De SDF, de Koerdische strijdkrachten die ooit meehielpen in de strijd tegen IS, houden op te bestaan en worden geïntegreerd in het Syrische leger. Voor interim-president Ahmed al-Sharaa is dit een belangrijke overwinning, maar niet iedereen in Syrië is er blij mee.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Voor de Koerden in Syrië begint vanaf deze week een nieuw hoofdstuk. Mazloum Abdi, jarenlang het hoofd van de door Koerden geleide Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), kondigde dinsdagavond aan dat de SDF ophouden te bestaan en succesvol zijn geïntegreerd in het Syrische leger. Het noordoosten van het land, dat jarenlang een semiautonome status had, wordt een definitief deel van een verenigd Syrië – een nieuw succes voor interim-president Ahmed al-Sharaa.
Het gaat om een ‘echte omslag’, zo beloofde Abdi tijdens een persconferentie in de Syrische hoofdstad Damascus. ‘Van het slagveld naar het veld van opbouw, van het tijdperk van wapens naar het tijdperk van vrede.’ De Amerikaanse gezant voor Syrië, Tom Barrack, noemde de aankondiging ‘absoluut historisch’ en prees op X het feit dat het Syrische grondgebied nu vrijwel volledig verenigd is onder het bewind in Damascus.
Vanaf de vorming van de SDF, ruim een decennium geleden, speelde de groepering een hoofdrol in de bloedige (en succesvolle) strijd tegen terreurgroep Islamitische Staat (IS), in nauwe samenwerking met Amerikaanse legertroepen. Daarnaast wisten de Koerden een semiautonoom bestuur uit de grond te stampen met eigen vlaggen, ministers en grensposten. Vrouwen genoten gelijke rechten, leerlingen kregen onderwijs in hun Koerdische moedertaal.
Weinigen hadden destijds kunnen bevroeden dat de SDF-leiding het uiteindelijk op een akkoordje zou gooien met de oud-jihadist Sharaa. Sterker: de Koerden en Sharaas oude, extremistische groepering Jabhat al-Nusra bevochten elkaar tijdens de Syrische burgeroorlog (2011-2024) meermaals op leven en dood, met name tussen 2012 en 2014.
Alles veranderde echter met de val van dictator Bashar al-Assad, eind 2024. Sharaa werd de nieuwe sterke man en wist in januari van dit jaar de SDF te verjagen uit de olierijke provincies Deir Ezzor en Raqqa. Even werd er gevreesd voor grootschalig sektarisch geweld tussen Koerden en Arabieren, maar zover kwam het niet.
Onder grote druk van de VS en Turkije kwam er een akkoord op hoofdlijnen, waarin de SDF beloofde de wapens neer te leggen en zijn duizenden soldaten in het leger te integreren – een belofte die nu is ingelost. De SDF-strijders zullen opgaan in vier aparte brigades.
Voor Sharaa is de integratie van de Koerden een belangrijke overwinning en een noodzakelijke stap richting de wederopbouw van het verwoeste land. In ruil voor de concessies van de SDF deed ook hij een aantal toezeggingen: het Koerdisch wordt een officiële taal en leerkrachten krijgen de mogelijkheid om sommige vakken (geschiedenis, aardrijkskunde) in het Koerdisch te geven.
Op termijn moet dit alles grondwettelijk worden verankerd, maar omdat Syrië nog geen nieuwe grondwet heeft, blijft het voorlopig bij presidentiële decreten. Dit laatste overigens tot grote woede van veel Koerden. Decreten kunnen worden teruggedraaid, zeggen zij, en bieden daarom geen enkele garantie. Anderen zien de overeenkomst met Damascus sowieso als hoogverraad.
De timing van het Koerdische besluit heeft alles te maken met de machtsverschuivingen in de regio. Buurland Turkije, een belangrijke bondgenoot van president Sharaa, voert sinds maanden vredesbesprekingen met de Koerdische PKK. Eerder deze maand ging het Turkse parlement akkoord met een amnestieregeling voor PKK-strijders. Dit laatste is ook voor Mazloum Abdi (zelf een PKK-man) van belang: hij werd als ‘terrorist’ jarenlang door Turkije gezocht, maar volgens mediaberichten gaat Ankara hem nu van die lijst schrappen.
Een tweede factor is de rol van de Amerikanen. De SDF kon jarenlang leunen op de steun uit Washington. Dit voorjaar trok de regering van president Donald Trump echter al zijn troepen terug uit Syrië. Eind september zal hetzelfde gebeuren met de troepen in buurland Irak, waarmee de kentering compleet is.
‘Turkije doet nu waar het al jaren op zinde: de dominante rol van de Amerikanen overnemen’, zegt analist Malik al-Abdeh, hoofdredacteur van onlineplatform Syria in Transition. ‘Ze hebben alle Koerden onder hun veiligheidsparaplu gekregen.’
Afgesproken is ook dat Mazloum Abdi adviseur ‘Koerdische zaken’ wordt van president Sharaa. Of hij die positie lang zal bekleden, is de vraag. Analist Al-Abdeh houdt er rekening mee dat hij grotere ambities koestert.
‘Ik denk dat hij Sharaas macht gaat uitdagen. Hij zou allianties kunnen aangaan met seculiere en liberale krachten. Er is veel onvrede in Syrië over de gebrekkige prestaties van de regering, met name economisch. Abdi geniet naamsbekendheid, hij kan een serieuze concurrent worden.’
Opmerkelijk is daarnaast dat zo’n 1.500 leden van de Vrouwenbeschermingseenheden (YPJ) moeten opgaan in de Syrische contraterrorisme-eenheden. Internationaal verwierven de Koerdische vrouwen een formidabele status vanwege hun gevecht tegen IS.
Volgens de nieuwe overeenkomst zullen ze gelegerd blijven in het noordoosten, maar vallen ze voortaan onder het commando van minister Anas Khattab (Binnenlandse Zaken). Het belooft een samenwerking te worden die de verbeelding tart: de voormalige Al Qaida-strijder Khattab, zij aan zij met de geharde feministen van de YPJ.
Veel YPJ-strijders kunnen het bloed van de regeringstroepen wel drinken. ‘De Syrische regering ís IS’, zei de vrouwelijke commandant Chevre (een militair pseudoniem) begin dit jaar tegen de Volkskrant. ‘We zullen tegen hen vechten tot de laatste druppel bloed.’
Chevre had destijds de taak al-Roj te bewaken, een kamp met zo’n 2.200 vrouwen en kinderen uit het voormalige IS-kalifaat. Of Sharaas troepen al-Roj gaan overnemen, was woensdag nog onduidelijk. Berichten van de Volkskrant aan de kampdirecteur bleven onbeantwoord.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant