Om de economie te beschermen tegen Chinese concurrentie moet de EU onder meer overwegen de euro te verzwakken, aldus de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in een nieuw advies. Raadslid Ab Klink: ‘Er is geen pijnloze oplossing in deze situatie.’
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij houdt zich bezig met de vraag hoe Europa zijn technologische afhankelijkheid van met name de VS en China kan afbouwen.
Op het eerste gezicht is de Chinese opmars zalig voor de Europeaan. ‘We profiteren van lage prijzen en het feit dat zij technologisch vooroplopen met batterijen, windmolens, en zonne-energie’, zegt Ab Klink, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en voormalig minister van Volksgezondheid. ‘Dat is ook goed voor de duurzaamheid.’
Maar er is een heel andere kant, waarover Klink en zijn collega’s grote zorgen uitspreken in een donderdag gepubliceerd adviesrapport aan het kabinet. Met die lage prijzen richt China volgens hen complete Europese industrieën te gronde.
China produceert veel meer spullen dan het zelf kan consumeren. Die worden massaal geëxporteerd, bijvoorbeeld naar Europa. Deze producten zijn, mede dankzij staatssubsidies en een bewuste verzwakking van de Chinese munt, de yuan, ruim 30 procent goedkoper dan die van Europese concurrenten, aldus de WRR. Daar valt moeilijk tegenop te concurreren.
Net als oud-ASML-topman Peter Wennink, die eind vorig jaar een veelbesproken adviesrapport publiceerde, pleit de raad voor hervormingen om de eigen productiviteit aan te jagen. Maar volgens de WRR is dat niet genoeg. Innovatiebeleid is ‘als geld in het water werpen’ als de extreem scheve handelsbalans tussen China en de Europese Unie niet óók wordt aangepakt. En ja, zegt Klink, dat kan maatregelen vergen die hier tot inflatie leiden.
Europese industrieën kunnen in ‘zeer korte tijd’ verdwijnen als gevolg van Chinese concurrentie, schrijft u. Over hoeveel tijd hebben we het dan?
‘De zonnepanelen zijn wel illustratief. De producenten daarvan verdwenen in een jaar of twee grotendeels van het toneel in Europa, domweg omdat ze goed en goedkoop in China werden gemaakt. Europa was intussen bezig om beschermingsmaatregelen op te tuigen, maar tegen de tijd dat dat proces netjes was doorlopen, was de zonnepanelenindustrie al weg.’
U lijkt sceptisch over diplomatiek overleg met China. Waarom?
‘Dat is de verkieslijke optie, die je ook niet zomaar moet wegwuiven. We moeten het Chinese perspectief serieus nemen: zij voeren een industriepolitiek waarmee ze hun bevolking voor een groot deel uit de armoede hebben getrokken.
‘Maar je moet er sterk rekening mee houden dat de dialoog mislukt. China zou beleid moeten voeren om de binnenlandse vraag op te voeren. Dat betekent onder meer hogere lonen en een sterkere yuan, zodat de Chinezen meer van hun eigen producten zelf gaan kopen. Maar hier kiest China niet voor. Sterker nog, in het afgelopen halfjaar is de Chinese vraag naar elektrische auto’s met meer dan 10 procent afgenomen.’
Europa kan zich volgens de WRR beroepen op ‘strategische symmetrie’. Dit komt erop neer dat als China Europese bedrijven verplicht tot de inkoop van Chinese onderdelen, dezelfde regels voor Chinese bedrijven in Europa moeten gelden.
Werkt dat onvoldoende, dan kan Europa op veel grotere schaal naar importheffingen grijpen dan het nu doet. Welke percentages daarbij verstandig zouden zijn, kan Klink niet zeggen: zo ver reikt het advies van de WRR niet.
Opvallend: de raad noemt ook het verzwakken van de euro, om Chinese import duurder te maken en Europese export goedkoper. Klink spreekt van een ‘last resort’. ‘Voor je het weet rol je over elkaar heen in het devalueren van je munten. Het is een bazooka die je hopelijk niet nodig hebt, maar misschien wel moet gebruiken.’
De gevolgen zijn immers niet mals: het leven in Europa zou duurder worden. En dan is er nog de potentiële toorn van China. De WRR stelt voor een compensatiefonds op te richten voor bedrijven die worden getroffen door vergeldingsacties, gevuld met geïnde importheffingen.
Europa staart zich soms te veel blind op het kortetermijnbelang, zoals toegang tot de Chinese markt, vindt Klink. ‘Je ziet dat veel lidstaten en bedrijven als Philips en Volkswagen zoiets hebben van: pas op, geen te zware maatregelen, want wij hebben nog steeds een groot marktaandeel in China. Toen de regering-Biden aan Europa vroeg om mee te doen met importheffingen tegen China, ging Europa er om die reden maar mondjesmaat in mee.’
Was het verstandiger geweest als de EU toen met de Amerikanen was opgetrokken?
‘Eerlijk gezegd wel. Hadden we zulke maatregelen gecoördineerd met een vriendschappelijk land, dan had dat een stevig signaal afgegeven. En dan stonden we ook sterker dan als Europa alleen.’
Joe Biden bouwde voort op het China-beleid van Donald Trump. Had Trump dus een punt?
‘Omdat hij zich zo grillig gedraagt, heb ik de neiging dat te downplayen, maar op het gebied van China denk ik van wel. Nieuw was dat inzicht trouwens niet, er waren economen van naam en faam die hier al jaren op wezen.’
De VS moesten grotendeels inbinden in het handelsconflict met China, vooral door de exportbeperkingen op zeldzame aardmetalen. Kan Europa zo’n conflict wel dragen?
‘Er is geen pijnloze oplossing in deze situatie. Een grote handelsoorlog wil je het liefst vermijden. Het is ook niet zo dat ik zeg: ga gewoon stompzinnig een handelsconflict aan en we zien wel. Maar ik denk eerlijk gezegd dat China er wel gevoelig voor is als Europa zijn tanden wat meer laat zien. Vergeet niet dat ze ons nodig hebben als afzetmarkt.’
Merkt u een kentering in het Europese denken?
‘Ja. Een halfjaar geleden hadden we een gesprek met economisch adviseurs van het Duitse kabinet en deze hele thematiek was ze vreemd. We zaten gewoon met een soort spraakverwarring tegenover elkaar. Toen kwam het rapport China Shock 2.0: The cost of Germany's complacency uit (van het Centre for European Reform, afgelopen mei, red.) en je ziet dat het Duitse kabinet compleet is omgegaan.’
Is de urgentie voldoende tot Nederland doorgedrongen?
‘In Duitsland heeft de industrie het al zwaar en verdwijnen er tien-, twintigduizend banen per maand. Dat speelt in Nederland minder, wat kan verklaren waarom het nog geen dominant thema is. Wij discussiëren bij de begroting toch al snel over koopkrachtplaatjes.
‘Het is een belangrijke taak van politici om de urgentie van dit probleem over te brengen. Zodat de bevolking het ook begrijpt als er pijnlijke maatregelen worden genomen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant