Home

Het is nog altijd 2002 op rechts, in de geest van Pim Fortuyn. Er komt weer een nieuwe beweging, nu van Mona Keijzer

Politiek Mona Keijzer kondigde Project 2029 aan, een mogelijk nieuwe rechtse partij. Maar rechts van de VVD is het druk, en de meeste initiatieven mislukken. Dat ligt aan vier zwaktes.

Mona Keijzer kondigt haar plannen aan voor het oprichten van de politieke beweging: Project 2029.

Tweede Kamerlid Mona Keijzer komt met een nieuwe rechtse partij. Waarschijnlijk. Als er zich voldoende mensen melden én als er genoeg geld binnenkomt, zal ze in november haar nieuwe „conservatieve en sociale” partij aankondigen. Mogelijk zal die partij dan al meedoen aan de Provinciale Statenverkiezingen van volgend jaar. Nu is er alleen een website, een essay over conservatisme en een boegbeeld: Mona Keijzer zelf. Het is, kortom, nog niet erg concreet wat Keijzer op donderdagmiddag in het Nutshuis in Den Haag aan journalisten aankondigde.

Project 2029 heet Keijzers project, of ambitie. Die naam werd overigens vorige week al bekend, toen haar plannen uitlekten. Haar partij, of beweging, moet, zo vertelde ze, een alternatief bieden voor „de ideologie van maakbaarheid”, voor „de modellenwerkelijkheid” en voor „de tirannie van de goede bedoelingen”.

Journalisten stelden haar na afloop vooral vragen over de drukte op de politieke rechterflank. Rechts van de VVD zitten op dit moment zes fracties (los van de SGP), waaronder de eenmansfractie van Mona Keijzer, die zich eerder dit jaar afscheidde van BBB. Is er wel ruimte voor nóg een partij? Keijzer zag die ruimte wel: andere partijen maakten hun beloften niet waar, en zij zou dat wel doen.

Die drukte op de uiterst rechtse flank is doorgaans niet een teken van zwakte, maar juist van de electorale kracht van die politieke stroming. Er zijn inmiddels circa veertig Kamerzetels te verdelen onder deze partijen. En als een partij bij verkiezingen instort, zoals de PVV vorig jaar, dan wordt het verlies bijna één-op-één goedgemaakt door andere partijen, zoals JA21 en FVD. Als geheel verliest de uiterst rechtse flank nauwelijks kiezers, bleek eerder dit jaar uit het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO). Achter de schijn van onrust en kluitjesvoetbal is uiterst rechts een opmerkelijk kalme politieke stroming.

Dat biedt kansen voor een eventuele nieuwe partij in dit drukke veld. Maar blijvend succes komt bijna niet voor, kijk alleen al naar het grote aantal mislukte initiatieven op rechts. Wat verklaart al die mislukkingen? Dit zijn de vier grootste zwaktes: 

1. Nieuwe namen, hetzelfde thema

Het Nederlandse politieke landschap bood tot het begin van deze eeuw nauwelijks ruimte voor uiterst rechts of populisme. Dat veranderde in 2001, toen Pim Fortuyn doorbrak met Leefbaar Nederland, en de LPF een jaar later 24 zetels haalde. De LPF was na de moord op Fortuyn een allegaartje zonder richting, en de partij verdween weer snel. 

Maar de Fortuyn-imitaties bleven de jaren erop komen. De meeste partijen (Nieuw Rechts, conservatieven.nl, EenNL) behaalden in die jaren nooit een Kamerzetel. Het lukte Geert Wilders, uit de VVD gezet, wel met de PVV in 2006. Zijn partij is sindsdien electoraal de enige min of meer stabiele factor aan de uiterste rechterflank. Maar de concurrerende partijen bleven komen: Voor Nederland, Democratisch Politiek Keerpunt, BBB, JA21, BVNL, Forum voor Democratie. 

Pim Fortuyn bij Leefbaar Nederland in 2001.

In eerste instantie zijn de verschillen bijna niet zichtbaar. De start is dezelfde: een zaal, een grootste aankondiging van een leider, en een belofte dat er nu echt eens naar de gewone burger geluisterd moet worden. Ook inhoudelijk is die overlap aanvankelijk gigantisch. Veel nieuwe rechtse partijen noemen zichzelf een erfgenaam van Pim Fortuyn en nemen zijn woorden en thema’s over. Zo blijft het 2002 op rechts.

Joost Eerdmans, de leider van JA21 die nog in de LPF-fractie heeft gezeten, is daar nu het bekendste voorbeeld van. Maar Mona Keijzer verbond zich impliciet ook aan Fortuyn, zonder zijn naam te noemen. Ze raakte aan centrale thema’s van Fortuyn: ze had het over Nederland met „eigen gebruiken, een eigen cultuur en een eigen taal”. En toen ze het had over het „harteloze bestuur” van „spreadsheets en kille modellen”, leek dat sterk op Fortuyns idee van de ‘verweesde samenleving’. 

