Decennialang konden we uitgaan van een betrekkelijk eenvoudige aanname: wie bronnen zorgvuldig tegen elkaar afwoog, had dat denkproces doorlopen. AI heeft die vanzelfsprekende koppeling tussen eindproduct en intellectueel proces doorbroken.
Denemarken neemt deze week, voor de start van het nieuwe schooljaar, een opmerkelijke maatregel tegen AI-fraude op school. Vanaf dit schooljaar moeten zo’n 9.000 scholieren hun grote schriftelijke eindopdracht, vergelijkbaar met ons profielwerkstuk (PWS), niet alleen inleveren, maar ook mondeling verdedigen. Magnus Heunicke, de Deense minister van Onderwijs, noemt het een noodzakelijke ingreep om de geloofwaardigheid van diploma’s te beschermen.
Het is verleidelijk om dit te zien als de zoveelste poging om generatieve AI buiten de deur te houden. Maar Denemarken doet meer: het verandert wat binnen het onderwijs geldt als bewijs van kennis.
Over de auteur
Monique Bil is docent bij de opleiding HBO-Recht aan de Haagse Hogeschool. Daarnaast onderzoekt ze met studenten de rol van AI in gesprekken.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Generatieve AI heeft namelijk tot gevolg dat een paper niet langer vanzelfsprekend het bewijs is dat een student zelf ook heeft nagedacht. Dat probleem stopt niet bij de grens van het Deense voortgezet onderwijs. Juist in het Nederlandse hoger onderwijs, waar rapporten, essays en beroepsproducten een belangrijke rol spelen in de beoordeling, moeten we ons afvragen hoeveel zekerheid een geschreven eindproduct nog biedt.
Decennialang konden we uitgaan van een betrekkelijk eenvoudige aanname. Wie een scherpe analyse inleverde, had waarschijnlijk zelf geanalyseerd. Wie bronnen zorgvuldig tegen elkaar afwoog, had dat denkproces doorlopen. Generatieve AI heeft die vanzelfsprekende koppeling tussen eindproduct en intellectueel proces doorbroken.
Toch proberen we vooral die oude zekerheid te herstellen. We stellen richtlijnen op voor toegestaan AI-gebruik, experimenteren met detectiesoftware en grijpen terug op gecontroleerde toetsomgevingen. Daarmee merk ik binnen mijn hogeschool een kat-en-muisspel: hoe beter AI wordt in het produceren van menselijke teksten, hoe moeilijker het wordt om uit die tekst af te leiden wie het denkwerk heeft verricht.
De Deense mondelinge verdediging wijst een realistischer weg: probeer niet alleen te achterhalen wie de tekst heeft geschreven, maar onderzoek wat de student zelf begrijpt. Laat een student uitleggen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Leg een onverwacht tegenargument voor. Verander een voorwaarde uit de casus. Vraag welke bron het minst overtuigend was. Laat zien wat er met de conclusie gebeurt als een belangrijke aanname wegvalt.
Dan toets je niet alleen wat er op papier staat, maar het denken erachter. Dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Goed mondeling toetsen is niet een verslag laten inleveren en daarna ‘even wat vragen stellen’. Als mondelinge verantwoording een groter gewicht krijgt, moeten we ook de gespreksvaardigheden die daarvoor nodig zijn serieus nemen.
Een goede beoordelaar moet kunnen doorvragen zonder het antwoord weg te geven. Onderscheid kunnen maken tussen een student die aarzelend formuleert maar inhoudelijk sterk redeneert en iemand die overtuigend spreekt maar weinig diepgang laat zien. En verschillende studenten zo bevragen dat de beoordeling ondanks het open karakter van een gesprek betrouwbaar en vergelijkbaar blijft.
Mondeling toetsen is een vak. Ook studenten moeten daarop worden voorbereid. We kunnen hen niet jarenlang voornamelijk beoordelen op geschreven producten en vervolgens verwachten dat zij tijdens een beslissend gesprek moeiteloos hun keuzes verantwoorden, kritiek verwerken en hun redenering aanpassen.
De technologie die de betrouwbaarheid van de traditionele paper als individueel bewijsstuk onder druk zet, kan studenten tegelijkertijd helpen zich voor te bereiden op een andere manier van toetsen. In plaats van AI te vragen: schrijf mijn paper, kunnen we studenten leren vragen: ondervraag mij over mijn paper.
Een goed ingerichte AI-gesprekspartner kan voorafgaand aan een toets doorvragen, tegenargumenten opwerpen en een student dwingen zijn keuzes onder woorden te brengen. Waarom concludeer je dit? Waar baseer je dat op? Wat zou iemand die het fundamenteel met je oneens is hiertegen inbrengen? Verandert je conclusie als de omstandigheden veranderen?
AI neemt het denkproces dan niet over, maar lokt het uit. Dat maakt de Deense beslissing interessanter dan een nieuwe maatregel tegen spieken. Ze dwingt ons opnieuw na te denken over wat een toets eigenlijk moet bewijzen.
De paper hoeft niet te verdwijnen. Schrijven blijft nodig om gedachten te ordenen, argumenten op te bouwen en kennis te ontwikkelen. Maar als we willen vaststellen wat een individuele student daadwerkelijk weet, begrijpt en kan, kan het geschreven eindproduct niet langer altijd het laatste woord hebben.
Mijn oproep is dus aan alle docenten voor het aankomend schooljaar: laat de student zijn paper inleveren. En schuif daarna een stoel bij.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant