbare trend die helaas niet is te keren met een bezuiniging hier of het schrappen van een programma daar. Een zender minder, misschien? En hopelijk kan MAX zich ontfermen over Zomergasten.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next