Home

Gloria Wekker: ‘Het verhaal hoe uitzonderlijk, vrij, liberaal en kleurenblind we zijn moet ernstig worden bevraagd’

Gloria Wekker Gloria Wekker schudde tien jaar geleden het racismedebat in Nederland op met Witte onschuld. Nu is er The Gloria Wekker Reader, waarin veertig jaar denkwerk over seksualiteit, racisme en gender is gebundeld ,,Mijn werk geeft mensen een taal om te praten over wat er in Nederland gebeurt.”

Gloria Wekker.

Gloria Wekker, emeritus-hoogleraar genderstudies en etniciteit aan de Universiteit van Utrecht, zet een pot gemberthee, terwijl de fotograaf een mooie plek zoekt voor een portret in haar met boeken en kunst gevulde huis in Amsterdam-Zuidoost. Wekker verplaatst vlug nog een stapel boeken en papieren die naast de computer op het bureau ligt. Ze vindt dat die iets te ver richting het plafond is gegroeid. Wekker woont hier al 22 jaar, waarvan de eerste veertien jaar met haar geliefde, Maggy Carrot. Zij stierf in 2018 aan de gevolgen van kanker. Aan de muur hangen veel schilderijen van Maggy’s hand. De twee ontmoetten elkaar in de jaren negentig in Paramaribo toen Wekker daar voor onderzoek was.

Gloria Wekker: The Gloria Wekker Reader. Samengesteld door Chandra Frank, Nancy Jouwe en Mikki Stelder. Duke University Press – MNG Mare Nostrum, 504 blz. € 31,81

Onlangs verscheen The Gloria Wekker Reader, bij haar vaste uitgever Duke University Press. Het boek is een ruime bundeling van haar belangrijkste academische werk, interviews en poëzie. De samenstellers, haar oud-studenten en collega’s Nancy Jouwe, Mikki Stelder en Chandra Frank, hebben een selectie gemaakt uit veertig jaar onderzoek naar seksualiteit, gender en racisme. Wekker: „Ze hebben een tapijt geweven van mijn werk, dat vind ik ontroerend en een hele eer.”

Het nieuwe boek is onderverdeeld in vier thema’s die prominent aanwezig zijn in Wekkers academische oeuvre: seksualiteit, de zwarte diaspora in Europa, het doorwerken van het koloniale verleden en racisme en feminisme. De thema’s worden ingeleid door collega-academici die schrijven over de implicaties van haar werk. De samenstellers nemen de lezer ook mee door het leven van Wekker in hun biografische introductie. De Amerikaanse filosoof en activist Angela Y. Davis neemt het voorwoord voor haar rekening.

Bij het grote publiek werd Wekker bekend met haar oorspronkelijk in het Engels verschenen White Innocence (2016), in het Nederlands uitgegeven als Witte onschuld (2017). Daarin onderzocht ze hoe het kan dat veel witte Nederlanders zichzelf tolerant, ‘kleurenblind’ en bovenal niet racistisch vinden, terwijl onderzoek een heel ander verhaal vertelt. „Hoe is het mogelijk dat een land dat 400 jaar een koloniaal rijk was, zichzelf wijsmaakt dat dat geen sporen nalaat? Ik voelde het als een onontkoombare noodzaak om die vraag op tafel te leggen.”

Eén van de stellingen in Witte onschuld luidt: wie racisme aankaart in Nederland kan rekenen op felle weerstand. En zo geschiedde. Het boek deed veel stof opwaaien. Sommige lezers reageerden verbolgen op haar stellingname. Voor anderen betekende het boek juist een erkenning van hun geleefde ervaring in Nederland. Het begrip ‘witte onschuld’ is inmiddels niet meer weg te denken uit het maatschappelijke gesprek over racisme en discriminatie.

Begin augustus, na dit interview met Wekker, voltrok zich in het Verenigd Koninkrijk het drama rondom Jason Arday. De jonge hoogleraar aan Cambridge werd deze zomer het middelpunt van een mediastorm na beschuldigingen van plagiaat. Ook ontstond er een hetze op sociale media, geleid door mensen die hem verhieven tot symbool van mislukt diversiteitsbeleid. Arday werd een paar weken nadat hij opstapte als hoogleraar dood aangetroffen in zijn appartement in London, na vermoedelijke zelfdoding. Wekker reageert per e-mail op de gebeurtenissen.

„De tragedie van Jason Arday maakt veel los. Het laat zien dat de academie een heel andere plek is voor witte, dan voor zwarte academici. Zij worden als mascotte binnengehaald en gevierd, maar vervolgens verandert er niets aan de machtsverhoudingen binnen de universiteit. Als ze dan een misstap begaan, zoals Arday, worden ze disproportioneel hard afgestraft.”

‘Aan seksualiteit zit geen schande vast’

Het eerste deel van The Gloria Wekker Reader is gewijd aan Wekkers werk over seksualiteit. Voor haar promotieonderzoek ging ze in 1990 naar Suriname, haar geboorteland. Ze was van plan om onderzoek te doen naar hoe Creoolse vrouwen in de stad en Saramaccaanse vrouwen in het binnenland hun seksualiteit construeerden. Door de Binnenlandse Oorlog (1986-1992) kon ze Paramaribo niet verlaten. Dus besloot ze alleen onderzoek te doen naar seksuele relaties tussen vrouwen uit de werkende klasse in Paramaribo, iets dat ogenschijnlijk breed werd geaccepteerd. Die relaties waren haar al eerder opgevallen in de Surinaamse gemeenschap in Nederland.

„Toen er in 1975 veel Surinamers naar Nederland verhuisden zag ik op feestjes vrouwen die een relatie hadden met elkaar. Wat me opviel was dat er grote leeftijdsverschillen bestonden tussen die vrouwen en dat die bijeenkomsten niet plaatvonden in separate, alleen-vrouwen gezelschappen, er waren ook mannen en kinderen bij. In de witte lesbische kringen, die ik gewend was, waren er meestal alleen vrouwen.”

Ze dompelde zich onder in de volksbuurten van Paramaribo en sprak met vrouwen die relaties hadden met vrouwen. Die relaties werden matiwerk genoemd. De vrouwen hadden zowel relaties met vrouwen als met mannen. Maar veel vrouwen vertelden haar dat hun grote liefde een vrouw was. Matiwerk was al eerder beschreven in de literatuur, maar Wekker wilde weten wat de vrouwen er zelf over vertelden.

„De vrouwen zeiden ‘Mi na gowt’ moni, m’e waka na alasma anu, ma mi n’e las’ mi waarde’; ‘Ik ben een gouden munt, ik wissel vaak van hand, maar ik verlies mijn waarde niet’. Dat zegt iets heel dieps: ik verlies mijn waarde niet omdat ik veel relaties heb, mijn waarde ligt in hoe ik zorg voor de mensen om mij heen. Financieel, economisch, maar ook spiritueel. Daarbovenop is seksualiteit een vorm van plezier. Tot op hoge leeftijd!

„Aan seksualiteit zit bovendien geen schaamte of schande vast. Vrouwen mogen net zo goed een seksueel wezen zijn als mannen. Die principes zijn door onze voorouders meegenomen uit West-Afrika, en die hebben we vast kunnen houden en bewerken in Suriname. Maar ook in andere delen van de zwarte diaspora: Curaçao, Grenada, Carriacou en het zuiden van de Verenigde Staten.”

De vrouwen doén matiwerk, de term voor vrouwen die seksuele relaties hebben met andere vrouwen; ze noemen zich geen mati. Wat is het verschil?

„Het is geen identiteit die geclaimd wordt, maar een activiteit. Wat dus een hele andere opvatting is van seksualiteit dan ‘dit is wie ik ben, hoe ik ben geboren en hoe ik altijd zal zijn’.

„Ik kan me voorstellen dat dit in westerse kringen een valide standpunt is. In het Westen heeft die houding seksuele minderheden een positie geboden. Daarvoor was het natuurlijk zonde en ziekte, dus dat is een vooruitgang. Maar seksualiteit is in Suriname opgebouwd uit andere bouwstenen.”

Wekkers onderzoek wierp zo nieuw licht op matiwerk. Omdat er door de eeuwen heen veel stereotyperingen zijn ontstaan over de seksualiteit van zwarte vrouwen vond ze het des te belangrijker om de vrouwen zelf aan het woord te laten.

„De werkelijkheid van koloniale samenlevingen is dat witte mannen tijdens de slavernij een ongelofelijk machtige positie hadden. Die stelde hen in staat om seks te hebben met witte, zwarte of licht gekleurde vrouwen. Die mannen kwamen er mee weg door met de vinger te wijzen naar zwarte mensen. Zij waren zogenaamd oversekst en verleidden de witte man. Dat onderwerp is lang taboe geweest.”

De focus van haar onderzoek is in de loop der jaren veranderd, maar Wekker opereert altijd op het snijvlak van gender, klasse, seksualiteit en etniciteit. Ook in haar onderzoek naar matiwerk.

„Het is een manier van denken die niet of-of is, maar en-en. Ik stel een complexere manier van denken voor. Mensen die intersectionaliteit praktiseren, willen klasse, seksualiteit, gender en ras bij elkaar voegen. Als je geen intersectionaliteit praktiseert geef je steeds prioriteit aan één categorie. Toen ik studeerde ging het bij genderstudies alleen over witte vrouwen, vrouwen van kleur vielen binnen etnische studies en vrouwen uit het zuiden binnen derde wereld-studies. Die disciplines bevroegen elkaar niet en leefden in een isolement. Alsof wij niets met elkaar te maken hebben. Dat kan toch niet waar zijn?”

Wekker legt uit dat intersectioneel denken niet alleen voortkomt uit de academische wereld, maar ook uit politieke bewegingen. „Als vrouwen van kleur hebben we ons in de jaren zeventig al aaneengesloten. Surinaams, Antilliaans, Moluks, Indisch, Marokkaans, Turks, Spaans, Italiaans. Wij praatten over wat we gemeen hadden en analyseerden daarmee onze positie in de maatschappij. We spraken over wat ons bond en hoe we solidair met elkaar konden zijn.”

Was daar in de witte vrouwenbeweging geen ruimte voor?

„Nee, daar was racisme. Enkele uitzonderingen, zoals Anja Meulenbelt of Isabel Hoving, daargelaten. Dat is tot op de dag van vandaag zo, kunnen we vaststellen. Ik vind het geweldig dat er een nieuwe generatie Dolle Mina’s is en ik heb ook een paar keer meegedaan met demonstraties en bijeenkomsten. Tegelijkertijd denk ik: hoe krijg je het voor elkaar om een beweging met bijna alleen maar witte vrouwen op de been te brengen? Het zegt iets over de mate van segregatie in een stad als Amsterdam.”

Tijdens haar studie antropologie aan de Universiteit van Amsterdam was antropologie een discipline die vooral naar ‘de ander’ keek, naar verre vreemde culturen. Gedurende haar loopbaan groeide de wens om dat om te draaien. Na haar emeritaat besloot ze in Witte onschuld met een antropologische bril naar de Nederlandse samenleving te kijken.

„Toen ik begin jaren negentig na mijn onderzoek in Suriname en promotie in de Verenigde Staten terugkwam in Nederland had ik het gevoel dat er een fundamentele discussie op gang moest komen over de verhalen die we over onszelf vertellen. Over hoe uitzonderlijk, vrij, liberaal en kleurenblind we zijn. Die verhalen moeten ernstig bevraagd en bekritiseerd worden.”

