Met PVV’er Fleur Agema en Pro-Kamerlid Lisa Westerveld verschenen woensdag twee politieke uitersten voor de parlementaire enquêtecommissie corona. Maar over één ding zijn ze het eens: de Kamer kon tijdens de pandemie haar controlerende taak nauwelijks uitvoeren.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.
Het is een ontnuchterende conclusie die het voormalige PVV-Kamerlid halverwege haar verhoor trekt. Ze verschijnt woensdag voor de parlementaire enquêtecommissie vanwege haar werk als woordvoerder corona. In die rol voerde ze vele urenlange debatten over de pandemie, maar al dat werk heeft volgens Agema achteraf gezien maar weinig effect gehad. Het parlementaire debat over de maatregelen ‘deed er niet toe’, stelt ze vast.
Dat Agema kritisch is op de wijze waarop de Kamer tijdens de crisis functioneerde, is bekend. Ze uitte al tijdens de crisis kritiek op de manier waarop het kabinet de Kamer informeerde en betrok bij besluiten. Het is een van de belangrijkste redenen waarom de commissie haar heeft uitgenodigd.
Agema voldoet ruimschoots aan de verwachting, want ze houdt zich niet in over de in haar ogen kwalijke rol van het kabinet tijdens de pandemie. Volgens de PVV’er was het vooral de werkwijze van het kabinet waardoor de Kamer haar controlerende taak niet goed kon uitvoeren.
Nog voordat de Tweede Kamer over maatregelen kon debatteren, waren ze al officieel gepresenteerd in een persconferentie. Vaak waren ze daarvoor zelfs al uitgelekt. Voor Agema voelde het alsof ze moest debatteren over maatregelen die al goed en wel beklonken waren. Ze verwijst ook naar het Catshuisoverleg, waar op zondagen voor een nieuw besluit een informeel overleg was tussen bewindspersonen en experts. Wat die dag werd besloten, is volgens haar ‘voor 95 procent’ wat er uiteindelijk aan maatregelen werd ingevoerd.
Het hielp niet dat de Kamer pas kort voor de debatten veel informatie kreeg over de te nemen maatregelen. Ze herinnert zich hoe pas de nacht voor een debat documenten werden verstuurd. ‘Je haalt dan de hele nacht door’, aldus Agema. ‘De stress die daarbij komt kijken is enorm.’
Agema vraagt zich in haar verhoor hardop af waarom het zo lang moest duren voordat er informatie werd gegeven. Aan het begin van de crisis kon ze dat nog rijmen met de ‘panieksituatie’ rondom het virus, maar naarmate de pandemie vorderde zag ze geen reden meer. ‘Ik vraag me af of hier sprake is van tegenwerking’, zegt Agema. ‘Werd het expres gedaan?’
Pogingen om de werkwijze aan te passen, hadden volgens de oud-PVV’er geen zin. Ze bemerkte een ‘100 procent fractiediscipline’ bij de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. ‘Er was gewoon een Kamermeerderheid die dat blokkeerde en het wel prima vond zo.’
Sowieso vond Agema dat de coalitie ‘potdicht’ zat. Ze zag hoe moties om maatregelen aan te passen steevast werden verworpen. Ruimte om bij te sturen was er nauwelijks.
Als later op woensdag Pro-Kamerlid Lisa Westerveld aan het woord komt, klinkt in grote lijnen hetzelfde verhaal. Hoewel Agema en Westerveld, die net als de PVV’er het woord voerde over corona, op vrijwel alle thema’s elkaars politieke tegenpolen zijn, delen ze de analyse van een Kamer die haar taak niet naar behoren kon uitvoeren.
Ook Westerveld vindt dat de coalitiepartijen ‘te weinig dualisme lieten zien’ en te veel ‘het kabinet achterna liepen’. En net als Agema heeft Westerveld grote moeite met de werkwijze van het kabinet tijdens de pandemie. Doordat persconferenties voorafgingen aan debatten voelde ze zich ‘voor een voldongen feit gesteld’.
De Kamer debatteerde terwijl de samenleving zich al voorbereidde op het ingaan van de maatregelen. Het terugdraaien ervan zou dan ‘gevolgen hebben voor het draagvlak in de samenleving’, zegt Westerveld. ‘Je kunt niet zeggen: oh, de winkels gaan toch weer open.’ Toch ziet Westerveld nog wel het belang van de debatten. Hoewel er geen al te grote koerswijzigingen waren, voelden mensen zich er wel door gehoord.
Het neemt niet weg dat Westerveld kritisch is op hoe de debatten werden gevoerd. ‘Het ging heel weinig over de afweging van grondrechten en meer over vragen als: met hoeveel mensen kun je aan een tafel op een terras zitten, of hoe laat gaat de avondklok precies in.’ In plaats van ‘diepgaande analyses’ en ‘fundamentele debatten’ ging het veel vaker over ‘herkenbare onderwerpen’.
PVV’er Agema zag die fundamentele discussie over grondrechten pas weer terugkeren bij de debatten over het coronatoegangsbewijs. Toen het kabinet aanstuurde op een overgang van 3G (getest, genezen, gevaccineerd) naar 2G (alleen nog genezen en gevaccineerd), hield de Kamer dat uiteindelijk tegen. ‘Daar veerden de partijen op’, aldus Agema. ‘Hier functioneerde de democratie.’
In haar verhoor gaat Westerveld nog wat dieper in op de 2G-kwestie. Net als Agema was zij tegenstander van de maatregel. Het Pro-Kamerlid zag geen goede wetenschappelijke onderbouwing dat de samenleving ook daadwerkelijk sneller open kon met de 2G-aanpak. Ze vermoedt dat de toenmalige minister van Volksgezondheid, Hugo de Jonge, hoopte dat meer mensen zich door de maatregel zouden laten vaccineren.
Sowieso denkt Westerveld dat het 2G-bewijs vooral ‘een politieke wens’ was. Dat blijkt volgens haar ook uit de manier waarop De Jonge haar steun in ruil voor andere toezeggingen probeerde te krijgen. Zo’n ‘reguliere onderhandeling’ vindt Westerveld ‘niet passend’ omdat het ging om een maatregel die ingrijpt op grondrechten. ‘Ik snap heel goed dat het onderdeel van politiek is dat je over veel zaken onderhandelt, maar op dat moment had ik daar moeite mee.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant