De hogepriesteres van de polkadots is niet meer. De stippen, pompoenen en spiegelkamers van de Japanse kunstenaar Yayoi Kusama, met haar felle rode pruik en haar stippentenue, werden wereldwijd gevierd.
‘Tot haar laatste dagen bleef ze schilderen, haar penseel legde ze nooit neer’, staat op haar website bij de bekendmaking van haar overlijden. De 97-jarige Yayoi Kusama stierf in een ziekenhuis in Tokio op 14 augustus.
Kusama werd wel de meest geliefde kunstenaar van de wereld genoemd, een outsider die door iedereen werd omarmd. Verzamelaars, curatoren, commerciële bedrijven en influencers; allemaal konden ze geen genoeg van haar krijgen.
Haar kunst vol stippen en pompoenen lijkt misschien vrolijk en makkelijk verteerbaar, maar er zit een obsessieve drijvende kracht achter: ‘Mijn koortsachtige schilderen komt voort uit wanhoop, het is de enige manier waarop ik in leven kan blijven.’ Als ze niet aan het werk was, werden haar gedachten, zo zei ze, ‘erg duister’.
Een snelle reactie op Kusama’s overlijden kwam van het Stedelijk Museum Amsterdam. Daar opent op 11 september een grote overzichtstentoonstelling van Yayoi Kusama. Het museum memoreert haar ‘artistieke kracht’ en laat weten dat de tentoonstelling een ‘postuum eerbetoon’ is geworden.
Kusama begon jong met het maken van kunst. Op 11-jarige leeftijd won ze een plaatselijke kunstwedstrijd in Matsumoto, waar ze opgroeide. Ze had een pompoen geschilderd. Die vruchten fascineerden haar toen al, ze vond ze charmant en pretentieloos.
Bovendien had de eerste pompoen die ze ooit zag nogal indruk op haar gemaakt: die was tegen haar gaan praten. Kusama leed namelijk aan hallucinaties. Een deel van haar herkenbare visuele taal is gebaseerd op wat ze op zulke momenten zag.
Nadat Kusama in Kyoto een opleiding in traditionele Nihonga-schilderkunst had gevolgd, vroeg ze advies aan de Amerikaanse schilder Georgia O’Keeffe (1887-1986). Ze schreef haar een brief: ‘Ik ben slechts bij de eerste stap van een lang en moeilijk leven als schilder. Kunt u mij de weg wijzen?’ Kusama stuurde twee aquarellen mee met haar brief.
Eind jaren vijftig verhuisde Kusama van Kyoto naar Seattle, aanvankelijk voor een expositie in een galerie. Het contact was gelegd door een andere Amerikaanse kunstenaar met wie ze destijds correspondeerde: Kenneth Callahan (1905–1986).
O’Keeffe raadde Kusama echter aan om naar New York te komen. ‘Neem dan je schilderijen onder je arm mee en laat die aan iedereen zien die geïnteresseerd zou kunnen zijn’, schreef de bekende schilder aan haar veertig jaar jongere bewonderaar. Dat deed Kusama en zo kwam ze al gauw midden in de kunstenaarsscene terecht.
In New York exposeerde ze in de jaren zestig met bijvoorbeeld Donald Judd, Claes Oldenburg en Andy Warhol. Haar schilderijen uit die tijd tonen terugkerende patronen, zoals krioelende lijnen die het hele doek overwoekeren. ‘Infinity nets’, noemde Kusama die. Inmiddels zitten die vroege schilderijen in museumcollecties en in 2019 werd een schilderij uit deze periode voor 7 miljoen euro geveild in Hongkong.
Kusama maakte in New York ook sculpturen, soms gemaakt van pasta of gips, en mode. Bovendien organiseerde ze hippieachtige happenings, waarin ze optrad als hogepriesteres van de polkadots.
Die happenings zien er op foto’s uit als een vrolijke chaos, maar voor Kusama hadden de stippen een diepe en pacifistische betekenis: ‘Polkadots zijn een symbool van vrede.’ Ze schreef zelfs een brief aan toenmalig president Richard Nixon, waarin ze hem streng toesprak over de Vietnamoorlog: ‘Kalmeer je mannelijke vechtmentaliteit!’ En ook: ‘Laten we onszelf vergeten, liefste Richard, en één worden met het absolute, allemaal samen in het altezamen.’
Vanaf de jaren zestig experimenteerde Kusama met ruimtevullende installaties, waarmee ze een hallucinant gevoel van oneindigheid en nietigheid wilde oproepen. ‘Self obliteration’ (zelfvernietiging of -verlies) noemde ze dat gevoel. Om dit effect te bereiken gebruikte Kusama spiegels.
Een van de vroegste spiegelkamers die ze maakte is te vinden in de collectie van het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Ook het Stedelijk Museum Amsterdam en Museum Voorlinden in Wassenaar hebben ruimtevullende installaties van Kusama in de collectie.
Aan de regels van de kunstwereld had Kusama vaak lak en daarmee viel ze op. Zo organiseerde ze in 1966 een onofficiële tentoonstelling van 1.500 spiegelende plastic ballen op de Biënnale van Venetië, die ze op een grasveld had gelegd en verkocht voor 2 dollar per stuk. Deze onaangekondigde performance, die werd opgevat als een reactie op de vercommercialisering van de kunst, werd onderbroken door de organisatie van de Biënnale.
In de jaren zestig en zeventig was Kusama geregeld in Nederland te vinden, waar ze optrok met Zero-kunstenaars en exposeerde bij galerie Orez in Den Haag. Fotograaf Harrie Verstappen, die haar vaak vergezelde, vertelde dat ze destijds altijd een tasje bij zich had met een spuitbus, gekleurde papieren stippen en plakband. Ze versierde daarmee bijvoorbeeld geparkeerde auto’s.
In haar happenings werden ook naakte mensen van stippen voorzien, wat voor veel publiciteit en ophef zorgde. Een van de bekendste mensen die ze hier in Nederland beschilderde was Nul-kunstenaar Jan Schoonhoven, die alleen zijn sokken aanhield. In haar autobiografie schreef ze: ‘Ik vertel mezelf graag dat ik in elk geval een aantal conservatieve Nederlanders het belang van seksuele bevrijding heb bijgebracht.’
Door zulke blote happenings kon het lijken alsof Kusama erg van de ‘vrije liefde’ was. En aan het Nederlandse erotische magazine Tiq suggereerde ze dat ook in een interview in 1968: ‘Iedereen pakt iedereen (coca-colaseks, red. – zo verduidelijkte de redactie van Tiq destijds), zo moet het worden.’ Toch was Kusama’s seksuele leven waarschijnlijk minder gelukkig. Als kind had haar moeder haar gedwongen haar vader die vreemdging te bespioneren: ‘Doordat mijn moeder heel kwaad was, werd alleen al de gedachte aan seks voor mij iets heel traumatisch.’
Over de fallische vormen van gips die in veel van haar kunstwerken uit dezelfde tijd terugkeren, verklaarde ze dat ze die maakte om haar angst en walging voor seks te bezweren. ‘Het idee alleen al dat iets langs en lelijks als een penis bij me naar binnen gaat, vind ik doodeng.’ Door zoveel piemelige en zachte vormen te maken, maakte ze de geslachtsdelen belachelijk en daarmee minder eng.
Het stond een relatie met een man overigens niet in de weg: haar grote liefde was de Amerikaanse surrealist Joseph Cornell, die 26 jaar ouder was. Deze relatie was volgens Kusama romantisch, gepassioneerd en platonisch. ‘Mijn prinses’, noemde Cornell haar op een collage die hij voor haar maakte. Hij ondersteunde Kusama ook financieel. De relatie duurde tot zijn overlijden in 1972.
In 1973 raakte Kusama tijdens een bezoek aan Japan in een diepe crisis, twee jaar later werd ze na een suïcidepoging opgenomen in een particulier psychiatrisch ziekenhuis in Tokio. Vanaf 1977 woonde ze permanent in het ziekenhuis, met psychiatrische begeleiding en veel ruimte voor kunsttherapie.
