Gaza Het International Gaza Support Center is vorig jaar oktober opgericht als onderdeel van Trumps ‘vredesplan’ voor Gaza. Israël ontzegt Nederlandse diplomaten er nu de toegang. Over de effectiviteit van de instelling bestaan grote twijfels. „Iedereen vindt het centrum een ramp.”
Amerikaanse militairen bekijken kaarten en beelden van de Gazastrook tijdens een rondleiding voor de media in het waarnemingscentrum in Kiryat Gat, november 2025.
Nederlandse diplomaten zijn niet meer welkom in het internationale waarnemingscentrum dat toezicht houdt op het staakt-het-vuren in Gaza. Dit is de Israëlische reactie op het Nederlandse verbod op import van producen uit Israëlische nederzettingen op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever, dat 22 september ingaat.
„Wie zich tegen Israël keert, zal in de regio geen voet aan de grond krijgen”, schreef de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar op sociale media, waar hij de strafmaatregel bekendmaakte.
Wat gebeurt er in dit door de Amerikanen geleide International Gaza Support Center (IGSC) in Kiryat Gat? En nog drie vragen.
Hoewel minister Sa’ar dinsdagavond op sociale media stelde dat de Nederlandse vertegenwoordigers „opdracht hadden gekregen Israël binnen een week te verlaten”, lijkt dit anders te liggen. „Ik begrijp dat [niemand] Israël hoeft te verlaten”, zei minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen (CDA) woensdagochtend in Den Haag.
Nederlandse diplomaten waren niet permanent in het IGSC gestationeerd. Twee diplomaten bezochten het centrum één of twee keer per week, vanuit de Nederlandse ambassade in Tel Aviv en het kantoor van de Nederlandse vertegenwoordiging in de Palestijnse Gebieden in Ramallah, aldus een woordvoerder van Buitenlandse Zaken.
Dat mag nu niet meer. Wel verwacht Berendsen dat ze hun werkzaamheden op hun posten mogen voortzetten. Berendsen zegt het Israëlische besluit te betreuren.
Het International Gaza Support Center, voorheen het Civiel-Militair Coördinatiecentrum, is in oktober opgericht als onderdeel van de eerste fase van Trumps ”vredesplan” voor Gaza. Het centrum moet „toezicht houden op de uitvoering van het staakt-het-vuren” in Gaza, aldus een verklaring van het hoofdkwartier van het Amerikaanse leger in het Midden-Oosten. Het IGSC heeft onder meer een controlekamer vanuit waar „ontwikkelingen in Gaza in realtime kunnen worden gevolgd”.
Ook helpt het centrum bij het „faciliteren van de stroom van humanitaire, logistieke en veiligheidshulp” richting Gaza. Dat is nog altijd hard nodig, want 1,4 miljoen Gazanen – ongeveer twee derde van de inwoners van de kuststrook – krijgen dit jaar te maken met grote voedselonzekerheid, verwachten de Verenigde Naties.
In die „crisis”-fase, de derde van in totaal vijf niveaus aan de hand waarvan honger wordt gemeten, kampen gezinnen met „voedseltekorten en ondervoeding”, of kunnen ze „nauwelijks in hun voedselbehoefte voorzien en grijpen ze naar noodmaatregelen zoals het verkopen van essentiële bestaansmiddelen”, aldus het Wereldvoedselprogramma van de VN.
Begin dit jaar waren daar twijfels over. In januari meldde persbureau Reuters dat verschillende Europese landen overwogen om hun mensen uit het IGSC weg te halen. De landen vonden dat het initiatief faalde in het vergroten van de stroom hulp aan de kustrook.
„Iedereen vindt [het centrum] een ramp”, aldus een anonieme diplomaat tegen Reuters, „maar er is geen alternatief”. Een andere diplomaat noemde het IGSC „stuurloos”. In April meldde Reuters bovendien dat Washington op het punt stond het centrum te sluiten. Dit werd ontkend door Trumps Board of Peace, het orgaan dat is opgericht om Gaza’s overgang naar vrede te bewerkstellingen.
Nee, hetzelfde overkwam Spaanse diplomaten in april. Toen hekelde minister Sa’ar de „uitgesproken anti-Israëlische vooringenomenheid” van de Spaanse regering. Premier Pedro Sánchez loopt sinds het begin van de oorlog in Gaza in 2023 voorop in de kritiek op Israël. Bovendien liet hij zich begin dit jaar kritisch uit over de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran en Israëls invasie van en bombardementen op Libanon.
Daarbij waren al eerder niet álle Nederlandse diplomaten in het centrum welkom. Het Nederlands missiehoofd bij de Palestijnse Autoriteit in Ramallah zou na twee bezoeken onder druk van Israël al niet meer in het centrum zijn toegelaten, aldus Haaretz in december.
Hetzelfde zou gelden voor de Belgische vertegenwoordiger in Ramallah en de Franse consul-generaal in Jeruzalem, die verantwoordelijk is voor de betrekkingen met de Palestijnen. Een woordvoerder van Buitenlandse Zaken bevestigt aan NRC dat in het algemeen missiehoofden „die vertegenwoordiger zijn bij de Palestijnse Autoriteit niet welkom zijn bij het IGSC”.