Het is inmiddels tien jaar geleden dat de Engelstalige editie van Witte onschuld werd gepubliceerd en er is meer ruimte ontstaan voor het bevragen van die verhalen, bijvoorbeeld de verhalen over het slavernijverleden. Wekker wijst als voorbeeld op de onderzoeksgroep ‘Slavery past present: Dutch slavery and colonialism and their present-day impact’. Dat consortium kreeg recentelijk 3,3 miljoen euro subsidie toegekend van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). Ook haar eigen werk inspireert wetenschappers in andere Europese landen om soortgelijk onderzoek te verrichten: onlangs promoveerde iemand op ‘witte onschuld’ in Zweden.

Daarnaast krijgt ze nog geregeld reacties van wildvreemden die haar vertellen wat het boek voor ze heeft betekend. „Ik was laatst met mijn vriendin Dinah in een coffeeshop. Er kwam een Marokkaans-Nederlandse jongen binnen die me blij aankeek en vroeg: ‘Bent u Gloria Wekker?’. Hij wilde me een knuffel geven omdat hij zoveel aan het boek had gehad. Het boek heeft mensen een taal gegeven om te praten over wat er in Nederland gebeurt. Dat maakt het alle negatieve reacties waard.”

Want negatieve reacties waren er genoeg.

„In 2016 was er weer verhoogde aandacht voor racisme en antiracisme. Kick Out Zwarte Piet was bezig, en ook BIJ1 verscheen op het toneel, waar ik me bij aansloot. Er waren heel wat witte columnisten en journalisten die zich hevig tegen het boek keerden. Er zijn mensen die boeken hebben geschreven tegen mijn werk, al hebben die boeken het niet zo goed gedaan, geloof ik.”

Wekker voorzag deze reacties en besloot het boek eerst in het Engels te publiceren. Daarmee wilde ze een gemeenschap van academici om zich heen verzamelen. Een ‘community of discourse’, noemt ze het zelf. In de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk werd bovendien al volop geschreven over soortgelijke onderwerpen.

„‘How to survive the academy as a space invader?‘ Dat is de titel van een van de artikelen in de nieuwe reader. Het antwoord op die vraag is dat ik een internationaal netwerk heb. Kijk maar naar de namen die meewerken aan de reader en die een inleiding hebben geschreven bij de secties van het boek: dat is mijn netwerk. Dat maakte dat ik het kon overleven.

„Ik ben ook wel gesterkt in mijn vastbeslotenheid door het feit dat ik onderscheiden ben in de Verenigde Staten. In Amerika heb ik twee grote prijzen van beroepsgenoten gekregen en ik ben aan verschillende universiteiten in Europa gasthoogleraar geweest. Dat het in Nederland niet zo stormgelopen heeft met academische onderscheidingen, zegt veel over het academische landschap hier.”

Wekker spreekt ook geregeld op literaire festivals en begin dit jaar was ze als visiting professor in Cambridge. Momenteel is ze druk met een boek over haar familiegeschiedenis: Families Navigating Empire, dat naar verwachting eind 2027 verschijnt. Zelf zegt ze over haar leven: „Ik ben een independent agent, die ook leuke dingen doet.”

De samenstellers van de bundel hopen dat uw werk ‘politieke actie inspireert’. Deelt u die wens?

„Elk volk vertelt verhalen over zichzelf en die zijn meestal heroïsch. Er zitten zo veel paradoxen in ons zelfbeeld. Het moet gaan over wie wij zijn als Nederland, en hoe we geworden zijn wie we zijn. Vanaf de lagere school tot en met de universiteit moet er worden lesgegeven in intersectionaliteit en kolonialiteit. Dan zal ik tevreden zijn.

„Het onderbewuste culturele archief dat in ons is gedeponeerd, moet naar bovengehaald, bestudeerd en onttakeld worden. Dat gaat ons allemaal ten goede komen. Dat kunnen ook kleine, dagelijkse dingen zijn. Als je in een groepje staat waar iemand racistische, homofobe of seksistische dingen zegt: grijp in, laat dat niet gebeuren. Als we verandering teweeg willen brengen, moet dat in alle domeinen van de samenleving plaatsvinden.”

Seks en seksualiteit

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next