Zorg asielzoekerskinderen Asielzoekerskinderen zouden vanaf 1 oktober tot de volgende zomer mogelijk verstoken blijven van jeugdgezondheidszorg omdat de huidige aanbieder ervan stopt terwijl de opvolger nog niet in staat is het werk over te nemen. Woensdag is een oplossing gevonden voor de komende drie jaar.
Het complex van COA in Ter Apel.
De jeugdgezondheidszorg voor 20.000 asielzoekerskinderen, die op 1 oktober zou wegvallen, is toch niet in gevaar. Dat hebben het COA en minister Bart van den Brink van Asiel en Migratie woensdag laten weten.
Per 1 oktober aanstaande zouden jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen van contractant GGD GHOR ermee stoppen, terwijl pas op 1 juni 2027 de commerciële zorgketen Arts en Zorg de jeugdgezondheidszorg aan asielzoekerskinderen onder de zeventien over zou nemen. Het COA moest de gezondheidszorg voor asielkinderen volgens Europese regels aanbesteden. Afgelopen april won Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA) de aanbesteding, een onderdeel van een Arts en Zorg.
In de overbruggingsperiode die hierdoor ontstond, zouden de vaccinaties, groeicontroles, ontwikkelingsonderzoeken en andere preventieve zorg voor baby’s en kinderen op de tocht komen te staan. In mei zijn daarover al Kamervragen gesteld.
De oplossing die woensdag is gevonden is dat GGD GHOR die overbrugging voor haar rekening neemt en dat die overbruggingsperiode fors wordt verlengd, tot drie jaar. In die periode wordt toegewerkt naar de overname door GZA. „De gekozen overbruggingsoplossing met GGD GHOR Nederland is erop gericht dat asielzoekerskinderen ook tijdens de overbruggingsperiode toegang houden tot jeugdgezondheidszorg”, schrijft het COA in een persbericht. „Daarbij wordt gewerkt aan continuïteit en zorgvuldige overdracht naar de toekomstige uitvoeringssituatie.”
De minister „betreurt ten zeerste dat in het aanbestedingstraject onvoldoende oog [is] geweest voor de benodigde overbruggingstermijn”, heeft hij woensdag aan de Tweede Kamer geschreven. Uit gesprekken met de betrokken partijen zou zijn „gebleken dat de transitie van de zorg voor deze doelgroep naar een nieuwe uitvoerder complex en impactvol is.”
Om er zeker van te zijn dat de zorg altijd kan doorgaan, is uiteindelijk gekozen voor een overbruggingscontract voor drie jaar, schrijft de minister in de Kamerbrief. Die periode zou op verzoek van GGD GHOR zijn gekozen, omdat die de dienst „de gelegenheid geeft om personeel te werven en te behouden en tegelijkertijd in te zetten op een gecontroleerde overdracht”.
Het „spreekt vanzelf”, aldus de minister, „dat COA, gelet ophet resultaat van de aanbesteding en gunning aan GZA per 1 juni 2027, dit liever had voorkomen”. Op de eventuele juridische en financiële gevolgen kon hij „nu nog niet vooruitlopen”, schrijft hij ook.