Songfestival 2027
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Het Eurovisie Songfestival als platform voor verdeeldheid. Dat was hoe Taco Zimmerman, algemeen directeur van AVROTROS, aankondigde dat de omroep ook in 2027 niet zal deelnemen aan het Eurovisie Songfestival. Hij voegde daaraan toe: „Het Songfestival is ooit opgericht om mensen en landen met elkaar te verbinden. Maar je kunt niet ontkennen dat een internationaal conflict steeds nadrukkelijker doorwerkt in het evenement, waardoor het zijn neutrale karakter heeft verloren.”
Hoewel er wat aan te merken is op het idee dat het Songfestival ooit is opgericht om landen met elkaar te verbinden – het liedjesfestijn is in feite altijd al ‘diplomatie in glitterpak’ geweest – is de ruggengraat die de omroep met dit besluit toont te prijzen. Vooral ook omdat de omroep het besluit koppelt aan principiële waarden: „betrouwbaarheid, onafhankelijkheid en menselijkheid” die niet overeenstemmen met „het ernstige humanitaire leed in Gaza en de voortdurende aanvallen op de persvrijheid”.
De European Broadcasting Union (EBU) was gevraagd om transparantere regels op te stellen over landen die in een conflictsituatie zitten om ‘neutraliteit’ te waarborgen, maar kwam met weinig plannen op de proppen. Dat is op zichzelf begrijpelijk: neutraliteit is immers niet te waarborgen. Minder begrijpelijk is het dat de EBU alleen kijkt of een omroep, zoals KAN in het geval van Israël, aan de regels voldoet en blind is voor de positie die het land inneemt in de wereld. De EBU zou ook kunnen kijken of het logisch is dat een land welkom is wanneer bijvoorbeeld de premier ervan is aangeklaagd voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Of omdat een minister van datzelfde land oproept tot het „uitschakelen” van dertig tot veertig Gazanen per dag omdat het om mensen gaat „die het leven niet waard zijn”.
Daar komt bij dat de afgelopen jaren Israël het Songfestival nadrukkelijk gebruikte als softpower. The New York Times zocht uit dat in 2025 was gefraudeerd met de publieksstemmen. Israëlische politici en ambassades maakten bovendien opdringerig reclame voor de Israëlische inzending. Ook vorig jaar stak de Israëlische overheid veel geld in campagnes en kreeg de omroep KAN een waarschuwing van EBU dat de campagne rondom de Israëlische inzending niet door de beugel kon.
Uiteraard zal er kritiek komen wanneer er straks geen afgevaardigde vanuit Nederland komt – net als in de VS waar een president zich bemoeit moet voetbal, bemoeien sommige Nederlandse politici zich graag met het Songfestival – maar het is te hopen dat de andere omroepen net zo principieel zijn als de AVROTROS. En het is ook te hopen dat er niet weer gekozen wordt voor een ‘polderoplossing’: wel uitzenden en doen alsof er niets aan de hand is.
Het argument dat er in een tijd van versplintering en polarisatie behoefte is aan een cultureel evenement als het Songfestival, is niet valide en getuigt bovendien van een minachting voor cultuur. Cultuur is niet bedoeld voor het normaliseren van genocide of oorlogsmisdaden, en ook niet als softpowervehikel van al dan niet zuivere melodieën.