Home

De één zal het monumentaal intieme ‘Peter Hujar’s Day’ ontiegelijk saai vinden, de ander weldadig

Met Peter Hujar’s Day maakte de Amerikaanse cineast Ira Sachs een prachtig vriendschapsdrama, puur op basis van een lang gesprek tussen fotograaf Peter Hujar en schrijver Linda Rosenkrantz.

schrijft voor de Volkskrant over film, met speciale aandacht voor filmmuziek en horror.

Wanneer is een dag zinvol besteed, wanneer verprutst? Wat maakt een moment triviaal, wat noemenswaardig? Zulke vragen waren de inspiratie voor het project dat de Amerikaanse schrijver Linda Rosenkrantz in 1974 opvatte: een boek waarin bevriende kunstenaars minutieus verslag deden van één specifieke dag.

Het project kwam niet verder dan een gesprek met fotograaf Peter Hujar (1934-1987). De transcriptie van het interview werd decennia later teruggevonden en in 2021 uitgebracht onder de titel Peter Hujar’s Day. Dat boek, op zijn beurt, vormde de basis voor Ira Sachs’ gelijknamige speelfilm, met Ben Whishaw als Hujar en Rebecca Hall als Rosenkrantz.

Radicale benadering

Sachs (Passages) koos met zijn verfilming voor een radicale benadering. In plaats van de markantste gebeurtenissen uit Hujars dag te ensceneren, wat de conventioneelste en saaiste aanpak was geweest, stelt hij de conversatie tussen Hujar en Rosenkrantz centraal. Van de New Yorkse buitenwereld zie en hoor je slechts flarden.

Terwijl ze roken, koken, drinken en een plaatje opzetten, kletsen de twee over de dingen die Hujar op 18 december 1974 meemaakte. Het met een bandrecorder opgenomen gesprek meandert van ochtend naar avond. Parallel hieraan begint de film met Hujars aankomst bij Rosenkrantz’ appartement in Manhattan, en hij eindigt na zonsondergang. Hujar’s and Rosenkrantz’ Day was óók een passende titel geweest.

De openlijk homoseksuele Hujar geldt tegenwoordig als een van de beste fotografen van zijn tijd. Zijn dagrituelen en banale bekommernissen krijgen in Peter Hujar’s Day net zoveel aandacht als de hoofdklus van de besproken dag: een reeks portretten van dichter Allen Ginsberg, gemaakt voor The New York Times. Ginsberg werkte nauwelijks mee, vertelt Hujar, de foto’s zijn niet bijster goed gelukt.

Immense toewijding

Groter dan dat wordt het drama niet in het op 16mm-film gedraaide Peter Hujar’s Day. Dat zal de één ontiegelijk saai vinden, de ander weldadig. Hoe dan ook spreekt een immense toewijding uit de manier waarop de mede door Whishaw en Hall geproduceerde film zich aan zijn bronmateriaal laaft. Aan de protagonisten, hun stemmen, gezichten en hun ietwat flirterige, maar toch volkomen kameraadschappelijke verhouding. Die relatie wordt door Whishaw en Hall perfect getroffen: ze versmelten niet alleen met hun personages, maar ook met hun onderlinge chemie. Een genot om te zien.

Soms wijst Sachs nadrukkelijk erop dat je een film kijkt. Iemand die bij aanvang van een scène ‘actie!’ roept, bijvoorbeeld. Het onderstreept dat dit een liefdevolle reconstructie is, geen tijdsdocument. Bovendien geeft Sachs zichzelf zodoende de vrijheid om het realisme van de film open te breken.

Magische stijlgrepen

Herhaaldelijk worden Hujar en Rosenkrantz geportretteerd in tableau-achtige poses. Al speelt de film zich af gedurende één dag, de zon gaat getuige het licht in de flat meermaals onder. De personages dragen van de ene scène naar de andere verschillende kleren, in kleur aangepast aan het interieur of de stemming van het gesprek.

Wanneer je voor het nog geen 80 minuten lange, maar monumentaal intieme Peter Hujar’s Day openstaat, is het effect van zulke stijlgrepen magisch: alsof de personages zichzelf buiten de gewone tijd en ruimte plaatsen, simpelweg door fijn met elkaar te praten.

Drama
★★★★☆
Regie Ira Sachs
Met Ben Whishaw, Rebecca Hall
76 min., in 32 zalen / te zien op Picl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next