De eerste jaren na haar terugkeer naar Japan exposeerde Kusama vooral in Japan, waar ze ook verhalen- en dichtbundels publiceerde. Zo schreef ze het boek Manhattan Suicide-Addict, een gefragmenteerd, semi-autobiografisch verslag van haar tijd in New York. In de jaren tachtig en negentig begon haar kunst opnieuw gestaag aan een internationale opmars.
In 1993 vertegenwoordigde ze Japan op de Biënnale van Venetië. Ze was uitgekozen vanwege haar ‘uitzonderlijke originaliteit’, verklaarde de curator destijds. Juist door die eigengereidheid was ze in eigen land omstreden, legde hij uit aan The New York Times: ‘Ze is nogal een egoïst. In Japan kunnen we zo iemand niet accepteren. Hoewel dat natuurlijk lijkt voor een kunstenaar, is het hier een probleem. Dit is een collectivistische maatschappij.’ Haar Japanse galeriehouder noemde de tentoonstelling met sculpturen, installaties en schilderijen een ‘wederopstanding’.
Die wederopstanding zou voortduren, en had een weerslag op de waarde van haar kunstwerken. In 2023 waren haar kunstwerken op veilingen wereldwijd opgeteld goed voor 75,7 miljoen dollar, waarmee ze de ‘best geveilde’ hedendaagse kunstenaar was.
De laatste decennia werkte ze in een speciaal voor haar gebouwd atelier, vlak bij haar woonplek, het ziekenhuis. Vanwege haar vergevorderde leeftijd tekende en schilderde ze veelal zittend, het canvas werd door haar assistenten af en toe een kwartslag gedraaid. Daardoor lijken die late kleurrijke schilderijen vol herhalende, krioelende patronen geen duidelijke boven- of onderkant te hebben.
Kusama’s kunst bleef voortkomen uit een diepe existentiële twijfel: ‘Wat betekent het om te leven? Iedere keer als ik een kunstwerk maak, verdwaal ik in die gedachte.’ In haar autobiografie schreef ze: ‘Elke minuut van de dag ben ik me bewust van de dood.’
De paradox van Kusama is dat haar kunst vooral om de ‘lichte’ kant lijkt te worden gewaardeerd. De patronen van stippen en krioelende lijnen in felle kleuren ogen vrolijk en zijn zeer herkenbaar en decoratief. Soms is alleen aan de titel een diepere of duistere betekenis af te leiden.
Neem bijvoorbeeld het grote gele schilderij Fear of Death uit 2008, dat op internet als vrolijke sjaal te koop is, onofficiële merchandise. Haar stippen prijken ook – met haar medewerking – op designertassen en ze sierden Coca Cola-blikjes. Begin 2023 was er in etalages van Luis Vuitton een Yayoi Kusama-robot te zien die stippen schilderde, een stunt om een nieuwe samenwerking met het modemerk te onderstrepen.
Mede door sociale media werd de kunstenaar de afgelopen jaren ook bijzonder geliefd bij jonge museumbezoekers die ontdekten dat Kusama’s spiegelkamers erg geschikt zijn voor selfies. Want als je een foto maakt in een spiegelkamer, sta je er altijd zelf op, ook zonder selfiestick.
Soms lijdt de kunst daar wel onder: in 2017 raakte in de VS een pompoensculptuur beschadigd door iemand die vooral lette op de camera. En met de sociale media ontstonden ook de rijen; die kunnen urenlang zijn. De ‘infinity rooms’ in Tate Modern in Londen die jarenlang zijn tentoongesteld (2021-2024), waren al maanden van tevoren volgeboekt. Die tentoonstelling werd mede gesponsord door modemerk Uniqlo dat tassen en T-shirts met Kusama’s patronen verkoopt.
Hoewel haar 90ste verjaardag in 2019 werd gevierd met meerdere tentoonstellingen, vierde de kunstenaar haar verjaardagen liever niet. In de documentaire I Adore Myself uit 2008 werd de kunstenaar naar haar leeftijd gevraagd. ‘Daar kan ik niet over praten’, reageerde ze toen kortaf.
‘Welk talent zou u willen hebben?’, vroeg Vanity Fair haar in 2019. Kusama’s antwoord: ‘Het talent om voor altijd te blijven schilderen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant