Het oceaanfenomeen El Niño wordt misschien tóch deels opgejut door de opwarming van de aarde. Dat suggereert nieuw onderzoek, net op het moment dat de heftigste El Niño ooit in aantocht is.
is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
De laatste decennia lijkt het fenomeen – en zijn tegenhanger La Niña – in elk geval heftiger te pieken dan in vroegere eeuwen. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in vakblad Science, na analyse van eeuwenoude koralen uit de Stille Oceaan.
Klimaatwetenschappers nemen altijd aan dat het oceaanfenomeen min of meer zijn eigen gang gaat, los van klimaatverandering. Maar de opwarming zorgt wel degelijk voor extremere El Niño’s en La Niña’s, betoogt de groep, onder leiding van hoogleraar Julia Cole van de Universiteit van Michigan.
Die ontdekking is goed getimed. Voor de kust van Peru ontwikkelt zich momenteel een El Niño die nu al alle records verbrijzelt – en dan moet het nog winter worden, piekmoment voor El Niño’s. Volgens schattingen van de Verenigde Naties zal dat zo’n 50 miljoen mensen in voedselproblemen brengen, omdat een El Niño zorgt voor wegvallende moessonregens en extreme droogte in delen van Azië, Afrika en Zuid-Amerika.
Bij een El Niño valt de wind die warm zeewater richting Australië blaast weg, waardoor het daar opgehoopte warme zeewater zich uitspreidt over de toplaag van de Stille Oceaan. Het gevolg is extra warmtetoevoer en andere neerslagpatronen, in vooral Azië, Zuid-Amerika en Afrika.
Maar kijk naar bepaalde chemische signaaltjes uit oude koralen, en je kunt ongeveer zien hoe warm de Stille Oceaan vroeger was. Het beeld dat daaruit naar voren komt: tegenwoordig zwiept de temperatuur tussen El Niño en La Niña veel heftiger heen en weer dan in de afgelopen duizend jaar. ‘Ik denk dat niemand nog het perspectief van de koralen heeft meegenomen’, aldus Cole, in een e-mail.
‘Interessant’ en een ‘mooie aanvulling’, reageren desgevraagd KNMI-experts Gerard van der Schrier, Sjoukje Philips en Frank Selten, na inzage in het nieuwe onderzoek. Maar een stevige bedenking hebben ze ook: ‘Het grote probleem is dat je veronderstelt dat de koppeling tussen de chemische samenstelling van het koraal en de zeewatertemperatuur duizend jaar geleden net zo sterk was als nu.’ Ofwel: misschien is het koraal niet de beste graadmeter voor de El Niño’s van weleer.
Opvallend is ook dat de sterkst bekende El Niño niet in de koralen te vinden is. In de nasleep van die El Niño, in 1877-1878, kwam liefst 4 procent van de wereldbevolking om, door hongersnoden in vooral China, India, Brazilië en Indonesië. Maar misschien is de gebeurtenis wel onzichtbaar in de koralen, denkt Cole. ‘El Niño heeft een aanzienlijke interne variabiliteit, waardoor een enkele grote gebeurtenis – zelfs als die zo groot is – niet dezelfde betekenis heeft als een trend naar sterkere gebeurtenissen over meerdere decennia’, aldus Cole.
Overigens beïnvloedt de opwarming van het klimaat El Niño’s wel via een omweg. Op een aarde die toch al opwarmt, zal een El Niño zorgen voor nóg scherpere uitschieters in warmte, droogte of juist regenval. Zo ligt het jaar 2026 op koers om het warmste jaar ooit te worden, juist vanwege het extra duwtje van de super El Niño die in aantocht is.
Die El Niño geeft momenteel ruim 2,5 graad opwarming van het zeewater midden op de Stille Oceaan, en kan in november naar verwachting zelfs de 4 graden aantikken. Ter vergelijking: in het moderne recordjaar 1982 werd El Niño op zijn hoogtepunt niet warmer dan 2,4 graden.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant