Home

Als we gewoon minder dierlijke eiwitten eten, hoeven we de landbouw niet te intensiveren

Landbouw Op zo weinig mogelijk grond zo intensief mogelijk landbouw bedrijven is voor iedereen beter, schreef Hidde Boersma onlangs in NRC. Maarten Witberg is het daar niet mee eens: agricultuur en natuur zijn niet van elkaar te scheiden.

De Boerderij van de Toekomst in Lelystad probeert zo duurzaam mogelijk te verbouwen.

Achter een oplossing die op het eerste oog verstandig lijkt door zijn eenvoud (meer hectares natuur voor minder geld!) gaan aannames schuil die niet kloppen. We hebben een systeemomslag nodig, niet het grandioze ruimtelijke concept dat Hidde Boersma ons voorspiegelt (Laat het platteland maar leeglopen – de natuur en onze portemonnee zullen er blij mee zijn, 7/8).

Boersma versmalt in zijn opinie de problematiek van de landbouw in Europa tot een subsidiekwestie die er alleen maar voor zorgt dat kleine bedrijven die niet levensvatbaar zijn in de benen gehouden worden. Intensivering hand in hand met schaalvergroting is zijn antwoord, naar voorbeeld van het plan-Mansholt.

Maarten Witberg is beleidsmedewerker bij de Vereniging Natuur- en Milieufederatie Gelderland.

Mansholt zelf kreeg echter spijt van het sturen op schaalvergroting zonder oog voor het milieu: waterverspilling, dalende bodemvruchtbaarheid, waterverontreiniging door nutriënten en pesticiden, dalende biodiversiteit en een schrikbarende afname van bestuivende insecten, waar ook de intensieve landbouw van afhankelijk is.

Het begrip land sparing suggereert dat het mogelijk zou zijn om landbouw en natuurlijk systeem van elkaar te scheiden. Land sparing wentelt echter de problemen af op gebieden en soorten die het zegt te willen behouden. We doen al aan land sparing in Nederland: we hebben intensieve glastuinbouw, intensieve veehouderij, grootschalige akkerbouw én we hebben Natura 2000.

Nederland nu is niet met Costa Rica of Oeganda te vergelijken, waar de lage opbrengsten eenvoudig verhoogd konden worden. Nederland zit al aan het plafond van opbrengsten, maar wel met een eindeloze cyclus van investeringen in techniek om de milieugevolgen te beperken. Maar techniek is geen oplossing omdat stikstof niet magisch ontstaat in koeienmagen maar massaal wordt aangevoerd via krachtvoer en kunstmest. Boersma’s visie biedt geen oplossing voor de dramatische situatie van de natuur in Nederland.

Een paar jaar geleden bleek uit onderzoek dat kleinere boerenbedrijven een hogere hectare-opbrengst hebben én meer biodiversiteit opleveren. Ander onderzoek stelde daar tegenover dat die hectareopbrengst nog niets zei over productiviteit en daarmee de economische levensvatbaarheid van die kleine bedrijven. Steunprogramma’s voor kleine boerenbedrijven zouden daarom moeten worden gestopt, en Boersma trekt nu dezelfde conclusie voor de EU-steun.

Wereldbevolking voeden

In Nederland zijn er, naast de daling van traditionele boeren (familie) bedrijven en consolidatie naar steeds grotere, ook beginnetjes van de omgekeerde beweging: naast boeren die natuurinclusief produceren ook collectieve initiatieven voor lokale voedselproductie. Je zou dus even goed iets anders kunnen vragen: investeer in lokale bedrijven die hun land kennen en natuurinclusief, regeneratief en biologisch produceren.

Boersma geeft zijn voorspelde leegloop van het platteland een menselijk gezicht door goede stoppersregelingen te bepleiten. De sociaal-economische keerzijde van schaalvergroting blijft buiten beschouwing. Schaalvergroting en teeltintensivering houdt ook kapitaalintensivering in en daarmee wordt een trend naar megabedrijven aangejaagd waarbij boeren geen ondernemers meer zullen zijn maar werknemers. Maar om afwenteling te stoppen moet niet de bedrijfsgrootte maar de bedrijfsvoering voorop staan. Juist daar zit de sleutel naar duurzame landbouw zonder afwenteling die erin slaagt de wereldbevolking te voeden. 

De grootste landsparing-keuze die we als samenleving kunnen maken is onze afhankelijkheid van dierlijk eiwit te verkleinen. We kunnen wereldwijd in onze behoefte aan calorieën en proteïnen voorzien door een pragmatische landbouw met de focus op plantaardig eiwit voor mensen. Waarbij regeneratie van de bodem en niet de schaal van bedrijven telt, waarbij gedacht wordt in ecosysteemdiensten (voedsel, biodiversiteit, landschap, schoon water) in plaats van in tonnen graan, biefstuk en drijfmest. Waarbij de omvang van de veestapel aansluit bij de nutriëntenkringloop op bedrijven. Dat kan op een fractie van de hectares die nu wereldwijd verbruikt worden.

Die omslag is hard nodig. De hoeveelheid beschikbare landbouwgrond daalt door klimaatverandering en de wereldbevolking groeit nog steeds. Laten we de technofix-val van land sparing vermijden en echte oplossingen omarmen.

Landbouw en veeteelt

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next