2. Alleen de leider telt

Rita Verdonk richtte in 2008 Trots op Nederland op. Ze voerde een campagne die vrijwel uitsluitend over haar ging. Geert Wilders zorgt er vanaf het begin voor dat de PVV om hém draait, zonder Wilders is de PVV ondenkbaar. Hetzelfde was te zien bij de conservatieve partij NSC van Pieter Omtzigt (2023). Toen hij twee keer noodgedwongen een stap terug deed, begon zijn partij uit elkaar te vallen. Veel meer dan linkse of middenpartijen vestigen uiterst rechtse en populistische partijen op rechts de aandacht op de persoon van de leider. Dat maakt partijen in eerste instantie herkenbaar en soms groot. Maar zodra de leider in de ogen van kiezers afgedaan heeft, vallen deze partijen vaak ver terug. Bovendien: door de sterke nadruk op personen breken in rechtse partijen vaak conflicten uit over het leiderschap. 

Partijleider Rita Verdonk tijdens de presentatie van haar verkiezingsprogramma van partij Trots op Nederland.

Mona Keijzer zegt nu dat ze geen gewone partij wil beginnen, maar een ‘beweging’. Het gaat niet over haar, zegt ze, ze wil zich omringen met anderen. Maar het was juist Keijzer die boos BBB verliet omdat haar het leiderschap werd beloofd en ze het toch niet kreeg. Bovendien: die mensen zijn er nu nog niet. Keijzer stond er alleen. De mensen die haar adviseren, zijn er nog niet, of kijken van een afstandje toe, zoals oud-partijgenoot en -minister Gouke Moes. 

3. De organisatie is zwak

Als uiterst rechtse en rechts-populistische partijen ten onder gaan, dan is dat meestal door een gebrekkige organisatie. De PVV bestaat al ruim twintig jaar, maar Geert Wilders heeft nooit een echte partij opgebouwd. Behalve hijzelf zijn er geen leden, er is geen wetenschappelijk bureau dat aan ideeën werkt, Kamerleden en medewerkers hebben vrijwel niets te zeggen. Terend op de populariteitscijfers van Geert Wilders kan de partij 37 zetels halen, zoals in 2023, maar ook weer fors verliezen. Hetzelfde gebeurde met FVD, dat onder Thierry Baudet meerdere malen met scheuringen te maken kreeg. 

Bovendien is samenwerking of een partijfusie vrijwel onmogelijk, zoals op links met Pro gebeurde. Er kunnen immers niet twee leiders in één partij zitten. Dat houdt rechts versnipperd. Er zijn op uiterst rechts wel pogingen gedaan om tot één grote, brede beweging te komen. Zo deed Rob Roos, een voormalige FVD’er die later naar JA21 stapte, pogingen rechtse politici te verenigen met een gezamenlijke lunch met de Argentijnse minister Sturzenegger. Dilan Yesilgöz, Wybren van Haga, Lidewij de Vos en Mona Keijzer waren daarbij aanwezig, maar na de lunch kwam het verder niet van nadere samenwerking. 

4. Een neiging tot radicalisering

Er zijn zoveel partijen aan de uiterste rechterflank, zeggen politicologen, dat er vanzelf radicalisering ontstaat. Dat ligt aan twee dingen: leiders proberen op te vallen met nog extremere uitspraken, omdat anders de onzichtbaarheid dreigt. En: de leiders hebben meestal oneindig veel macht om te zeggen wat ze willen, er is geen partij die ze terugfluit. 

Een groot deel van de politici aan deze kant van het spectrum heeft dit proces doorgemaakt. Geert Wilders had altijd al radicale ideeën over migratie, maar presenteerde zichzelf aanvankelijk als een conservatieve liberaal die „het fatsoen” terug wilde brengen in de samenleving. Acht jaar later scandeerde hij de „minder Marokkanen”-leus, waarvoor hij veroordeeld is. Thierry Baudet dook het konijnenhol van de complottheorieën in, en zijn partij is met hem steeds extremistischer geworden. Gidi Markuszower (Groep Markuszower, ex-PVV) had het eerder dit jaar over „maximaal geweld” tegen Palestijnse vluchtelingen. 

De toon in de Tweede Kamer over bijvoorbeeld migratie heeft zo een enorme ommezwaai meegemaakt. In de jaren negentig liep de Nederlandse politiek nog ver achter bij omringende Europese landen, er was nauwelijks een radicale of extreemrechtse partij die dit geluid vertolkte. Inmiddels zien politicologen dat het debat over migratie in Nederland juist veel harder wordt gevoerd dan in andere landen. 

Onduidelijk is hoe Mona Keijzer zich ontwikkelt. Wel trok ze BBB in verkiezingstijd vorig jaar stevig naar rechts. Dat gebeurde onder meer met een notitie waarin stond dat BBB bidden op straat en „religieuze afsluitingen” op de openbare weg wil verbieden. Keijzer zei donderdag dat ze „een streep in het zand” wil trekken, „tegen rechts, links én islamitisch extremisme”.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next