Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
In de dagen na het overlijden van een sympathiek ogende beroemdheid kun je soms het idee krijgen dat de wereld zonder die betreffende figuur onherroepelijk uit zijn baan zal tollen, maar bij Dolly Parton was er iets wonderlijks aan de hand.
Tuurlijk, je kunt niet van country houden, of van haar stem, of van een specifiek, door de jaren heen almaar artificiëler wordend voorkomen, of niet van de handige wijze waarop alom geliefde topentertainers zich graag zo veel mogelijk op de vlakte houden over specifieke onderwerpen (zanger Frans Duijts, laatst in De Oranjezomer, de fiere kotter van de alle-mensen-zijn-de-moeite-waard-dus-de-opinies-van-alle-mensen-moeten-op-tv-vloot van SBS: ‘Ik vind van alles, maar ik kan beter niks zeggen’ – hou vol, Frans!), maar iedereen vond op zijn minst iets waardevols in haar bestaan.
Alleen al dat iedereen haar leuk vond, maakte haar gek genoeg al leuk.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
En er was dat idee. Het idee om elk kind dat geen toegang heeft tot boeken, daarmee in aanraking te brengen, het idee dat uiteindelijk zou uitmonden in de Dolly Parton’s Imagination Library, waarvan de teller van het aantal weggegeven boeken woensdagmiddag op ruim 332 miljoen aan ruim 3 miljoen kinderen stond.
Dat idee ontstond toen ze midden jaren negentig hoorde dat in het oosten van Tennessee, haar geboortegrond, het leesniveau van de kinderen drastisch daalde. Parton zette haar door haar muziek en slim zakendoen vergaarde fortuin in voor dat ene idee dat elk kind moet kunnen leren lezen en fantaseren en vrijuit denken.
Het komt vaker voor dat grote partijen boeken worden opgekocht. De laatste tijd lees ik verhalen over AI-bedrijven die her en der in Nederland duizenden tweedehands exemplaren aanschaffen in verstilde antiquariaten met die twee eeuwig zoekende vaste klanten die leven op koffie en oud papier. Die AI-types verschepen al die boeken die al jaren in een kast op die ene lezer stonden te wachten naar hun holen, scannen ze en vernietigen ze vervolgens.
Niet eerder heb ik een betere symboliek gevonden voor wat AI doet, namelijk het opeten van wat een cultuur een cultuur maakt en er een gigantische drol in de vorm van een wiskundig model voor terugkakken. Kleine parafrase van een van Partons klassiek geworden kwinkslagen: weet je wel hoeveel geld het kost om zoiets goedkoops te doen?
En heus: qua papieren boeken ben ik de moeilijkste niet. Vroeger wel. Vroeger vond ik dat mensen die zonder gewetensbezwaren hun boeken ‘wegdeden’ zodra ze ze uit hadden, vervolgd zouden moeten worden. Inmiddels kan ik mijn obsessie met boekencollecties en de ongeschonden staat van de mijne in een breder, psychiatrisch perspectief plaatsen, en ik ben ook opgehouden om mensen die bij elk nieuw boek beginnen met het knakken van de rug stiekem te knijpen, maar toch: er zijn grenzen.
Kennelijk liggen die niet bij het vernietigen van boeken voor het trainen van modellen die actief ons schrijf-, lees- en denkvermogen aantasten. Als Dolly Parton ‘een wonder van plezier en schoonheid’ was, zoals Ariejan Korteweg gisteren noteerde, dan is het destructief scannen een wonder van efficiëntie en lelijkheid. En hartstikke van nu.
Wie in het artikel van Wilma de Rek van enkele dagen geleden leest hoe enkele prominente leidinggevenden in de Nederlandse journalistiek over AI spreken als over een onvermijdelijkheid, een verschijnsel dat zich voltrekt los van principes en moraal en wie weet wat je ermee kunt doen, kan niet anders dan denken aan Parton, die hoorde dat kinderen steeds slechter gingen lezen en dacht: wie weet kan ik daar wat aan doen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.